27 jan
13:15 - 17:00
Pensioen: 'Outside In'. De oude dag: een nieuwe rol voor de pensioensector op weg naar meer welvaart, of naar meer welzijn?

Pensioenseminar 2020

Op maandag 27 januari 2020 vond de 9e editie plaats van het Pensioenseminar bij de Universiteit van Maastricht. Het thema van het seminar was 'Pensioen: Outside In - De oude dag: een nieuwe rol voor de pensioensector op weg naar meer welvaart, of naar meer welzijn?'.

<a name="Boven"></a>


 

Lees hier het verslag van de dag, per programma-onderdeel:

 Inleiding ‘Waar staan we in Europa?’
Middagvoorzitter Drs. Janwillem Bouma | PensionsEurope

 Pension Approach in Europe
Matti Leppälä LL.M. MBA | PensionsEurope / High-level Group of Experts on Pensions

 Veroudering vanuit internationaal perspectief, levensverwachting en demografie van veroudering
Dr. David van Bodegom | Leyden Academy / LUMC

 Meer grip met een financieel regisseur
Dr. Alwin Oerlemans | APG Asset Management

 Central banking, technologieën en pensioen
Prof. dr. Dirk Broeders | UM / DNB

 Afsluiting
Drs. Janwillem Bouma | PensionsEurope

Achtergrondschets thema

De huidige discussie speelt rondom de betaalbaarheid van het pensioen. Is het echter niet tijd voor een volgende stap in Nederland en bewust te kiezen voor een bredere pensioenbenadering, rekening houdend met data en gebruikmakend van nieuwe technologieën en de invloed die daarvan uitgaat? Wat is de samenhang tussen pensioen, zorg, wonen en werk en hoe kan dit in onderling verband gebracht worden en daarmee bijdragen aan de levensstandaard van ouderen? De integrale benadering van inkomens- en vermogenssituatie en het welzijn van de burger op zijn of haar oude dag staat nog in de kinderschoenen.

Deze en andere vragen zijn aan de orde gekomen tijdens het 9e Pensioenseminar in Maastricht door de ‘Outside In’ benadering, waarbij pensioenen worden bekeken vanuit meerdere invalshoeken: het Europese, de medische, de trends, het individu, maar ook vanuit de toezichthouder en tot slot de mogelijke technologische ontwikkelingen. De eerste twee presentaties waren vanuit een Europees perspectief ingestoken met aandacht voor met name financiële en regelgevende perikelen, waarna in de derde presentatie vanuit de ‘Outside In’-bril de toenemende levensverwachting vanuit een gezondheidsperspectief werd bekeken en de parallellen konden worden vastgesteld. De vierde presentatie betrof de personalisering van pensioen en de individuele financiële coaching die daarbij nodig is. Tot slot werd in de laatste presentatie de koppeling gelegd met de financiële houdbaarheid en de impact van technologische ontwikkelingen.

<a name="Inleiding"></a>

Klik hier voor een uitgebreide foto-impressie

Inleiding ‘Waar staan we in Europa?’
 

Drs. Janwillem Bouma | PensionsEurope
 

Janwillem Bouma (voorzitter PensionsEurope) ving de middag aan met een blik naar waar we staan in Europa ten aanzien van pensioen en introduceerde daarbij drie discussiepunten. Ten eerste is er de vraag hoe lang men echt gezond leeft. Hierbij wijzen Europese statistieken uit dat de gezonde levensfase ongeveer 80% van de levensverwachting is en het kantelpunt van de gezonde naar de ongezonde levensfase min of meer gelijkligt voor de man als de vrouw. Gegeven de lagere levensverwachting voor mannen, stelde Bouma dat mannen proportioneel meer gezond leven dan vrouwen. Van Bodegom ging in zijn presentatie verder op dit onderwerp.

Drs. Janwillem Bouma | PensionsEurope
Download de presentatie

Ten tweede stelde Bouma dat pensioen tegenwoordig niet meer alleen de uitkomst is van premie en beleggingsresultaten. Met de ESG-factoren (Environmental, Social, Governance) waaraan pensioenfondsen moeten voldoen, moet pensioen breder gezien worden als de samenloop van premie, beleggingsresultaten en ESG-factoren. Daarmee ziet pensioen niet alleen op welvaart, maar ook op het maatschappelijk welzijn. In dat kader verschillen de meningen rondom de kwalificatie van pensioenfondsen. Uit bijvoorbeeld de geschiktheidsregeling van DNB is het mantra van een financiële instelling terug te vinden. Echter een pensioenfonds als uitvoerder van een afspraak tussen sociale partners en maatschappelijk investeerder, kan ook worden gezien als sociaal instituut. Daarbij stond Bouma met name stil bij de rol van de sociale partners.

Als laatste stelling opperde Bouma dat alle vormen van pensioensparen nodig zijn: een multi-pillar approach, met zowel omslagfinanciering als kapitaaldekking via private besparingen. Dat laatste kan weer zowel individueel als collectief en zowel verplicht als vrijwillig worden ingegeven. Deze stelling wordt kracht bijgezet met de tabel van de OESO, waarbij pensioensystemen en beleidsdoelstellingen gecategoriseerd staan weergegeven. Hieruit kan Bouma eigenlijk niets anders concluderen dat multi-pillar solutions de enige manier zijn om de gezonde oude dag te kunnen financieren.

Bouma vervolgde met de vele veranderingen in de Europese pensioenmarkt de afgelopen 20 jaar en huidige tendensen. Hierbij heeft veel nadruk gelegen op houdbaarheid van pensioen, met name ten aanzien van omslaggefinancierde pensioenen. Het regelgevend kader hieromtrent vormt een nationale aangelegenheid, aangezien het pensioenkader een voortvloeisel vormt uit het overleg tussen sociale partners en de overheid. Desalniettemin heeft Europa een sterke invloed op de nationale begroting en de economische politiek van een land heeft. Via het Europese Semester worden landen een richting op bewogen en daarnaast profiteren pensioenfondsen van de geïntegreerde en efficiënte Europese markten.

Vandaag de dag begint de discussie zich meer te verplaatsen naar de adequaatheid van pensioen, met name door de diversiteit in de arbeidsmarkt. Daarbij vindt erosie plaats aan de rol van de sociale partners, met name doordat jongeren minder geïnteresseerd en vertegenwoordigd zijn in het sociale model. Juist het sociale partnermodel beïnvloedt het succes van een pensioenstelsel volgens Bouma. Om een sterk pensioenstelsel als het Nederlandse te kunnen exporteren is goede sociale cohesie nodig, naast de wijze waarop men het gesprek met elkaar voert: een sociaal dialoog binnen de bedrijfstakken, waar nog eens een wettelijke verplichting overeen gaat. Bouma sloot af met de conclusie dat op EU-niveau geen one-size-fits-all oplossing mogelijk is voor vraagstukken rondom houdbaarheid en adequaatheid, maar wel dat het sociaal dialoog en sterke industriële banden van groot belang zijn deze vraagstukken nationaal te kunnen oplossen.

Boven

<a name="Leppala"></a>Pension Approach in Europe

Matti Leppälä LL.M. MBA | PensionsEurope / High-level Group of Experts on Pensions

 

Matti Leppälä (Secretaris-generaal/CEO PensionsEurope en lid van de High Level Group on pensions) ging met zijn presentatie in op de verschillende pensioeninvalshoeken binnen Europa. Hierbij kan het bekende driepijlermodel ter afbakening gelden voor de vraag of een EU wet wel of niet geldt voor een nationale pensioenregeling. In de Europese pensioenregels komt complementariteit namelijk nadrukkelijk naar voren: de Verordening 883/2004 is alleen van toepassing op de sociale zekerheid (1e pijler) en niet op de tweede pijler, waarop weer de pensioenfondsenrichtlijn van toepassing is. Wanneer de een van toepassing is, bestaat automatisch een uitzondering op de ander. Het werkelijke pensioenlandschap in Europa is echter minder zwart/wit, het pensioeninkomen komt voort uit een breder scala aan bronnen/pijler die niet identiek te kwalificeren zijn. Deze diversiteit komt terug in de verantwoordelijkhedenverdeling tussen de overheid en de sociale partners, tussen het individu en het collectief of zelfs familieleden. Ook komt het terug in de kwalificatie van pensioen als sociale uitkering of als uitgesteld loon.

Ondanks de diversiteit zijn een drietal groepen waarneembaar ten aanzien van de rol en omvang van kapitaalgedekte pensioenen:

  • Deze zijn met name groot zijn in de noordelijke EU-landen, waar kapitaalgedekte pensioenregelingen door collectieve onderhandelingen en wettelijke verplichtstellingen breed zijn uitgerold. Collectieve pensioenovereenkomsten zijn ook in Duitsland en België in opkomst, maar deze zijn niet verplicht gesteld en beperken zich daardoor slechts tot het bedrijf zelf. Het effect is desalniettemin groot, in bedrijven met aanvullende pensioenregeling worden snel vervangingsratio’s van 60% behaald.
  • In de Angelsaksische landen van VK en Ierland vond een erosie van de pensioenstelsels plaats, met name omdat aanvullende pensioenen te duur waren voor veel bedrijven. Met auto-enrolment wordt deze schade nu ingehaald vanuit de overheid. Dit is een groot succes om in een vrijwillig stelsel mensen in een aanvullende pensioenregeling op te laten nemen.
  • Tot slot zijn er lage vervangingsratio’s in Zuid, Centraal en Oost-Europa, waar collectief pensioenovereenkomsten veelal niet bestaan.

Matti Leppälä LL.M. MBA | PensionsEurope / High-level Group of Experts on Pensions
Download de presentatie

Hierbij moet men volgens Leppälä ervan bewust zijn dat Europese statistieken en afbakeningen een vertekend beeld kunnen geven door EU-definities en nationale afwijkingen. Een kapitaalgedekt component in de eerste pijler, zoals in Finland, wordt niet meegenomen in het ene overzicht en wel in het ander met als gevolg grote verschillen tussen de dekkingsgraden.

Boven

Veroudering vanuit internationaal perspectief, levensverwachting en demografie van veroudering

<a name="Bodegom"></a>

Dr. David van Bodegom | Leyden Academy / LUMC

David van Bodegom (arts Leyden Academy) sprak als Outside-In gastspreker over ouder worden vanuit het internationale gezondheidsperspectief. Van de kinderen van tegenwoordig gaat de helft de 100 jaar halen, maar de vraag daarbij is ‘hoe word je gezond oud?’. Iedereen weet wel hoe dat kan worden behaald, maar toch is het moeilijk in de uitvoering. Waar de kosten direct voelbaar zijn, in de vorm van ongezonde dingen laten, zijn de voordelen pas ver in de toekomst merkbaar. Daarbij is een duidelijke overlap met pensioen: je moet vroeg beginnen, maar toch gebeurt het te weinig of niet. Daarbij wordt met jaloezie gekeken naar pensioen, waar sparen verplicht kan worden gesteld maar verplicht gezond leven zit er niet in. Deze presentatie en de inzichten van mensen gezond laten leven kunnen als inspiratie gelden voor juist die groepen in het pensioenstelsel die we niet kunnen verplichten en toch willen laten sparen voor de toekomst.

Dr. David van Bodegom | Leyden Academy / LUMC
Download de presentatie

Een overzicht door de jaren heen van de sterfteproporties en levensverwachting laat een verschuiving van sterfte bij kinderen naar sterfte bij ouderen en een continue wisseling tussen landen als koploper in levensverwachting zien. De grafische weergave van de levensverwachting laat tevens zien dat deze in een rechte lijn stijgt en ook blijft stijgen. Van Bodegom deduceerde uit deze statistieken dat per 160 kalenderjaren 40 extra levensjaren, dus per kalenderweek 2 extra levensdagen aan levensverwachting erbij komen. Dit gaat niet tot in het oneindige door, door het verouderingsproces zit hier echter wel een biologisch limiet aan. Deze veroudering is niets meer dan slijtage van lichaamsweefsel, dat niet perfect wordt hersteld. Dit proces begint al 9 maanden voor de geboorte.

De vitaliteit gedurende het verouderingsproces kan door de levensstijl significant verschillen. Uit het onderzoek van Van Bodegom naar de vitaliteit bij oudere Ghanezen, wezen de resultaten daadwerkelijk uit dat zij anders oud worden dan de zogenoemde Westerlingen. De oorzaak hiervan ligt in de (over-)consumptie en de hoeveelheid lichaamsbeweging. Dit moet niet per definitie als persoonlijke fout of verantwoordelijkheid worden gezien, maar eerder die van de plek, het milieu waarin men verkeert, aldus Van Bodegom. In de huidige westerse samenleving hoeft de jager in ons niet meer te zoeken naar voedsel, maar is er eerder een overvloed. Ook lichaamsbeweging wordt zoveel mogelijk weggenomen door technologie. Toch weten we wat goed is, waarom doen we het dan toch niet? Van Bodegom stelt dat mensen lui zijn, of vriendelijker gezegd: efficiënt (voor de korte termijn). Uit de meerdere overzichten van de BMI in Amerika en Nederland blijkt hoe groot het probleem van overgewicht is geworden. Dit is de oorzaak waarom 1 op de 3 kampt met ouderdomsuikerziektes en hart- en vaatziekten een grote doodsoorzaak is. De Ghanezen leren ons dat anders ouder worden echter wel kan.

Uit de gezondheidssector blijkt dat in de spreekkamer patiënten voorlichten en adviseren niet effectief werkt, gezien de (blijvende) toenames in BMI en daaraan gerelateerde ziekten. In zijn boek pleit Van Bodegom daarom voor een alternatieve aanpak. Met behulp van voorbeelden als de middelste planken in de supermarkt en de koelkast blijkt hoe onze keuzes automatisch worden gemaakt en hoe we worden verleid. Dit kan veranderen door in de middelste vakken juist de gezondste opties weer te geven, verleidingen niet zichtbaar te maken en ook staan meer het nieuwe normaal te laten worden. De defaults moeten derhalve anders geprogrammeerd worden. Al met al, concludeerde Van Bodegom dat de omgeving ons gezond oud kan laten worden. Daarbij is de faciliterende rol van groot belang en niet zozeer de adviserende. Health & wealth zijn beide nodig voor een plezierige dag, maar vereisen ook beide een lange termijnvisie. Met name daarom zijn misschien meer best-practices te delen dan men op het eerste oog zou verwachten.

Boven

<a name="Oerlemans"></a>Meer grip met een financieel regisseur

Dr. Alwin Oerlemans | APG Asset Management

Alwin Oerlemans (Hoofd Product Management APG Asset Management) stond als eerste spreker na de pauze stil bij de constatering dat het voor mensen vaak moeilijk is om beslissingen te nemen en op welke wijze technologische ontwikkelingen hierin een uitkomst kunnen bieden. In het eerste deel van de presentatie werd nader ingegaan op de ontwikkeling – en de bijbehorende gevolgen – dat risico’s de afgelopen jaren steeds meer naar het individu zijn verschoven. Mensen worden steeds vaker op zichzelf teruggeworpen volgens Oerlemans. In het tweede deel van de presentatie werd vervolgens ingegaan op enkele nieuwe technologieën – waaronder pensioenplanningsplatforms –  en de wenselijkheid en noodzakelijkheid van een ‘financiële huisarts’. Volgens Oerlemans komen er steeds meer hulpmiddelen waardoor wij ons leven beter en mooier kunnen inrichten. De centrale vraag die hierbij gesteld kan worden is: Gaat deze technologie ons helpen om ons leven te plannen en te regelen of hebben wij daar meer voor nodig? Daar komt de financieel adviseur om de hoek.

Dr. Alwin Oerlemans | APG Asset Management
Download de presentatie

Om ook een goede levensstandaard te kunnen handhaven na pensionering, is het volgens Oerlemans van belang om bij het plannen van de financiële toekomst voortaan zes in plaats van de gebruikelijke drie pensioenpijlers – staatspensioenen, aanvullende werkgeverspensioenen en particuliere polissen – in acht te nemen. Een deel van het inkomen voor later zal namelijk ook afkomstig zijn van hetgeen buiten het pensioensysteem om wordt opgebouwd. Mensen hebben namelijk ook andere assets, zoals een spaarrekening (vierde pensioenpijler) en een eigen woning (vijfde pensioenpijler). Gezien de pensioenpot en huizenvoorraad zitten de assets in Nederland voornamelijk in de tweede en vijfde pensioenpijler. Daarnaast wordt vaak vergeten dat arbeid (zesde pensioenpijler) kan dienen als bron voor inkomen. Arbeid is immers de beste manier om een financiële toekomst zeker te stellen, aldus Oerlemans. Ook andere middelen zoals spaargeld, een eigen woning en langer door blijven werken (fulltime/parttime) spelen dus een belangrijke rol bij het plannen van de financiële toekomst.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de armoede onder gepensioneerden laag is. Wat volgens Oerlemans echter een zorgelijke ontwikkeling is, is dat uit deze cijfers ook blijkt dat met het opschuiven van de pensioenleeftijd ook de groep mensen die niet meer rond kunnen komen toeneemt. Als mensen hun financiële toekomst zelf moeten plannen, dan dien je volgens Oerlemans goed na te denken over de wijze waarop dit kan worden gerealiseerd. Voor mensen is het namelijk vaak moeilijk om complexe producten – zoals een hypotheek of pensioenproduct – te begrijpen. Sommige mensen dienen hierbij te worden geholpen. Voor een grote groep Nederlanders geldt immers dat zij zich zorgen maken over hun financiële situatie. Daarbij komt dat het van belang is om te realiseren dat mensen verschillend zijn en de persoonlijke situatie van iemand van vandaag op morgen (ingrijpend) kan veranderen.

Op het gebied van de maatschappelijke ontwikkelingen kan volgens Oerlemans worden gedacht aan vergrijzing, individualisering en disruptie. Een voorbeeld – zoals ook blijkt uit het recent verschenen rapport van de Commissie-Borstlap – betreft de veranderende arbeidsmarkt. Er is sprake van grote heterogeniteit in de samenleving waarbij geldt dat alles geënt dient te zijn op de karakteristieken van een individu. Door nieuwe technologieën en het inzicht dat wij hebben ligt er volgens Oerlemans een goede basis om ons leven te regelen. Deze nieuwe technologieën bieden dus mogelijkheden, maar er liggen nog veel belangrijke groeikansen.

De afgelopen jaren zijn ook in de pensioensector diverse planningsplatforms ontwikkeld. Veel mensen maken hiervan gebruik, maar het is de vraag of deze pensioenplanningsplatforms ook daadwerkelijk aanzetten tot actie. Oerlemans vraagt zich derhalve af of een ‘financiële huisarts’ in het leven dient te worden geroepen waar mensen met financiële vragen bij terecht kunnen. De ambitie is om een financieel adviseur te vinden die de consument gaat helpen om zijn weg door het oerwoud te vinden teneinde zijn eigen financiële toekomst beter te (kunnen) plannen. In de praktijk wordt namelijk gemerkt dat mensen voor belangrijke financiële beslissingen graag met een mens van vlees en bloed – en dus geen robot – willen spreken om de knoop door te hakken en tot actie over te gaan. In de nieuwe wereld waarin mensen zelf de risico’s dragen bieden pensioenplanningsplatforms uitkomst, maar je hebt volgens Oerlemans echter ook veel aan een financieel adviseur. Gegeven de infrastructuur waarin wij werken luidt de hoofdvraag derhalve als volgt: Kunnen wij met elkaar erover nadenken wat een betere infrastructuur is naast digitale platforms, zodat mensen ergens terecht kunnen als zij persoonlijke financiële vragen hebben?

Boven

<a name="Broeders"></a>



Central banking, technologieën en pensioen


Prof. dr. Dirk Broeders | UM / DNB


De laatste presentatie werd verzorgd door Dirk Broeders (hoogleraar Pension Finance and Regulation aan de UM en Senior Risk Manager bij DNB). Hij startte zijn presentatie met het technische aspect achter de veranderende pensioenmarkt. Daarna ging hij in op de wijze waarop nieuwe technologieën ingezet kunnen worden om pensioenstelsels te laten meegroeien met deze veranderingen.

Prof. dr. Dirk Broeders | UM / DNB
Download de presentatie
 

Inflatie is een risico voor de pensioenvoorziening in Nederland, want inflatie knaagt spreekwoordelijk aan de pensioenkoopkracht. De doelstelling – gericht op prijsstabiliteit – van het monetair beleid van centrale banken is volgens Broeders derhalve heel belangrijk. De monetaire economen definiëren prijsstabiliteit als een stijging van 2% per jaar. Om deze doelstelling te bereiken is de (beleids)rente momenteel zeer laag teneinde de economische activiteit verder te stimuleren en de inflatie opwaarts te bewegen richting die 2%. De lagere rente en een hogere levensverwachting zijn echter externe factoren. Alle pensioencontracten worstelen met deze externe factoren. Ten aanzien van de discussie omtrent de rekenrente is Broeders overigens van mening dat dit geen oplossing is voor de bestaande problematiek. Door de rekenrente artificieel te verhogen worden namelijk ook de dekkingsgraden artificieel verhoogd. In feite treedt er dan een herverdeling op (het appeltaartprincipe). Met inachtneming van de toekomst van het pensioenstelsel is het volgens Broeders belangrijk om aandacht te besteden aan de maatschappelijke houdbaarheid van pensioen, waarbij naast de externe factoren ook de veranderingen in de maatschappij in acht dienen te worden genomen.

De centrale vraag die gesteld kan worden is op welke wijze nieuwe technologieën ingezet kunnen worden om pensioenstelsels te laten meegroeien met de voormelde veranderingen. Broeders is van mening dat geen pensioencontract optimaal is voor de heterogene groep Nederlanders. Het is volgens hem derhalve van belang om pensioen van een andere kant te bekijken. Een pensioenfonds begeleidt mensen immers hun hele financiële leven en tijdens een aantal belangrijke beslissingen. De beslissingen omtrent sparen, beleggen, ontsparen en risicodeling vormen volgens Broeders de belangrijkste beslissingen in iemands leven. De vervolgvraag die gesteld kan worden is op welke wijze pensioenplanningsplatforms gevisualiseerd kunnen worden. Pensioen richt zich in feite op een optimale consumptiespreiding gedurende iemands levenscyclus. Om dit op een efficiënte wijze te kunnen bewerkstelligen dient dit volgens Broeders op een collectieve wijze te worden ingericht. Pensioenplanningsplatforms dienen daarnaast enerzijds een collectief te kunnen dienen en anderzijds maatwerk te kunnen leveren. Op deze wijze kunnen de vier voormelde functies worden afgestemd op de preferenties van de individuele deelnemer. Deze functies genereren extra welvaartseffecten waar de deelnemer voordeel van heeft. Een ander voordeel van pensioenplanningsplatforms heeft te maken met het eigendomsrecht, aldus Broeders. De waarde die via/in pensioenplanningsplatforms is opgebouwd kan namelijk worden afgelezen uit de onderliggende activa. Een bijkomend voordeel is dat hierdoor ook de betrokkenheid van deelnemers kan worden vergroot. In het kader van deze innovatieve technologieën is volgens Broeders daarnaast ook een rol weggelegd voor databeheer enerzijds en data-analyse anderzijds. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het consolideren, valideren en visualiseren van data tot informatie waarvan pensioenfondsbestuurders gebruik kunnen maken. Een tweede vraag hierbij is op welke wijze data kan worden geanalyseerd ten behoeve van de pensioenvoorzieningen. Nieuwe technologieën kunnen bijvoorbeeld worden ingezet om financiële markten te analyseren, het portefeuillebeheer verder te optimaliseren en ook om de implementatie van portefeuille strategieën op de meest efficiënte manier in te richten.

Broeders sloot af met de conclusie dat veel mensen geen keuze willen/kunnen maken omdat zij geen betrokkenheid hebben bij hun financiële reilen en zeilen. Voor die mensen dient er een goede default te zijn. Ook indien zij geen beslissing nemen dienen zij toch een goed pensioen over te houden. Er blijft echter ook een groep die een zekere mate van flexibiliteit wenst ten aanzien van sparen, ontsparen, beleggen en risicodeling. Wat Broeders betreft zou die keuzevrijheid vooral gericht dienen te zijn op het bieden van keuzes die gericht zijn op het realiseren van een beter pensioen. Vanuit het perspectief van de pensioenaanbieder is Broeders van mening dat er meer dient te worden nagedacht over de wijze waarop het desbetreffende pensioencontract kan worden ontleed naar de vier voormelde functies en op welke wijze die functies optimaal kunnen worden ingericht voor het realiseren van het onderliggende pensioendoel. Er dient nog meer gestuurd te worden op het verminderen van kosten en fricties die het systeem complex maken. Dit kan volgens Broeders worden bewerkstelligd door gebruik te maken van technologieën.

Boven

<a name="Afsluiting"></a>Afsluiting

Drs. Janwillem Bouma | PensionsEurope

Pensioenen staan midden in de maatschappij. Dit blijkt ook als er wordt gekeken naar de verbinding met wonen, zorg, politiek, individualisering en technologie. Wij leven in Nederland op een eiland en wij hebben een discussie die in het Haagse loopt, maar wat er in de wereld gebeurt gaat af en toe net wat sneller. Hierbij maakt het volgens Bouma niet uit of dat nu vanuit Europa of vanuit de bigtechs vandaan komt. Daarnaast dient te worden gerealiseerd dat landen historisch gezien vaak een heel andere achtergrond hebben. In België wordt bijvoorbeeld relatief weinig collectief pensioen opgebouwd, aangezien in België de nadruk op eerste pensioenpijler ligt. Daar staat echter tegenover dat veel Belgen hun huis hebben afbetaald. Hoewel landen dus verschillend zijn, is het Nederlandse vertrekpunt heel goed. Tijdens het 9de Pensioenseminar is duidelijk geworden dat je niet jong genoeg kunt beginnen met het aspect pensioen, het aspect jong en oud, het aspect gezondheid, het aspect pensioenen en het aspect van een gezonde toekomst. Kortom, het begint met financiële educatie.

De Raad van Advies – bestaande uit prof. dr. Anouk Bollen-Vandenboorn (voorzitter), prof. dr. Roland Brandsma, Janwillem Bouma, Gerard Rutten en Lilian van Duijnhoven – kijken terug op een geslaagd Pensioenseminar in de lijn van het thema ‘Pensioen: Outside In’. Het is van groot belang om te bezien wat het Nederlandse pensioenstelsel kan leren van de wereld buiten Nederland. Dat kan vanuit Europees en een landen perspectief zijn, maar ook vanuit een andere discipline. De organisatie verwelkomt alle input voor het 10de Pensioenseminar om dit thema verder uit te diepen en kijkt uit naar het Pensioenseminar op maandag 25 januari 2021.

Pensioenseminar 2020 Slide Save the Date.pdf

Save the date!

Lees ook

  • 23 apr 30 jun
    14:00 - 15:30

    Globalization & Law Network Seminar Series 2023 - 2024

    Het Globalisation & Law Network is samengesteld door een groep onderzoekers van de Universiteit Maastricht, met verschillende achtergronden, die vanuit een holistisch perspectief de rol van het recht in een globaliserende samenleving bestuderen. Uitgenodigde experts geven een presentatie over een...

  • 23 apr 25 jun
    14:00 - 15:30

    MCEL Seminars

    MCEL organiseert maandelijkse onderzoeksseminars waarvoor sprekers worden uitgenodigd om een ​​specifiek onderwerp op het gebied van het Europees recht te bespreken. Deze seminars zullen fysiek en online plaatsvinden. In het academisch jaar 2023/2024 zijn de seminars gecentreerd rond het thema...

  • 24 apr
    11:00

    M-EPLI Talks

    M-EPLI Talks bieden een forum om academisch werk en ideeën te delen. Deze bijeenkomsten vinden gedurende het studiejaar twee keer per maand plaats aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.

Meer events