Van Maastricht naar het hart van het Nederlandse en Europese recht
Al vanaf haar eerste weken als rechtenstudent was Janneke Gerards gefascineerd door de vragen die achter het recht schuilgaan. Mag je een brood stelen als je geen geld hebt om eten te kopen? En mag je profiteren van de erfenis van iemand die je zelf hebt vermoord? Het waren vragen die haar als student aan de Universiteit Maastricht meteen duidelijk maakten wat haar zo aantrok in het recht: het probeert orde te scheppen in een complexe samenleving, maar raakt daarbij onvermijdelijk aan fundamentele vragen over rechtvaardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid.
Die fascinatie vormt nog altijd de rode draad in haar werk. Gerards groeide uit tot een internationaal gerenommeerd wetenschapper op het gebied van grondrechten, staats- en bestuursrecht en Europees recht. Sinds 2016 is zij hoogleraar Fundamentele Rechten aan de Universiteit Utrecht en vanaf augustus 2024 combineert zij haar academische werk met haar functie als staatsraad in de Afdeling advisering van de Raad van State.
Een uitzonderlijke start in Maastricht
De basis voor die loopbaan werd gelegd aan de Universiteit Maastricht. Gerards studeerde Nederlands Recht en behaalde haar propedeuse in 1995 cum laude. In 1998 rondde zij haar studie Nederlands Recht, met een specialisatie in staats- en bestuursrecht, eveneens cum laude af. In 2002 promoveerde zij op haar ruim 800 pagina’s tellende proefschrift Rechterlijke toetsing aan het gelijkheidsbeginsel, onder begeleiding van haar promotor prof. mr. Aalt Willem Heringa. Hiervoor ontving ze maar liefst drie prijzen.¹
Na een korte periode als universitair docent staatsrecht in Maastricht zette Gerards haar academische carrière voort aan de Universiteit Leiden. Daar werd zij in 2005 benoemd tot hoogleraar staats- en bestuursrecht en was zij tijdelijk de jongste professor van Nederland.¹ Vervolgens werkte zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen, eerst als onderzoekshoogleraar Fundamentele Rechten en later als kernhoogleraar Europees recht. Sinds 2016 is zij verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Impact buiten de universiteit
Maar haar werk reikt al lange tijd verder dan de academische wereld. Zo was zij onder meer raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag en lid van verschillende staatscommissies en adviesorganen. Sinds 2015 is zij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en sinds 2023 plaatsvervangend lid van de Venetië Commissie van de Raad van Europa.
Voor Gerards is wetenschappelijke impact niet alleen zichtbaar in boeken en artikelen, maar vooral in de manier waarop kennis uiteindelijk haar weg vindt naar de samenleving. “Ik ben trots op mijn vele nevenactiviteiten, waardoor ik een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke discussies over staatsrechtelijke onderwerpen kan of heb kunnen leveren, of waardoor ik actief heb kunnen bijdragen aan discussies over wetenschapsbeleid.” Die maatschappelijke betrokkenheid komt onder meer tot uiting in haar werk aan onderwerpen die direct relevant zijn voor het publieke debat en in de rapporten die zij hierover schreef.
“Ik ben trots op mijn vele nevenactiviteiten, waardoor ik een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke discussies over staatsrechtelijke onderwerpen kan of heb kunnen leveren.”
Een goed voorbeeld daarvan is haar werk op het snijvlak van algoritmen en grondrechten. Samen met Max Vetzo en Remco Nehmelman schreef zij over de juridische en maatschappelijke gevolgen van algoritmische besluitvorming. Als programmaleider en hoofdauteur was zij vervolgens betrokken bij het Impact Assessment voor Mensenrechten en Algoritmen. Het instrument wordt inmiddels door vrijwel alle Nederlandse overheidsinstanties gebruikt om de mogelijke gevolgen van algoritmische toepassingen voor mensenrechten in kaart te brengen.
Ook haar werk voor de Staatscommissie Grondwet laat zien hoe wetenschappelijke kennis kan doorwerken in het publieke domein. Het rapport van deze commissie heeft uiteindelijk bijgedragen aan twee grondwetswijzigingen.
Een constante in haar loopbaan is haar betrokkenheid bij European Human Rights Cases (EHRC), tegenwoordig EHRC Updates. “Al sinds 1999 ben ik betrokken bij EHRC. Dit tijdschrift is destijds opgestart door Aalt Willem Heringa – toen mijn promotor – en samen met collega-promovenda Heleen Janssen werd ik redactiesecretaris.” Toen Heringa later afscheid nam als redactievoorzitter, nam Gerards die verantwoordelijkheid over. Ruim 25 jaar later is zij nog altijd actief bij het tijdschrift: ze schrijft wekelijks samenvattingen van belangrijke uitspraken van Europese hoven, verzorgt annotaties en geeft leiding aan de redactie.
Ook bij andere wetenschappelijke tijdschriften heeft Gerards een actieve rol gespeeld. Zo is zij medeoprichter van het Nederlands Tijdschrift voor Constitutioneel Recht en was zij betrokken bij verschillende andere juridische tijdschriften.
Een recente mijlpaal in haar carrière is haar benoeming tot staatsraad in de Afdeling advisering van de Raad van State. Zelf heeft Gerards grote waardering voor deze en eerdere benoemingen: "Ik was en ben erg blij met mijn benoeming tot staatsraad in de Afdeling advisering van de Raad van State, maar ook eerdere benoemingen heb ik altijd als een eer en een voorrecht beschouwd."
De volgende generatie versterken
Impact zit voor Gerards niet alleen in wat je zelf bereikt, maar ook in wat je aan anderen kunt meegeven. Dat blijkt uit haar grote betrokkenheid bij jonge wetenschappers en studenten en uit de Engelstalige handboeken die zij schreef en waarmee zij haar kennis en inzichten met de volgende generatie deelt.
Een belangrijk voorbeeld is haar boek General Principles of the European Convention on Human Rights, dat als het ware een ‘blueprint’ voor grondrechten vormt. Het boek wordt aan veel Europese universiteiten gebruikt en geldt als een belangrijk naslagwerk voor studenten en onderzoekers die zich verdiepen in het Europees mensenrechtenrecht.
Ook als voorzitter van De Jonge Akademie heeft zij zich ingezet voor de ontwikkeling van het Nederlandse wetenschapsbeleid en voor het toegankelijk maken van wetenschap voor een breder publiek. Bij het project De Jonge Akademie on Wheels trokken jonge topwetenschappers het land in om hun onderzoek rechtstreeks met scholieren te delen. "Als voorzitter van De Jonge Academie heb ik naar mijn idee een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de vorming van het Nederlandse wetenschapsbeleid en – via 'De Jonge Akademie on Wheels' – aan het vertalen van wetenschap naar een breed publiek," zegt Janneke Gerards hierover.
"Als voorzitter van De Jonge Academie heb ik naar mijn idee een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de vorming van het Nederlandse wetenschapsbeleid en aan het vertalen van wetenschap naar een breed publiek."
Die betrokkenheid bij de volgende generatie kreeg ook vorm in het onderwijs. Acht jaar lang was zij programmaleider van de Utrechtse Legal Research Master, waar zij zeer getalenteerde studenten begeleidde op weg naar een wetenschappelijke loopbaan of onderzoeksgerichte functies buiten de wetenschap. "Als ik zie waar zij terecht zijn gekomen en hoe goed ze het daar doen, denk ik dat dit programma altijd een bijzondere impact heeft gehad."
Voor Gerards gaat het begeleiden van jonge talenten bovendien verder dan het overdragen van kennis. Ze wil studenten ook helpen vertrouwen te krijgen in hun eigen kwaliteiten.
"Alles kan, als je maar wilt"
Dat vertrouwen is niet vanzelfsprekend. Juist zeer getalenteerde studenten kunnen volgens Gerards opvallend onzeker zijn. "Veel getalenteerde topstudenten zijn heel onzeker en ontevreden over zichzelf, of lopen rond met het impostersyndroom."
Een belangrijk inzicht hierover kreeg ze tijdens een lezing van een Nobelprijswinnaar in de scheikunde, die openlijk vertelde over zijn eigen onzekerheid. “Ik realiseerde me dat die nare en soms verlammende onzekerheid veel te maken heeft met de manier waarop we onszelf vergelijken met anderen.” We zien bijvoorbeeld iemand die uitblinkt in conceptueel denken, een ander die bijzonder creatief is en weer iemand anders die een vlotte pen heeft of sociaal zeer vaardig is. Onbewust vergelijken we onze eigen kwaliteiten vervolgens met al die verschillende talenten tegelijk. “Als je jezelf vergelijkt met zo’n samengesteld supermens, schiet je in je eigen ogen altijd tekort – en daar word je uiteindelijk bepaald depressief van,” legt Gerards uit. Volgens haar is het daarom belangrijk om jezelf zo min mogelijk met anderen te vergelijken en je bewust te zijn van de valkuil van een al te competitieve houding.
“Als je jezelf vergelijkt met zo’n samengesteld supermens, schiet je in je eigen ogen altijd tekort.”
Die visie op onzekerheid en vergelijken sluit aan bij haar bredere kijk op talent en ontwikkeling: blijf nieuwsgierig, werk hard en probeer jezelf steeds verder te ontwikkelen, maar verlies jezelf niet in de vergelijking met anderen. Vertrouw op je eigen kwaliteiten en weet dat er veel mogelijk is als je je ervoor inzet. Zoals haar favoriete quote uit een kinderboek van Guus Kuijer het mooi samenvat: “Alles kan, als je maar wilt.”
Een eerbetoon aan de impact van onze alumni
Janneke Gerards behoort tot de ‘Notable Alumni’ van Maastricht University, een erkenning voor alumni die een uitzonderlijke impact hebben gehad in hun vakgebied, in de samenleving of voor de universiteit. Met ‘Notable Alumni’ brengen we de prestaties en uiteenlopende loopbanen van onze alumni onder de aandacht en inspireren we huidige studenten, mede-alumni en de bredere UM-gemeenschap met de impact die zij wereldwijd hebben.
¹ Bron: Vrij Nederland, Als de rechter tekort schiet (2007)