22 november 2022

Presteren met een pilletje

De onrust onder ouders en onderwijsinstellingen groeit, nu steeds meer jongeren regelmatig een lage dosis lsd of andere verboden middelen zouden gebruiken om de cognitie te verbeteren. Voor haar promotie dook Nadia Hutten met supervisor Jan Ramaekers in deze maatschappelijke ontwikkeling. Hoe gevaarlijk is zo’n microdosering? En presteren studenten inderdaad beter met een pilletje?

Dan toch maar koffie

Onderzoek als dat van Hutten is belangrijk, aangezien we nog weinig weten over de daadwerkelijke impact van lage doseringen drugs. Hoe gevaarlijk is regelmatig gebruik bijvoorbeeld? En geldt dat gevaar ook bij het illegaal slikken van geneesmiddelen als Ritalin? Ramaekers: ‘‘We verwachten niet dat  microdoseren met psychedelica zoals LSD op lange termijn schadelijk zijn voor lichaam en geest. Maar lange termijn data ontbreken op dit moment. Van andere middelen zoals amfetamines is wel bekend dat misbruik kan leiden tot gezondheidsschade. In het gebruik van lsd zien we minder gevaar. Het is geen toxische substantie en staat bekend als een relatief veilige drug. Maar we verwachten ook dat mensen na een lage dosering lsd niet beter gaan presteren dan na een kop koffie. De effecten zijn minimaal.’’

Nieuwe claims

Lange tijd richtte onze maatschappij zich vooral op de negatieve kanten van drugs. Sinds een aantal jaren is er ook vaker aandacht voor mogelijke positieve effecten en klinische toepassingen. Denk aan cannabis als pijnstiller en aan paddenstoelen als antidepressiva. Ramaekers: ‘‘Deze ontwikkelingen zorgen voor een steeds positievere kijk op drugs, wat weer resulteert in nieuwe soorten gebruik, zoals de microdoseringen van psychedelica bij het studeren. Het is belangrijk dat we vanuit de wetenschap inspelen op dit soort nieuwe claims en praktijken. We moeten onderkennen dat ze er zijn, ze niet direct wegzetten als flauwekul, en ze vooral kritisch onderzoeken.’’

Vertekend beeld

Door alle maatschappelijke aandacht verschijnen in de media regelmatig berichten over middelen om cognitie te verbeteren. Die berichten geven soms wel een vertekend beeld, aldus Hutten en Ramaekers. Hutten: ‘‘Laatst kopte een publicatie dat maar liefst 20 tot 30 procent van de studenten cognitie verbeterende middelen zou gebruiken, maar dat gaat niet over systematisch gebruik. Het gaat bij die 20 tot 30 procent vooral om studenten die het weleens hebben geprobeerd vanwege studiestress of experimenteerdrift. We zouden dus ook niet gelijk willen spreken van een groot maatschappelijk probleem. Wel kan dit gebruik een signaal zijn voor onderwijsbestuurders; is de studiedruk bijvoorbeeld te hoog?’’

Ramaekers vult aan: ‘‘We moeten transparant communiceren over het gebruik van microdoseringen LSD. Door alle media-aandacht over potentiele toepassingen van microdoseringen psychedelica creëer je verwachtingen. Uit de eerste gecontroleerde studies, zoals die van Nadia, blijkt dat de effecten wel meevallen. Je ziet echter weinig publicaties die daarover berichten en zo de verwachtingen onder gebruikers temperen. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor media en onderzoeksinstituten. Mensen moeten een realistisch beeld krijgen van wat de effecten van een lage dosis drugs kunnen zijn, zodat ze daarna zelf een goede afweging kunnen maken of ze willen gebruiken.’’
 

Geen uitgestippeld traject

Terug naar Huttens promotieonderzoek. Hoe kijkt ze erop terug? Hutten: ‘‘Het was een leerzaam proces, mede dankzij Jan en mijn twee andere supervisors. Jan heeft mij vooral geleerd om vanuit een breder perspectief te kijken.’’ Ook Ramaekers is tevreden. ‘‘Nadia heeft stappen gezet in haar ontwikkeling, als wetenschapster en als mens.’’

Het onderzoek van Hutten biedt veel ruimte voor vervolgstudies. Hutten: ‘‘We kunnen bijvoorbeeld verder inzoomen op de klinische toepassing van microdoseringen drugs, of op de invloed van een lage dosis op verschillende soorten productiviteit of creativiteit. Verder ben ik bezig met een studie met deelnemers ouder dan studenten.’’ Er valt dus nog genoeg werk te verzetten. Hutten hoopt dat ze daarna in de onderzoekswereld kan blijven. ‘‘Maar mijn loopbaan is zeker geen uitgestippeld traject.’’

 

Tekst door: Milou Schreuders
Fotografie door: Harry Heuts

Jan Ramaekers is hoogleraar psychofarmacologie bij de Universiteit Maastricht. Zijn onderzoeksgroep houdt zich vooral bezig met de relatie tussen drugsgebruik en gedrag. Ramaekers studeerde psychologie in Groningen, met als specialisatie functieleer. Sinds 1989 werkt hij bij de UM, waar hij onder andere nauw betrokken was bij de oprichting van het Institute of Human Psychology en de Faculty of Psychology and Neuroscience.