Raad van State: bestuurlijke boete onderuit wegens discriminatie (etnisch profileren)

9 juni 2015
door: 
Oswald Jansen in Law

Afgelopen woensdag deed de afdeling bestuursrechtspraak een opmerkelijke uitspraak   over schending van het discriminatie door toezichthouders van de arbeidsinspectie. Deze toezichthouders bezochten een bouwplaats waar zes personen aan het werk waren om de naleving daar van de wet arbeid vreemdelingen te controleren. De inspecteurs vroegen uitsluitend naar de identiteitsdocumenten van de personen met donker haar en een getinte huidskleur en schreven dat ook op in het proces-verbaal. De afdeling bestuursrechtspraak stelt kortweg en terecht vast dat hier sprake is van het maken van een ongeoorloofd onderscheid op basis van uiterlijke kenmerken. Discriminatie dus. Het discriminatieverbod in artikel 1 van de Grondwet is zo fundamenteel en ernstig geschonden dat de verklaringen die de betrokken vreemdelingen hadden afgelegd van het bewijs werden uitgesloten. Ze werden immers verkregen op een manier die ‘zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik van die verklaringen voor het bewijs ontoelaatbaar moet worden geacht.’ Er was geen sprake van ander bewijs dus het boetebesluit werd alsnog vernietigd. Opmerkelijk genoeg was de rechtbank Amsterdam in zijn eerdere uitspraak niet tot dat oordeel gekomen. Bij mijn weten is dit de eerste uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak met zo’n beslissing.