13 maart 2017

Ons falende geheugen

Een herinnering die niet helemaal blijkt te kloppen met de werkelijkheid is in het dagelijks leven onschuldig. Sterker nog: we hebben allemaal dagelijks blinde vlekken in ons geheugen die we invullen met wat er waarschijnlijk gebeurd is. Maar in de rechtbank is het zaak de feiten boven tafel te krijgen. Daarom onderzoekt dr. Henry Otgaar van de Universiteit Maastricht hoe herinneringen tot stand komen, beïnvloed worden of zelfs uit het niets aangepraat kunnen worden.

‘Non-believed memories’
Een ander fenomeen dat hij onderzoekt zijn herinneringen waarvan je eigenlijk zelf denkt dat ze niet echt kunnen zijn: ‘non-believed memories’. “Sommige mensen hebben levendige herinneringen dat ze als kind Sinterklaas op het dak hebben gezien met zijn paard. Ze zien het beeld zo voor zich, terwijl ze als volwassene zeker weten dat het niet kan. Uit ons onderzoek blijkt dat het hebben van beelden bij een herinnering je daden minder beïnvloedt dan wat je gelooft dat er is gebeurd. We willen graag uitzoeken of wat we geloven net zo makkelijk te manipuleren is als wat we ons zeggen te herinneren, of misschien zelfs makkelijker. Dat is natuurlijk interessant in de rechtbank.”
Er zijn verschillende manieren om het geheugen te onderzoeken. Eén manier is de implantatiemethode. Een proefpersoon krijgt van de onderzoeker te horen dat zijn ouders bijvoorbeeld hebben verteld dat hij als kind is gebeten door een hond. “Wat herinner je je daarvan?”, vraagt de onderzoeker. Na een paar gesprekken zegt dertig tot veertig procent van de proefpersonen het zich inderdaad te kunnen herinneren en komt met aanvullende details. Henry Otgaar: “Ze hebben heel gedetailleerde verhalen over iets wat ze niet hebben meegemaakt, want dat hebben we bij hun ouders gecheckt. En als we ze na afloop vertellen dat het verhaal niet klopte, houdt nog steeds dertig tot veertig procent vol dat ze het zich levendig herinneren. Het voelt voor hen als een echte herinnering aan.” En met recht, want uit neurowetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de hersenactiviteit bij het ophalen van zo’n nepherinnering hetzelfde is als bij echte herinneringen.

Pseudoherinneringen
Een andere onderzoeksmethode laat eveneens zien hoe makkelijk pseudoherinneringen worden aangemaakt. Je geeft proefpersonen een lijst met woorden die op elkaar lijken: ‘tranen, wenen, janken, baby, brullen, schreeuwen, nat’. Daarna vraag je of ze het woord ‘huilen’ hebben gehoord. Otgaar: “Door te associëren zeggen veel mensen dan ‘ja’. Zo vult ons geheugen elke dag spontaan blinde vlekken in, bij volwassenen meer dan bij kinderen, omdat volwassenen beter kunnen associëren en meer kennis hebben. Vaak wordt gedacht dat kinderen minder betrouwbaar zijn als getuige, maar dat hangt helemaal af van de verhoormethode.”
In misdaadseries op tv ligt het forensisch bewijs in de vorm van DNA soms voor het oprapen, maar zo gaat het in de werkelijkheid vaak niet, weet Henry Otgaar. “In werkelijkheid heb je vaak alleen getuigenverklaringen en moet een rechter beoordelen of deze betrouwbaar zijn. Daar wordt onze hulp regelmatig bij ingeroepen.” Ook op andere manieren worden resultaten uit wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk vertaald. Zo werden tot een paar jaar geleden bij het verhoren van kinderen in Nederland nog poppen gebruikt die ‘anatomisch correct’ waren. Kinderen moesten dan bijvoorbeeld bij de pop aanwijzen waar ze misbruikt waren. Otgaar: “Uit mijn onderzoek is gebleken dat de poppen spelgedrag en fantasie uitlokken, dat verkeerd geïnterpreteerd wordt. Ons recente onderzoek suggereert dat het beter is kinderen te laten tekenen wat er gebeurd is. Dan gaan ze actief met hun eigen geheugen aan de slag, waarna ze er makkelijker over kunnen praten. Dat staat nog in de kinderschoenen, maar op basis van eerder onderzoek worden er bijna geen anatomisch correcte poppen meer gebruikt bij het verhoren van kinderen.”

Verdringing is een mythe
“Als iemand zich ineens weer iets van lang geleden herinnert, wordt gezegd dat hij of zij het al die tijd heeft verdrongen. Maar dat bestaat eigenlijk niet”, zegt Otgaar. “Het kan zijn dat iemand er heel lang niet aan heeft gedacht, maar dat is iets anders dan verdringing. Er zijn veel studies die laten zien dat als je ernstigs meemaakt, je je dat juist heel goed kunt herinneren. Vanuit evolutionair perspectief zou dat ook raar zijn: ons geheugen is bedoeld om je kans op overleven te vergroten.”

Fotografisch geheugen bestaat niet
“Met een fotografisch geheugen zou je je een gebeurtenis als een foto of film herinneren. Maar dat betstaat ook niet”, aldus Otgaar. “Het geheugen is reconstructief. We maken iets mee, en we onthouden wat belangrijk is voor ons op dat moment. Bij het ophalen van de herinnering moeten we een reconstructie maken van wat er gebeurd is; we moeten de stukjes herinnering weer aan elkaar puzzelen en dat gaat nooit foutloos. Dan vullen we ontbrekende stukjes in op basis van onze verwachtingen en kennis. Dat gaat vaak goed, maar ook vaak mis. En dat is in het dagelijks leven geen punt, maar in de rechtbank wel.”

Door: Femke Kools

Paspoort Henry Otgaar
Dr. Henry Otgaar studeerde psychologie aan de Universiteit Maastricht, waar hij in 2009 cum laude promoveerde op het proefschrift Children’s memory: Treasure or treachery of the mind? Hij werkt als onderzoeker en docent voor de vakgroep Forensische Psychologie; één van de grootste groepen in dit veld ter wereld. Forensisch psychologen zijn, anders dan klinisch psychologen, gespecialiseerd in het diagnosticeren en behandelen van daders en slachtoffers van misdrijven. Henry Otgaar heeft naast de UM een deeltijdaanstelling aan de City University London, en treedt regelmatig op als getuigedeskundige in rechtszaken. Hij is lid van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken; een commissie die onder de Nationale Politie valt en die onderzoek doet naar seksueel misbruikzaken.