Grondslagen en methoden van het Recht

Binnen de capgroep worden de grondslagen en methoden van het recht bestudeerd vanuit fundamenteel juridische en metajuridische invalshoeken. De capaciteitsgroep doet onderzoek en verzorgt onderwijs op het terrein van de rechtsgeschiedenis, de rechtsfilosofie, de rechtstheorie, het burgerlijk procesrecht, en de sociale wetenschappen.

Rechtshistorici bestuderen de wordingsgeschiedenis van het recht met als doel te geraken tot een beter begrip van geldende leerstukken. Bovendien is de rechtsgeschiedenis behulpzaam bij het blootleggen en verklaren van de verwantschap tussen de verschillende Europese en niet-Europese rechtsstelsels. Hierdoor kunnen ook wegen naar een toekomstig geharmoniseerd recht in Europa en daarbuiten worden aangegeven. De actualiteit van deze problematiek spreekt voor zich, niet alleen binnen de European Law School, maar ook in het kader van de opleiding Nederlands Recht, waarin Europese en mondiale perspectieven aan belang winnen.

Rechtsfilosofen zoeken naar antwoorden op vragen naar de aard van het recht en de wenselijke inhoud van het recht, betrekkelijk los van wat het hier en nu geldende recht daarover voorschrijft. Vragen die in dit verband aan de orde kunnen komen zijn waarin het recht van de moraal verschilt, of er een plicht bestaat om het recht te gehoorzamen, wat het bestaan van staat rechtvaardigt, waarom mensen die iets verkeerds hebben gedaan gestraft mogen worden, waarom overeenkomsten bindend zijn en waarom de staat belastingen mag heffen.

Waar de rechtsfilosoof zich voornamelijk bezig houdt met normatieve vragen ten aanzien van het recht, richt de rechtstheoreticus zijn aandacht meer op het redeneren van de jurist en op algemene kenmerken van rechtssystemen. Typische rechtstheoretische vragen zijn hoe je rechtsregels correct kunt interpreteren, of je rechtsregels soms buiten toepassing kunt laten of onverbindend verklaren, wat rechten zijn en hoe ze zich verhouden tot plichten en tot bevoegdheden. Ook de logica en de wetenschapsfilosofie van het recht en zou men als onderdelen van de rechtstheorie kunnen beschouwen.

De processualist houdt zich op privaatrechtelijk terrein bezig met de bestudering van de vigerende stelsels van burgerlijk procesrecht. Hierbij ligt in de context van een wetenschappelijke benadering de nadruk op de beginselen van procesrecht, bijvoorbeeld ‘hoor en wederhoor’, rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid, rechtspraak binnen een redelijke termijn en partij-autonomie (of juist niet). Idealiter staat niet alleen het Nederlandse burgerlijk proces centraal, maar is sprake van een integrale benadering, waarbij het Nederlandse procesrecht wordt geplaatst in de context van de grote, mondiale stromingen binnen het procesrecht. Hierbij vormt de historische context een onmisbare schakel.

De sociaalwetenschappelijke bestudering van het recht omvat de economische, sociologische en bestuurskundige benadering van het recht. In de economische analyse van het recht wordt recht opgevat als een techniek om met schaarse middelen om te gaan. Zo is het zinvol te vragen of schuld- dan wel risico-aansprakelijkheid voor - bijvoorbeeld - kinderen of dieren maatschappelijk gezien voordeliger uitpakt. Rechtssociologen pogen te verklaren waarom in verschillende landen en door verschillende sociale groepen anders met recht wordt omgegaan als gevolg van verschillen in cultuur, organisatie, economische ontwikkeling en de verdeling van macht en rijkdom. Men onderzoekt bijvoorbeeld waarom sommige groepen meer en andere minder een beroep (kunnen) doen op rechters, advocaten en andere rechtshelpers. Ook de maatschappelijke gevolgen van rechtsregels (‘law in action’ in plaats van ‘black letter law’) is een belangrijk thema voor rechtssociologe.

Tot de categorie ‘sociaalwetenschappelijke bestudering van het recht’ kunnen gedeeltelijk ook de bestuurskundigen worden gerekend. Bestuurskundigen bestuderen de politieke en maatschappelijke uitwerking van verschillende wijzen van inrichting van het openbaar bestuur. Onderzoeksvragen daarbij zijn bijvoorbeeld 'Kan de lokale democratie worden verbeterd door middel van een referendum?', 'Wat betekent in de praktijk 'zorgvuldig en integer bestuur' tegen de achtergrond van de regelgeving, en hoe kunnen problemen hieromtrent worden aangepakt?' 'Welke mogelijkheden en problemen hebben overheden bij het leggen van contacten buiten de landsgrenzen?' of 'Hoe werkt Europese regelgeving door op lokaal en provinciaal niveau?'. Het publiek recht (staats- en bestuursrecht) levert het startpunt en kader voor vragen over de sociale, politieke en bestuurlijke praktijk.

Op alle genoemde terreinen zijn leden van de capaciteitsgroep werkzaam, zij het dat - vanzelfsprekend - niet alle mogelijke onderzoeksthema’s worden behandeld. Zwaartepunten van het onderzoek van de capaciteitsgroep zijn de aard van de rechtswetenschap en de algemene begrippen van het (privaat)recht, de geschiedenis van het privaatrecht in Nederland en Europa en de Limburgse rechtsgeschiedenis, beginselen en grondslagen van burgerlijk procesrecht, lokaal en regionaal bestuur, de effectiviteit van regelgeving en de invloed van organisaties op recht en samenleving.

Voor studenten is het echter vooral van belang te weten dat zij op alle bovengenoemde gebieden bij leden van de capaciteitsgroep terecht kunnen.

In het bachelor curriculum is de capaciteitsgroep verantwoordelijk voor de blokken Rechtsgeschiedenis/Legal History, de Oefenrechtbank, Metajuridica, en States, Markets & European Integration. Verder heeft zij een belangrijk aandeel in het blok Inleiding en het Practicum. Bovendien is de capaciteitsgroep verantwoordelijk voor het rechtshistorisch gedeelte van de blokken Europees en Internationaal Recht en Comparative Contract. Daarnaast verzorgt de vakgroep het blok Comparative Civil Procedure.

Secties

Vooraf
Bij de capaciteitsgroep Grondslagen en Methoden van het Recht zijn vakken ondergebracht waarin de geldende rechtsregels mede bestudeerd worden vanuit meer fundamentele, metajuridische perspectieven en vanuit niet-juridische disciplines. Centraal staat bijvoorbeeld de vraag naar de historische en maatschappelijke achtergronden en functies van regelgeving (rechtshistorische en maatschappijwetenschappelijke bestudering van het recht) dan wel de vraag naar de instrumenten van recht en rechtswetenschap (logica, begrippenkader) (rechtstheorie), of vragen naar de normatieve grondslagen van recht en staat (rechtsfilosofie). Het gaat dus mede om vakken waarin vragen over recht worden gesteld vanuit disciplines die in andere faculteiten worden gedoceerd (de sociologie, de economie, de politieke en de bestuurswetenschappen, de historische wetenschappen en de filosofie). Tevens staan puur juridische vakken als burgerlijk procesrecht en de juridische dogmatiek vanuit historisch perspectief op het tableau.

Op al deze vakgebieden is de capaciteitsgroep zowel in het onderwijs als het onderzoek vertegenwoordigd. Hieronder wordt in een korte presentatie voorzien. 
In het algemeen kan worden gezegd dat de capgroep voorziet in de brede intellectuele en sociaal-culturele basis voor het juridisch denken. Het gaat om vakken die aantrekkelijk zijn voor al diegenen die niet alleen geïnteresseerd zijn in de vraag waarom het recht nu (toevallig) zus of zo in elkaar zit, maar die meer willen weten over het functioneren van het recht in de maatschappelijke realiteit of die geboeid zijn door de vraag hoe je overtuigend kunt redeneren in het recht en op welke diepere lagen van rechtvaardiging van rechtregels je daarbij een beroep kunt doen. Kortom, de capgroep richt zich op studenten die het recht in volle omvang en vanuit een breed maat- en wetenschappelijk perspectief willen leren kennen.

Rechtsgeschiedenis

Algemeen
Rechtsgeschiedenis heeft tot doel het verschaffen van inzicht in de wordingsgeschiedenis van ons huidige recht. Rechtshistorische kennis leidt tot een beter begrip van dit recht. Binnen de rechtsgeschiedenis kan men, in onderwijs en in wetenschap, een groot aantal chronologische en thematische invalshoeken onderscheiden, zoals Romeins recht, receptiegeschiedenis, geschiedenis van het publiekrecht, strafrechtsgeschiedenis en lokale en regionale rechtsgeschiedenis.

Bestudering van deze onderwerpen brengt met zich, dat men over de (huidige) landsgrenzen heen dient te kijken. Beoefening van de rechtsgeschiedenis is daarmee niet alleen ‘nuttig’, maar zelfs van levensbelang voor juristen die zich gaan bewegen op een markt die meer en meer wordt beheerst door regelgeving vanuit Brussel. En dit geldt niet alleen voor de studenten van de European Law School, maar juist ook voor studenten Nederlands Recht, die in hun beroepsuitoefening veelvuldig zullen worden geconfronteerd met recht uit Europa en van daarbuiten. Mede daarom wordt in Maastricht veel aandacht besteed aan rechtshistorisch onderwijs.

Onderwijs
De Sectie verzorgt rechtshistorisch onderwijs in de Bachelor Nederlands Recht, Fiscaal Recht en European Law School. In de eerste plaats is er het eerstejaarsblok Rechtsgeschiedenis/Legal History. In de tweede plaats komt de rechtsgeschiedenis aan bod in de vorm van colleges die verspreid over de blokken van de bachelorsfase worden aangeboden (wisselende onderwerpen). Bovendien verzorgt de Sectie onderwijs in de geschiedenis van het publiekrecht in het blok Europees en Internationaal Recht/European and International Law en van het privaatrecht in het blok Comparative Contract Law. Daarnaast bevat het blok Metajuridica een zware rechtshistorische component. Bovendien verzorgt de sectie het keuzevak Comparative Civil Procedure, waarin ook de geschiedenis van het burgerlijk procesrecht in Europa aan bod komt. De geschiedenis van het burgerlijk procesrecht is o.a. van belang in het kader van voorstellen om te komen tot harmonisering van procesrecht in de Europese Unie. Harmonisering kan worden vereenvoudigd indien men zich ervan bewust is in welke mate de verschillende procesrechten in Europa aan elkaar verwant zijn. Het blok biedt tevens een inleiding in het burgerlijk procesrecht van Engeland en Wales, Duitsland en Frankrijk. Voor elke student die een carrière in de praktijk ambieert, is dit blok een aanrader.

Onderzoek
De Sectie rechtsgeschiedenis verricht onderzoek in het kader van de Onderzoeksschool Ius Commune (onder andere in het programma Grondslagen en Beginselen van Burgerlijk Procesrecht in Europa).

Algemene rechtsleer

Onderwijs
Aandacht voor de economische achtergronden van het recht in het algemeen en van de Europese Unie komt aan de orde in de blokken Metajuridica respectievelijk  States, Markets & European Integration. 

De algemene rechtsleer in engere zin komt aan de orde in het blok Inleiding, via de algemene begrippen van het recht en de rechtsvinding en in het eerstejaars Practicum.

Rechtsfilosofische vragen, met name met betrekking tot de aard van het recht, komen aan de orde in het bachelor keuzeblok Legal Philosophy en ook enigszins in het blok Inleiding.

Politieke Wetenschappen

De politieke wetenschappen omvatten drie deeldisciplines: de politicologie, de bestuurskunde en de leer der internationale betrekkingen. Twee van deze disciplines zijn aan de FdR vertegenwoordigd. De leer der internationale betrekkingen is ondergebracht bij de capaciteitsgroep Internationaal en Europees Recht, de bestuurskunde bij de capaciteitsgroep Grondslagen en Methoden.

Bestuurskunde 
De Bestuurskunde wordt wel omschreven als de wetenschap die zich bezighoudt met de inrichting en werking van het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur omvat de gezagsdragers en het ambtelijk apparaat. Daarbij richt de bestuurskunde zich vooral op praktische vraagstukken die te maken hebben met het bestuur, de organisatie en het beleid van organisaties in het openbaar bestuur; en dit alles in relatie tot de omgeving van het openbaar bestuur.

Onderzoek 
In de capaciteitsgroep Metajuridica is het bestuurskundig onderzoek ondergebracht in het Centrum voor Euregionale en Lokale Studies (CELS). In dit centrum participeren ook onderzoekers van de Open Universiteit in Heerlen. Binnen dit centrum wordt onderzoek gedaan op het vlak van het lokale en regionale bestuur in internationaal en vergelijkend perspectief, bijvoorbeeld naar de grensoverschrijdende samenwerking, of de betrokkenheid van decentrale overheden bij de Europese Unie. 

Onderwijs 
Bestuurskundigen leveren een bijdrage aan het onderwijs in het blok Metajuridica.