9 juni 2021

“Depressies lijken op de economie”

Een depressie kan zich net zo gedragen als de economie, vermoedt arts-onderzoeker Suzanne van Bronswijk. Een model gebaseerd op econometrische modellen, kan daarom helpen bij de keuze voor een behandeling.

depressie en economie

Ze zocht binnen de Universiteit Maastricht samenwerking met de afdeling Kwantitatieve Economie om de krachten te bundelen. En dat bleek een goede zet. “Daar hebben ze meer kennis van het bouwen van dit soort complexe modellen, hier hebben we onze klinische expertise in de behandeling van depressies. We konden een mooie interdisciplinaire samenwerking opzetten.”

7-jarig project

De uitwisseling met de afdeling Kwantitatieve Economie, in het bijzonder met econometrist Nalan Bastürk, leidde tot een project dat afgelopen januari van start ging en zeven jaar zal duren. In dit project wil Van Bronswijk voor het eerst voorspellingen maken voor een diverse groep patiënten met een depressie. Daarvoor gaan de onderzoekers een model opstellen op basis van zogeheten Bayesiaanse statistiek. “We gaan dit model bouwen met gegevens uit een groot aantal eerdere studies en input van experts uit het vakgebied, van patiënten en naasten.”

Voorspelling met verhaal

Met het nieuwe model willen Van Bronswijk en haar collega’s een handig computerprogramma maken voor in de spreekkamer. Tijdens een intakegesprek met de patiënt kan de psycholoog of psychiater dan namelijk aanvullende informatie invoeren. Vervolgens gaat het model rekenen. Behandelaar en patiënt krijgen dan een duidelijk antwoord dat kan helpen bij de keuze voor een behandeling. “Het programma moet straks ook het verhaal achter die keuze vertellen”, legt Van Bronswijk uit. “Bijvoorbeeld: ‘Deze behandeling is waarschijnlijk het beste vanwege de ernst van de depressie, bepaalde kenmerken uit het verleden en de huidige thuissituatie. Maar we blijven meten en voorspellen, want het kan zijn dat andere factoren belangrijker worden.’ Er kan namelijk plotseling iets gebeuren in het leven van de patiënt en dat kan de voorspelling compleet veranderen. Zonder model zie je dat pas na een tijdje.”

We gaan dit model bouwen met gegevens uit een groot aantal eerdere studies en input van experts uit het vakgebied, van patiënten en naasten.

Andere doelen

Welke behandeling het beste is, hangt niet alleen af van de beginsituatie en plotselinge gebeurtenissen. De uiteindelijke keuze wordt ook bepaald door de doelen van de patiënt. “Vaak is het verminderen van depressieve klachten het doel, maar een patiënt kan meer doelen hebben. Soms wil iemand bijvoorbeeld het liefst weer aan het werk kunnen of meer zingeving ervaren”, zegt Van Bronswijk. Het model gaat daarom voorspellingen doen voor verschillende behandelingen en voor verschillende doelen, zoals kwaliteit van leven. “Het kan zo zijn dat de ene behandeling net iets beter scoort op de afname van depressie-ernst en de andere behandeling iets beter op kwaliteit van leven. Samen beslissen behandelaar en patiënt dan waar de nadruk op komt te liggen.” Van Bronswijk hoopt dat het computerprogramma straks de gezamenlijke besluitvorming van patiënt, naaste en behandelaar zal ondersteunen. Tijdens het project gaat ze dit bij vier verschillende ggz-instellingen testen.

Cultuuromslag

Van Bronswijk verwacht dat de implementatie in de praktijk nog wel eens op weerstand zou kunnen stuiten omdat psychiaters en psychologen mogelijk bang zijn dat de computer hun werk overneemt en gaat beslissen wat ze moeten doen. Die angst wil Van Bronswijk graag wegnemen. “Met dit project willen we juist een brug slaan tussen onderzoekers en clinici”, stelt ze. “Het is ontzettend lastig om de uitkomst van een behandeling zelf te voorspellen, hoeveel expertise een psycholoog bijvoorbeeld ook heeft. Dan is zo’n model een handig hulpmiddel. We willen dus niet zeggen dat de computer het allemaal beter kan. Liever nemen we de mensen uit de praktijk mee in het proces en gebruiken we hun expertise om het model te bouwen.”

Het is ontzettend lastig om de uitkomst van een behandeling zelf te voorspellen, hoeveel expertise een psycholoog bijvoorbeeld ook heeft. Dan is zo’n model een handig hulpmiddel.
Door: Pauline van Schayck (tekst), Rafaël Philippen (illustratie)