“Depressies lijken op de economie”
Een depressie kan zich net zo gedragen als de economie, vermoedt arts-onderzoeker Suzanne van Bronswijk. Een model gebaseerd op econometrische modellen, kan daarom helpen bij de keuze voor een behandeling.
Wie ooit een depressie heeft gehad, zal bekend zijn met de soms moeizame zoektocht naar een behandeling die werkt. “Het is lastig te voorspellen welke behandeling bij een patiënt het beste uitpakt”, vertelt Van Bronswijk. “We hebben in onze opleiding tot psychiater of psychoog geleerd welke behandeling je bij welk type patiënt kunt inzetten. Maar eigenlijk zijn de afwegingen voor de individuele patiënt veel complexer. Voor een bewezen effectieve behandeling geldt namelijk vaak dat die bij een derde van de patiënten heel goed werkt, bij een derde een beetje werkt en bij nog eens een derde niet werkt.” Dat maakt dat een behandeling soms na een aantal weken moet worden afgebroken en een nieuwe moet worden gestart. In de jaren vijftig zijn daarom al de eerste statistische modellen opgesteld om behandeluitkomsten te voorspellen. Toch blijven die modellen in de onderzoeksfase steken, omdat er nog onvoldoende bewijs is of ze alleen voor de onderzochte groep de behandeluitkomsten kunnen voorspellen of ook voor andere patiënten.
Slimme zet
Van Bronswijk: “Er zijn ontzettend veel factoren die bepalen of iemand depressief wordt, of iemand depressief blijft en of een behandeling aanslaat. Het is een heel complex samenspel van factoren.” Toen Van Bronswijk het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk las, kreeg ze een idee. “Dat boek gaat over de bankencrisis in 2008. Luyendijk legt hierbij uit hoe financiële producten steeds complexer worden. Die producten zijn bedacht door quants, kwantitatieve analisten. Zij werken met complexe wiskundige modellen en schatten daarmee de risico’s van investeringen in. Deze modellen leken mij mogelijk relevant voor het voorspellen van response (risico’s) op depressiebehandelingen (investeringen).”