30 jan 2017
6e Pensioenseminar Maastricht

Pensioenseminar 2017

Achtergrondschets thema

De energiemarkt verandert volop en de energiebranche moet zich aanpassen om de transitie bij te houden. De transitie van centraal opgewekte en niet-hernieuwbare elektriciteit naar (elektriciteits)productie door grote windparken op land en in zee en decentrale productie met zonne-energie vindt onherroepelijk plaats. Deze transitie vraagt om een aanpassing van de businessmodellen en verdienmodellen.

In de pensioensector is dit niet anders! De fiscale aftopping van het tweede pijlerpensioen heeft inmiddels plaatsgevonden, maar de implicaties daarvan reiken verder dan alleen het fiscale kader. Het beleidsbesluit om de fiscale aftoppingsmaatregel te introduceren heeft (verborgen) effecten, brengt uitvoeringsrisico’s met zich en heeft impact op de marktordening en leidt daarmee ook tot transitieperikelen in de pensioensector. Bij het vertalen van de huidige fiscale ontwikkelingen naar de contouren van de toekomstige pensioenmarkt, zien we een ineenschuiven van de tweede en derde pijler. Het ontstaan van een nieuw product zoals het nettopensioen naast de reguliere basispensioenregeling zit op de rand van de taakafbakening en raakt de private sector met commerciële doelstellingen. Dit zet de pensioenmarkt, (on)gewild, in beweging. Verplichtstelling wordt door de fiscale aftopping beperkt tot een salaris van maximaal 100.000 euro. Pensioenopbouw over het (salaris)deel hierboven is vrijwillig en op basis van netto premie. Niet uit te sluiten is dat onder een volgend kabinet deze grens verder verlaagd wordt. Wat betekent dit voor de te maken beleidskeuzes aan de bestuurstafel? Fiscaliteit dwingt de pensioensector om na te denken over hun ‘businessmodel’ en ambities.

Eenvoudig is dat echter niet, want er bestaat geen kant en klare transitie-bijsluiter die aangeeft welke bijwerkingen fiscale veranderingen hebben op de tweede pijler-pensioenmarkt. Het 6e pensioenseminar kan dan ook als aanzet worden gezien voor deze transitieverkenning.

Opening & korte inleiding

Ter introductie van het centrale thema, werd door Lilian van Duijnhoven het YouTube-filmpje “United States Navy vs Spanish north coast” getoond. Dit ter illustratie van de wijze waarop de pensioenwereld (vergelijkbaar met de United States Navy in het filmpje) een vaste koers blijft varen en geconfronteerd wordt met obstakels die niet wijken. De individualisering van de maatschappij en de behoefte aan meer transparantie en keuzevrijheid bij de deelnemer zijn enkele voorbeelden van dergelijke obstakels. Obstakels die echter ook mogelijkheden bieden. Belangrijk is dat de koers wordt verlegd. De middagvoorzitter sprak de hoop uit dat door middel van dit seminar een bijdrage kon worden geleverd aan het verleggen van de te varen koers door de pensioensector. 

Middagvoorzitter Drs. Ir. Lilian van Duijnhoven AG 
Senior Director PwC

Aanpak transitie in de energiebranche. Parallel met verschuiving in het pensioenlandschap?

Evert den Boer trapte zijn presentatie af door in te haken op de opmerking van de middagvoorzitter dat Denemarken al vele jaren als beste pensioenstelsel ter wereld wordt gezien. Ook in de energiesector loopt Denemarken wat betreft duurzaamheid voorop. Als een van de redenen voor deze verduurzaming in Denemarken, wees Evert op het grote vertrouwen van de Deense bevolking in de Deense overheid waardoor ‘snel tot actie kan worden overgegaan’. Hiermee was een eerste parallel gelegd tussen de energiebranche en de pensioensector. In het vervolg van de presentatie ging Evert aan de hand van zijn ervaringen in de energiebranche met de deelnemers van het seminar na welke andere parallellen te onderkennen zijn tussen beide voorgenoemde sectoren. Dit kon echter niet gebeuren zonder stil te staan bij de vraag wanneer sprake is van een transitie. Den Boer trachtte deze vraag te beantwoorden door een tweetal afbeeldingen te tonen van het straatbeeld van New York: 1900 versus 1913. Een blik op beide afbeeldingen leert dat het straatbeeld in New York in korte tijd snel is veranderd: van in 1900, ‘spot the automobile’ naar in 1913, ‘spot the horse’. Volgens Evert is dit illustratief voor een transitieproces waarbij pas bij achteraf terugkijken, je kunt stellen dat een verandering daadwerkelijk snel is ingezet. In de Nederlandse energiesector is ook sprake van een dergelijke, snelle transitie. De vijf belangrijkste oorzaken die hieraan ten grondslag liggen, en hiermee ook zorgen dat de rol van het energiebedrijf aan het veranderen is, zijn:

  • Er is sprake van een afname van het energieverbruik, mede door de isolatie van woningen en efficiëntere apparatuur. Het uiteindelijke doel is een ‘nul-op-de-meter woning: een op jaarbasis klimaatneutrale woning. Dit streven vergt behoorlijk veel investeringen, Evert opperde dan ook dat wellicht pensioeninstellingen hierin een rol kunnen spelen.

  • Duurzame technologieën worden goedkoper, zo zijn de kosten voor zonne-energie met ongeveer 80 % gedaald in de periode 2008-2015. Dit geldt echter niet voor de energiebelasting die de uiteindelijke prijs per kilowattuur die aan de consument wordt doorberekend behoorlijk beïnvloed;

  • Het netwerk en de commerciële activiteiten worden gesplitst;

  • De rol van de consument verandert: van consument naar prosumer (de (energie)producerende consument); en

  • De hoge prijsvolatiliteit op energiemarkten.

Voortbordurend op voorgenoemde ontwikkelingen, onderscheidde den Boer een zogenoemde ‘oude en nieuwe wereld’. Hiermee trachtte hij de veranderingen in de energiewaardeketen te illustreren. In de ‘oude wereld’ ligt de focus op de conventionele productie terwijl in de ‘nieuwe wereld’ consumenten zelf energie opwekken, zogenoemde ‘decentrale opwek’ onder meer door energiecoöperaties, waardoor de ‘stromen’ in de waardeketen ook veranderen. Deze veranderingen in de energiewaardeketen nopen er ook toe dat de wet- en regelgeving die voorziet in regulering, dient te worden gewijzigd. Het belangrijkste issue in de ‘nieuwe wereld’ is echter het matchen van de vraag naar en aanbod van energie, hoe kan hiertoe de energieopslag worden gerealiseerd? Op deze vraag bestaat nog geen passend antwoord.

Gezien de huidige dynamiek in de energiesector is het interessant om te zien op welk wijze een relatieve nieuwe ‘speler’ (zoals Greenchoice) op de energiemarkt hiermee omgaat. Hiertoe toonde Evert, het manifest van Greenchoice: Greenchoice wil vooroplopen / pionieren en zo vaste structuren doorbreken. Niets doen is immers geen optie!

Onder het mom van ‘wat kunnen we van elkaar leren?’ werd door Evert den Boer ter afronding van zijn presentatie, ingegaan op een vijftal vragen:

  • Verandering is de enige zekerheid?
  • ​Wat is de rol van de voorhoede?
  • Scrum agile of masterplanning?
  • Optimalisatie van het bestaande of trekker van de nieuwe?
  • Hoe om te gaan met onzekerheid ten aanzien van overheidsbeleid?

Een tweetal vragen werden nader uitgelicht. Zo stelde Evert dat Masterplanning gezien de vele ontwikkelingen niet mogelijk is. Voorts constateerde hij dat het een uitdaging is om, om te gaan met de mogelijke onzekerheid die overheidsbeleid kan hebben voor een sector.

Fiscaliteit als beleidsinstrument in het pensioendomein: hoe ver kan dit reiken?

In de presentatie van Anouk Bollen stond de vraag ‘Fiscaliteit als beleidsinstrument in het pensioendomein: hoe ver kan dit reiken?’ centraal. In de bijdrage werd getracht deze vraag te beantwoorden, door inzicht en overzicht te bieden. Voor het bieden van inzicht, stond Anouk eerst stil bij de rol die de fiscaliteit speelt in de huidige transitie. Een vluchtige blik op de in juli 2016 gepubliceerde Perspectiefnota Toekomst pensioenstelsel leert dat de fiscaliteit door de overheid enkel als begeleidend middel wordt gezien teneinde een grote terugval in inkomen bij pensionering te voorkomen. Bij nadere bestudering, tussen de regels door kan echter gelezen worden dat de overheid, de fiscaliteit wel degelijk ‘sturend inzet’: de fiscaliteit als tool. De recente ontwikkelingen in het fiscale domein illustreren dit. Anouk wees in dit verband op de doorgevoerde versoberingen, onder meer in 2013 en 2014. Een versobering die werd uitgelicht, om hiermee aan te tonen dat de fiscaliteit als sturend beleidsmiddel wordt ingezet, is de aftoppingsgrens. Hoewel al eerder door diverse commissies (onder meer van Weeghel en van Dijkhuizen) een aftopping van het pensioengevend loon ter sprake is gebracht, is in 2015 zonder concrete onderbouwing de aftoppingsgrens van 100.000 euro geïntroduceerd. Hoewel het uiteraard een budgettaire maatregel is, was een concrete onderbouwing / principiële discussie wel degelijk noodzakelijk, benadrukte Bollen. Dit met het oog op de toekomst: kan dit immers als voorbode worden gezien van een verdere aantasting van de omkeerregel?

Voor het inzichtelijk maken van de neveneffecten die (een verdere verlaging van de) aftoppingsgrens met zich brengen, greep Anouk terug op de recente aanvaring van een vrachtschip met een stuw in Grave. Vergelijkbaar met deze aanvaring, kan de aftoppingsgrens worden gezien als een aantasting van een fundamenteel onderdeel van het systeem en leidt de aftopping tot verlies met risico op blijvende schade als er geen herstel plaatsvindt. Naast deze gevolgen in algemene zin, besprak Anouk ook de onderdelen in het pensioendomein die worden beïnvloed door een verdere verlaging van de aftoppingsgrens. Ten aanzien van de volgende aspecten zijn neveneffecten te onderkennen:

  • Premie-inleg (minder premie-inleg, verkleining omvang pensioenkapitaal in 2e pijler);
  • Deelnemers (verlies van deelnemers, geen automatisme tot deelname);
  • Communicatie & werving: de pensioensector moet overgaan op een nieuw businessmodel waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de  werving en behoud van (nieuwe) deelnemers;
  • Marktordening (meer partijen voor dezelfde deelnemer, taakafbakeningregels kan wringen);
  • Grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit: als gevolg van aftopping sprake van omslag, van het in de EU te doen gebruikelijk EET naar TEE, hetgeen de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit kan belemmeren. Zeker nu Nederland kiest voor een tussenvariant, namelijk een deel EET en een (mogelijk toenemend deel) TEE; en
  • Verplichtstelling (deze is niet meer houdbaar naarmate de toepassing van de omkeerregel vermindert).

Ter afronding van haar bijdrage, gaf Anouk aan de deelnemers een boodschap mee: ‘Zorg voor goed pensioen en wees waakzaam voor pensioenarmoede!’ De rol van de fiscaliteit moet hierbij niet worden uitgevlakt, want anders om in ‘watertermen’ te spreken, kan droogte ontstaan en is er dus geen aanvullend pensioen meer!

Prof. Dr. Anouk Bollen-Vandenboorn
Hoogleraar Grensoverschrijdend fiscaal pensioenrecht, Maastricht University / Directeur ITEM / Rechter-plaatsvervanger Rechtbank Zeeland - West-Brabant

Download de presentatie

Fundamentele veranderingen in de Nederlandse pensioensector. Door de bomen het bos blijven zien

‘Door de bomen het bos blijven zien’. Deze uitspraak liep als een rode draad door de presentatie van Jacqueline Lommen. Alvorens nader in te gaan op een methodiek / analyse tool die moet bijdragen aan het niet verliezen van overzicht, gezien de dynamiek in de pensioensector, stond Jacqueline stil bij het imago van het Nederlandse pensioenstelsel. Zij omschreef het als een prachtstelsel dat als een van de beste pensioensystemen ter wereld kan worden aangemerkt maar waarvan de houdbaarheid onder druk staat. Voorts wees Lommen op het imago van de pensioensector, als metafoor stelde zij dat de pensioensector als dinosaurus kan worden gezien. Gezien de vele veranderingen is echter daadkracht en aanpassingsvermogen van de pensioensector vereist. Deze veranderingen omvatten niet alleen de aanpassingen die nodig zijn in verband met noodzakelijk onderhoud van het pensioenstelsel maar behelzen ook fundamentele aanpassingen. Ter illustratie van dit ‘noodzakelijk onderhoud’ wees Lommen op de mogelijke flexibilisering van de AOW-leeftijd, de versobering van het Witteveenkader en de introductie van Pensioen 1-2-3. Aanpassingen die volgens Jacqueline, het stelsel fundamenteel veranderen, zijn onder meer, het nieuwe pensioencontract, de beëindiging van de doorsneesystematiek en de mogelijke introductie van een Europees DC product, het Pan-European Personal Pension product (PEPP).

Ten aanzien van het nieuwe pensioencontract ziet Jacqueline een actieve rol voor de pensioensector weggelegd op dit moment door te komen tot een oplossing, want anders zal de aftoppingsgrens verlaagd. Met deze stok achter de deur zit er druk op de besluitvorming om tot consensus te komen.

Jacqueline gaf aan dat op een viertal gebieden veranderingen gaande zijn, nl. ten aanzien van:

  • Het pensioenstelsel;
  • De pensioeninstelling;
  • De pensioenregeling; en
  • De pensioenuitvoering.

Wat betreft het pensioenstelsel, constateerde Lommen een drietal ontwikkelingen die moeten bijdragen aan het draagvlak en toekomstbestendigheid van het stelsel. Als voorbeelden noemde ze, de nieuwe premiesystematiek, de versobering van de fiscale facilitering in de tweede pijler en de verplichte pensioenopbouw voor ZZP’ers.

Een belangrijke ontwikkeling die zich voordoet met betrekking tot pensioeninstellingen is dat er steeds meer keuze is. Niet alleen pensioenfondsen en verzekeraars maar ook nieuwe instellingen zoals de PPI, het APF en een buitenlandse IORP kunnen als pensioenuitvoerder gaan optreden. Gezien de setting van het seminar in Maastricht, pleitte Lommen voor een Euregionale cross-border PPI. Voorts constateerde Jacqueline dat het businessmodel van pensioendienstverleners aan het veranderen is. Het gaat niet meer alleen om het investment management maar bovenal om het bieden van pensioenoplossingen: van vermogensbeheerder naar pensioenaanbieder. Dit past volgens haar binnen de trend van ‘retailisering in de pensioensector’.

De ontwikkelingen op het vlak van de pensioenregeling, illustreerde Lommen met een afbeelding van een sloot. Aan de linkeroever bevinden zich de DB-regelingen en aan de rechteroever, de DC-regelingen. Het duurt al enige tijd voordat ‘het midden van de sloot wordt bereikt’ met als voorlopig resultaat: de verbeterde premieregeling. Zij ziet deze verbeterde premieregeling als een opstap voor verdere, fundamentele veranderingen.

Een ontwikkeling die Jacqueline besprak in de context van de veranderingen ten aanzien van pensioenuitvoering, is de komst van buitenlandse pensioendienstverleners op de Nederlandse pensioenmarkt. Het innovatieproces van de sector wordt hiermee versneld. Daarnaast werd ingegaan op de drie deelgebieden van pensioenuitvoering die aan veranderingen onderhevig zijn. Zo is wat betreft verzekeren sprake van een verandering van het verdienmodel door de overstap op het APF-model. Een belangrijk onderdeel van het deelgebied ‘administratie’ is de verdere opkomst van de digitale deelnemerscommunicatie, onder meer via portals. Het derde en laatste deelgebied dat Lommen onderscheidde, was ‘beleggen’. Een relevante ontwikkeling op dit terrein is het DC life-cycle beleggings- en risicobeleid.

Naast het bespreken van de veranderingen werd door Lommen ook ingegaan op de rol van fiscaliteit in het pensioendomein. Zij trok het breder dan alleen de aftoppingsgrens, zo wees ze onder meer op de huidige btw-problematiek waarmee de pensioensector wordt geconfronteerd.

Als afsluiting van haar bijdrage stond Lommen stil bij de nuttige lessen die kunnen worden geleerd van de energiesector. Enkele van de navolgende lessen die volgens haar moeten worden opgepakt door de pensioensector:

  • De pensioensector als dinosaurus moet veranderingsgezind zijn: van noodzakelijk onderhoud naar fundamentele veranderingen;
  • Het op adequate wijze omgaan met nieuwe toetreders en nieuwe uitvoeringsmodellen zoals PPIs en APFen;
  • Innovatie: de productverandering van DB- naar DC-regelingen;
  • Er moet oog zijn voor de internationalisering,  wat te doen met de‘België-route’? en EU-regelgeving; en
  • Het voorkomen van polarisatie, dus niet meer spreken van het (old school) onderscheid tussen DB- en DC-regelingen.

Mr. Drs. Jacqueline Lommen
 Directeur Europese Pensioenen, Robeco

Download de presentatie

Impact van aftopping op de marktwerking: duale weg van het pensioenproduct

Jacqueline Lommen stond in haar presentatie al kort stil bij het imago van het Nederlandse pensioenstelsel. Tjerk Kroes borduurde hierop voort door als aftrap van zijn bijdrage nader in te zoomen op de redenen waarom het Nederlandse pensioenstelsel onderhoud nodig heeft. Hiertoe greep Kroes terug op de Perspectiefnota Toekomst pensioenstelsel waarin onder meer de stijgende levensverwachting, de financiële crisis, de lage rente en de toenemende individualisering worden genoemd als redenen die ervoor zorgen dat het pensioenstelsel onder druk staat. Een herziening van het stelsel is dan ook gewenst. Tjerk sprak de verwachting uit, mede uit zijn ervaring als topambtenaar bij diverse ministeries, dat de oplossing vanuit de politiek, ook met de verkiezingen in aantocht, niet te verwachten is. Het draagvlak voor een fundamentele stelselherziening ontbreekt in politiek Den Haag, alsook bij de sociale partners en pensioensector. Aftopping is volgens hem dan ook een belangrijke optie waarop zou kunnen worden teruggevallen. Mede ook om dat veel ambtelijk draagvlak bestaat voor het verder versoberen van het Witteveenkader. Daarnaast zijn ook verscheidende politieke redenen die pleiten voor (verdere) aftopping, zoals: de verkleining van de overgangsproblematiek die samenhangt met het afschaffen van de doorsneesystematiek, kostenbesparing en nivellering.

Kroes constateerde dat de impact van verdere aftopping groot kan zijn. Zowel voor de markt alsook voor de deelnemers en pensioenpartijen. Wat betreft de markt sprak Kroes de verwachting uit dat er een verschuiving van bedrijfstakpensioenfondsen zal plaatsvinden naar verzekeraars. Als oorzaak hiervoor, wees hij op het verschil in wet- en regelgeving waarmee pensioenfondsen en verzekeraars worden geconfronteerd. Bijv. ‘shoppen’ en een variabele uitkering zijn niet toegestaan in het geval sprake is van een nettopensioen bij een pensioenfonds. Als gevolg van deze verschuiving is het volgens Tjerk Kroes denkbaar dat deze verschuiving zodoende ook leidt tot een verschuiving van de tweede naar de derde pijler (de nettolijfrente bij de verzekeraar).

Voor de deelnemer heeft een verdere verlaging van de aftoppingsgrens ook consequenties: een lagere pensioenuitkering en meer keuzes. Desalniettemin verwacht Tjerk dat een aftopping naar twee keer modaal niet zal leiden tot veel ‘rumoer’. De middeninkomens worden immers in dat geval nog ontzien.

De verdere aftopping leidt ertoe dat ook de pensioenpartijen een principiële keuze moeten gaan maken. Wordt vastgehouden aan de koers van het anticiperen op veranderingen in het pensioenstelsel of wordt de deelnemer ook daadwerkelijk ondersteund bij het maken van de voorgenoemde keuzes? Indien wordt ingezet op het ondersteunen van de deelnemer bij het maken van keuzes, dan heeft dit tot gevolg dat de pensioensector een rol gaat spelen in het proces van financiële informatieverstrekking (dit proces is weergegeven in onderstaande afbeelding).

Mr. Dr. Tjerk Kroes
Directeur Strategie, Beleid, Ontwikkeling en Communicatie APG

Download de presentatie

Pensioenseminar 2017 Afbeelding 1 proces financiële informatieverstrekking

Indien de keuze wordt gemaakt om de deelnemer ‘nog centraler’ te stellen dan betekent dit dat ook een zorgplicht ontstaat. Hierdoor moet onder meer worden nagedacht over de juridische verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid en de rolverdeling tussen pensioenfonds en uitvoerder. Deze zorgplicht biedt echter ook kansen, immers het vertrouwen in de pensioensector kan worden vergroot, onder meer door de binding met de deelnemers te versterken.

De door de pensioensector in te zetten transformatie werd door Kroes, ter afsluiting van zijn bijdrage, gevisualiseerd met behulp van onderstaand overzicht:

Pensioenseminar 2017 Afbeelding 2 transformatie pensioensector

Gekozen beleid leidt tot vervaging van 2e en 3e pijler: is onderscheid 2e en 3e pijler nog houdbaar?

In de bijdrage van Tjerk Kroes werd inzicht gegeven in de ‘pensioenfonds-invalshoek’ ten aanzien van de huidige ontwikkelingen in de pensioensector. Frits Bart ging in zijn bijdrage in op de ‘verzekeraars-invalshoek’. De centrale vraag in zijn presentatie was: in hoeverre is het onderscheid tussen tweede en derde pijler nog houdbaar? In het bijzonder besteedde hij hierbij aandacht aan het nettopensioen. Bart wierp hiertoe een blik op de praktijk. Hieruit komt naar voren dat begin 2015 ca. 145.000 werknemers deelnamen aan een nettopensioenregeling. Ervaringen van Aegon met het nettopensioen leren dat het Aegon-pensioenproduct ‘100 % partnerpensioen’ de meest gekozen netto variant is. Een andere observatie van Bart is dat de introductie van het nettopensioen niet geleid heeft tot een significante toename van derde pijler producten zoals banksparen of lijfrenten. Bart wees in dit verband op het feit dat relatief weinig aanbieders (zoals banken en verzekeraars) zich hebben gericht op het aanbieden van nettolijfrenteproducten.

Op basis van zijn waarnemingen kwam Bart tot enkele conclusies. Zo stelde hij vast dat veel werknemers wat betreft pensioenopbouw in de tweede pijler er op achteruit zijn gegaan. De huidige ‘40-plus generatie’ heeft in het verleden echter nog veel compensatie uit opgebouwd pensioen. Zij werden in het verleden immers niet geconfronteerd met de verhoging van de pensioenleeftijd en versobering van het Witteveenkader. Als slotconclusie sprak Frits uit dat de tweede pijler, als arbeidvoorwaarde zijnde, ten opzichte van de derde pijler nog wel degelijk toegevoegde waarde heeft.

Net zoals de andere sprekers op het seminar stond Bart stil bij de vraag wat er met het oog op de toekomst moet gebeuren in de pensioensector. Een van de belangrijkste aspecten die hij in dit kader noemde, was de introductie van integrale financiële planning, over de diverse pensioenpijlers heen en waarbij niet alleen oog is voor de inkomsten maar ook voor de uitgaven nu en later. Aegon heeft de ‘handschoen’ al opgepakt en heeft hiertoe diverse initiatieven ontplooid. Onder meer het via content management en social media de dialoog aangaan met de deelnemers is een belangrijk onderdeel van de platform gedachte die Aegon voor ogen heeft.

Frits Bart
Directeur Beleid & Propositiemanagement bij Aegon Zakelijk

Download de presentatie

Afsluiting

Het seminar heeft (nogmaals), mede door het ‘over de grenzen kijken’ naar de energiesector, duidelijk gemaakt dat de huidige en toekomstige ontwikkelingen, nopen tot aanpassing van de pensioensector. Het is hierbij van belang dat de pensioensector zelf de regie voert over de te varen koers waarbij niet alleen de fiscaliteit maar ook de deelnemer niet uit het oog mag worden verloren!

‘Als stip op de horizon’ werd ter afsluiting door de middagvoorzitter gewezen op de datum van het 7e pensioenseminar dat zal plaatsvinden op 29 januari 2018. Meer informatie over het Pensioenseminar in 2018 zal te zijner tijd op de website van het Maastricht Centre for Taxation, Maastricht University worden gepubliceerd.

De Raad van Advies, bestaande uit Gerard Rutten, Lilian van Duijnhoven, Ruud Kleynen, Roland Brandsma en Anouk Bollen (vz) kijken terug op een geslaagde editie en zien uit naar een wederom drukbezocht seminar in 2018.

Bekijk meer foto's van dit evenement in de Media Gallery  

M. van Wijk van Pensioen Pro FD schreef het volgende artikel naar aanleiding van het Pensioenseminar 2017: