24 november 2021

Kwetsbare slachtoffers kunnen alle steun gebruiken

Psst, psst… miauw! Klinkt bekend? Het zou zomaar kunnen; op straat worden nagesist, -gefloten of -gemiauwd is iets waar vrijwel iedere vrouw ervaring mee heeft. Toch zou daar binnenkort verandering in kunnen komen. Seksuele intimidatie in het openbaar wordt strafbaar als overtreding. Een goed idee, vindt hoogleraar straf(proces)recht Suzan van der Aa, maar niet genoeg. “Seksuele intimidatie op de werkvloer komt ook vaak voor en heeft voor de slachtoffers meestal meer impact.”

Suzan van der Aa

“We weten uit onderzoek dat seksuele intimidatie op de werkvloer veelvuldig voorkomt. Daarvan zegt de minister: dat zit achter de voordeur, dus daar moeten we ons als strafwetgever niet mee bemoeien. Dat vind ik een rare gedachtegang.” Vanuit het individuele slachtoffer bekeken, kan seksuele intimidatie op het werk in veel gevallen zelfs ernstiger zijn dan in het openbaar. Uit de openbare ruimte kun je weglopen; op het werk functioneer je in een hiërarchische structuur, waarin je steeds dezelfde collega’s tegenkomt. Van der Aa: “De wetgever rekent in deze situatie op andere juridische instrumenten en oplossingen, maar die blijken in de praktijk niet bijster goed te werken.”

Het is een onderwerp dat haar duidelijk aan het hart gaat. Door corona - thuiswerken, met de kinderen in huis - heeft ze er minder aandacht aan kunnen besteden dan ze zou willen. “Wellicht schrijf ik binnenkort toch een opiniestuk. Seksuele intimidatie ligt absoluut in mijn line of business.” Veel van haar onderzoek richt zich op vormen van geweld tegen vrouwen: huiselijk, seksueel en psychisch geweld, diefstal binnen het huwelijk en stalking. Op dat laatste onderwerp promoveerde ze in 2010. Ironisch genoeg kreeg ze tijdens haar promotietraject zelf met een stalker te maken.

Stalking
Het bleek om een aanbidder te gaan die geen ‘nee’ wilde accepteren. Gelukkig ging het om een milde vorm van stalking - het bleef bij gedichten en liefdesbrieven, die wel steeds gefrustreerder van toon werden.

Van der Aa is daarmee geen uitzondering. Uit een Europees onderzoek door de Fundamental Rights Agency uit 2014 blijkt dat ruim één op de vier Nederlandse vrouwen wel eens te maken heeft gehad met een vorm van stalking. “Dat is niet allemaal strafrechtelijk relevant”, zegt ze, “maar zegt wel iets over de omvang van het probleem. Toen ik begon met mijn onderzoek, had ik daar eigenlijk geen idee van.”

We weten uit onderzoek dat seksuele intimidatie op de werkvloer veelvuldig voorkomt. Daarvan zegt de minister: dat zit achter de voordeur, dus daar moeten we ons als strafwetgever niet mee bemoeien. Dat vind ik een rare gedachtegang.
Suzan van der Aa

De meest voorkomende stalker is de archetypische ex-partner; in dit geval is het risico van escalatie het grootst. “Stalking kan niet alleen vreselijk veel impact hebben; het zijn ook nog eens bewerkelijke zaken, legt Van der Aa uit. “Hoe maak je hard dat je ex-partner gisteren weer voor je deur stond, als er geen getuigen bij waren? Daarnaast moet je natuurlijk meerdere incidenten goed vastleggen en staven aan de hand van bewijsmateriaal. Voor de slachtoffers is het dikwijls een kwestie van de lange adem. De zaak van de doodgeschoten scholiere Hümeyra, die in de media veel aandacht heeft gekregen, laat zien hoe gruwelijk het uit de hand kan lopen.”

Kwetsbare slachtoffers

Onlangs deed ze onderzoek naar zogenaamde hate crimes, delicten met een discriminatieaspect. “Bijvoorbeeld: je wordt in elkaar geslagen omdat je homo bent. We weten uit de literatuur dat juist het discriminatieaspect ervoor zorgt dat hate crime slachtoffers veel meer worden geraakt, en ook dat ze minder tevreden zijn met de reactie van justitie en politie. Dat werd in het onderzoek van mij en mijn collega’s bevestigd.”

Hoewel geweld tegen vrouwen een rode draad in haar onderzoek vormt, zijn het dus niet uitsluitend vrouwelijke slachtoffers waar ze haar aandacht op richt. “Kwetsbare slachtoffers, dat is eigenlijk het overkoepelende thema,” zegt van der Aa. “Slachtoffers zijn sowieso heel lang onderbelicht gebleven; nog steeds gaat op rechtenfaculteiten de meeste aandacht uit naar daders en verdachten. Deze groep kan alle steun dus wel gebruiken.”

Door: Jolien Linssen (tekst), Arjen Schmitz (fotografie)