“Het recht is niet neutraal”

Het leven van de 27-jarige Nozizwe Dube leest als een roman. Ze wordt geboren in Zimbabwe en komt op haar veertiende naar België om met haar gevluchte moeder herenigd te worden. Vastberaden om te strijden tegen onrecht, schopt ze het binnen een paar jaar tot voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad. Nu promoveert ze aan de rechtenfaculteit en is ze verkozen tot Face of Science. “Ik mag dan wel een rolmodel zijn, maar ook ik heb moeten vechten tegen uitsluiting.”

Faces of Science

Ze zijn het visitekaartje van de jonge wetenschappers in ons land: de twaalf promovendi die jaarlijks door de Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), De Jonge Akademie en NEMO Kennislink worden geselecteerd als Faces of Science. Nozizwe Dube is één van hen - “inderdaad wel een eer” - en dat betekent dat ze de opdracht heeft om haar onderzoek op een laagdrempelige manier voor het voetlicht te brengen in vlogs, blogs en lezingen.

Rolmodel

“We willen vooral jonge mensen aanspreken, zodat ze een beeld krijgen van hoe het is om wetenschapper te zijn,” zegt ze. “Voor mij is het een goede oefening om terug te gaan naar de basis, en mijn onderzoek zo helder mogelijk uit te leggen.” Ze is zich bewust van haar voorbeeldfunctie, zeker voor jongeren met eenzelfde achtergrond als zij. “Het is voor verschillende groepen mensen niet altijd evident om binnen de academische wereld te geraken. Dan is het heel fijn om mensen te zien die misschien op jou lijken.”

Tegelijkertijd voelt het ook een beetje dubbel, erkent Dube. “Het gevaar is dat rolmodellen als rookgordijn worden gebruikt. Alleen de positieve dingen, de dingen die gelukt zijn, worden belicht. Dat neemt niet weg dat ik ook heb moeten vechten tegen uitsluiting. En daarnaast heb ik ook gewoon geluk gehad, ik had evengoed een heel ander leven kunnen hebben. Dat is een even belangrijk element in het verhaal van een rolmodel.”

Mensenrechten

Veel van de motivatie achter haar academische werk komt voort uit haar persoonlijke ervaring. In haar thuisland Zimbabwe maakt ze onder het bewind van president Robert Mugabe mensenrechtenschendingen van dichtbij mee. Protesten worden hardhandig neergeslagen, oppositieleden gemarteld en als gevolg van internationale sancties zijn de winkels leeg.

Later, in België, moet ze als dochter van een vluchteling helemaal opnieuw beginnen, een nieuwe taal leren en integreren in een vreemde cultuur. “Zeker als je uit een Afrikaans land komt, bots je heel vaak tegen racisme en seksisme aan,” zegt ze. “Ik heb gezien hoe mijn moeder en haar vrienden werden uitgesloten van de arbeidsmarkt en de huisvestingsmarkt.” Opnieuw wordt ze in haar jonge leven met mensenrechtenschendingen geconfronteerd; een belangrijke drijfveer om later voor een rechtenstudie te kiezen.

Intersectionele discriminatie

Dubes onderzoek richt zich op zogenaamde intersectionele discriminatie; uitsluiting op basis van niet één maar meerdere persoonlijkheidskenmerken, bijvoorbeeld omdat je én zwart én vrouw bent. Het fenomeen bestaat al eeuwen, stelt ze, maar pas sinds een jaar of tien een groeiend onderwerp binnen de Nederlandse en Belgische rechtenfaculteiten. “Het probleem is dat intersectionele discriminatie niet erkend wordt in de rechtspraak en anti-discriminatiewetgeving van de Europese Unie,” legt ze uit. “Die veronderstelt namelijk dat mensen enkel op basis van één kenmerk gediscrimineerd kunnen worden.”

Een inmiddels beroemde zaak die geanalyseerd werd door Professor Kimberlé Crenshaw (wie de term ‘intersectionaliteit’ gemunt heeft) uit de Verenigde Staten laat zien wat dit in de praktijk kan betekenen. Toen het autobedrijf General Motors in de jaren zeventig een ontslagronde doorvoerde volgens het last in, first out-principe, werden alleen zwarte vrouwen op straat gezet. Het was immers deze groep die als laatste toegang had gekregen tot de arbeidsmarkt, na witte vrouwen en na zwarte mannen. Met andere woorden: alleen voor deze groep vielen racisme en seksisme samen, om te resulteren in deze specifieke vorm van uitsluiting.

“De rechter ging er niet in mee,” vertelt Dube. “Er moest ofwel sprake zijn van racisme, ofwel van seksisme; één discriminatiegrond. Aangezien er zowel zwarte mannen als witte vrouwen bij General Motors werkten, oordeelde de rechter dat beide niet aan de orde waren.”
 

Erkenning

Ook vandaag de dag zou dit nog steeds kunnen gebeuren, aangezien de EU-antidiscriminatierichtlijnen - die worden omgezet in nationale wetten in de lidstaten - intersectionele discriminatie niet erkennen. Met haar onderzoek hoopt Dube daar verandering in te brengen. Op basis van analyses van rechtszaken, rechtsvergelijkend onderzoek met het Europees Hof van de Rechten van de Mens, het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten en het Grondwettelijk Hof van Zuid-Afrika, en interviews met wetgevers en beleidsmakers formuleert ze aanbevelingen voor het Europese Hof van Justitie, de EU-antidiscriminatiewetgevers en het EU-gelijkheidsbeleidsmakers.

Dube: “Ik hoop dat deze drie actoren iets aan mijn aanbevelingen zullen hebben. Maar mijn droom is toch vooral dat de EU erkent dat intersectionele discriminatie voorkomt en het beter bestrijdt.”

 

Activisme

Dube wil impact hebben, en dan is het een logische vraag of een bestaan als activist of politicus niet meer voor de hand had gelegen. “Ik heb in de lokale politiek gezeten en ik heb geleerd dat het niks voor mij is,” zegt ze daarover. “Ik ben idealistisch. It's all or nothing. In 2023 zijn er bepaalde gebieden waarop je geen concessies moet doen.”

Meer verwant voelt ze zich met activisten, van wie ze zegt veel energie en inspiratie te krijgen. “Ik weet dat het niet per se een heel breed gedragen standpunt is bij rechtsgeleerden, maar ik denk dat je als wetenschapper ook dingen kunt leren van de activistische wereld. Zoals de erkenning dat het recht niet neutraal is, maar arbitrair en subjectief. Het recht kan niet alleen gebruikt worden om mensen te emanciperen, maar ook om mensen te onderdrukken.”


Tekst: Jolien Linssen

UMagazine

Lees ook

Meer nieuws