19 november 2015
Lymfeklieren in de oksel bij borstkanker wel of niet operatief verwijderen (persbericht Maastricht UMC+)

MRI met contrast lijkt goede diagnostiek op te leveren

In het Maastricht UMC+ wordt onderzoek gedaan naar de vraag of het verwijderen  van lymfeklieren in de oksel bij borstkankerpatiënten wel altijd nodig is. In het promotieonderzoek van chirurg in opleiding Robert-Jan Schipper is onderzocht of er beeldvormende technieken zijn die de aanwezigheid van kwaadaardige cellen in de lymfeklieren  betrouwbaar kunnen uitsluiten.

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen wereldwijd. In Nederland krijgen jaarlijks 14.000 vrouwen de diagnose borstkanker. De eerst aangewezen behandeling van borstkanker is meestal het verwijderen van de tumor in de borst en het verwijderen van een of meerdere lymfeklieren uit de oksel. Indien dat noodzakelijk is, wordt de behandeling aangevuld met chemo-, immuno-, hormoon- en/of bestralingstherapie. Elk onderdeel van de behandeling kan mogelijk levenslange bijwerkingen veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat de behandeling uit niet meer elementen bestaat dan noodzakelijk is. Het is dus van belang van tevoren vast te stellen welke behandeling bijdraagt aan genezing en welke niet.

Schildwachtklier

Bij de operatie van borstkanker wordt vaak een zogenoemde schildwachtklierprocedure verricht. Daarbij wordt de lymfeklier verwijderd die als eerste het lymfevocht uit de borsttumor opvangt. Deze klier zal ook als eerste uitzaaiingen bevatten en wordt daarom de schildwachtklier, ook wel poortwachterklier genoemd. Achteraf kunnen er in de meerderheid van de uitgenomen klieren geen kwaadaardige cellen aangetoond worden. Hoewel het een kleine operatie betreft, kan het nog steeds leiden tot vochtophoping in de arm, zenuwbeschadiging en verminderde schouderfunctie. “Wat zou het mooi zijn als we zonder invasief onderzoek, voorafgaand aan de operatie en met grote zekerheid zouden kunnen bepalen bij wie de okselklieren niet weggenomen hoeven te worden en daarmee complicaties en klachten kunnen verminderen”, aldus Schipper.

Onderzoek

Het idee van maximaal behandelen maar minimaliseren van de bijwerkingen is leidend geweest in het onderzoek van de promovendus. In de zoektocht naar een betrouwbare techniek om de aanwezigheid van kwaadaardige cellen in de lymfeklieren in de oksel uit te sluiten, zijn verschillende beeldvormende technieken onderzocht. Met de resultaten van deze zoektocht kan mogelijk in de toekomst veel beter afgewogen worden of de lymfeklieren in de oksel verwijderd moeten worden.

MRI van de oksel met contrastmiddel

Uit het pilot-onderzoek bij tien vrouwen komt naar voren dat een met contrast-versterkte MRI-scan van de oksel vrijwel even betrouwbaar is als pathologisch onderzoek van de uitgenomen lymfeklieren na een operatie. Deze hoopvolle resultaten worden inmiddels in een vervolgonderzoek verder onderzocht. Als de resultaten van deze vervolgstudie even goed zijn als de pilotstudie dan kan de contrast-versterkte MRI de plaats innemen van het huidige standaardonderzoek, te weten de echo en de schildwachtklierprocedure. Schipper hierover: “Dit is de eerste keer dat het gebruik van deze contrast-versterkte MRI bij borstkankerpatiënten is onderzocht. De onderzoeksgroep is nu nog te klein, maar de uitkomsten van het onderzoek geven wel aanleiding om dat in een grotere groep vrouwen te onderzoeken om zo een robuuster bewijs te krijgen.”

Afgelopen vrijdag 13 november promoveerde Robert-Jan Schipper aan de Universiteit van Maastricht op het proefschrift: Exploring innovative nodal imaging and treatment strategies in breast cancer.

Noot voor de pers

Met eventuele vragen over dit persbericht kunt u zich wenden tot Dick Nagelhout van de stafdienst Communicatie van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ via 043 387 7113 of 06 2212 0525 of via d.nagelhout[at]mumc[dot]nl.