Samen Sterk van Start: intensieve begeleiding moet beginnende leraren behouden voor het onderwijs
Het lerarentekort in Nederland is al jaren een hardnekkig probleem. Voornamelijk scholen met veel leerlingen met een ingewikkeldere leerlingpopulatie hebben moeite om voldoende bevoegde leraren voor de klas te krijgen. Tegelijkertijd verlaat maar liefst een kwart van de startende leraren het beroep binnen enkele jaren na afstuderen. Het LerarenLab wil daar verandering in brengen met Samen Sterk van Start: een programma waarin beginnende leraren intensief worden begeleid door een externe mentor.
Volgens projectleider en onderzoeker Nienke Ruijs sluit het initiatief aan bij de bredere missie van het LerarenLab: kansrijke oplossingen ontwikkelen én zorgvuldig onderzoeken om het lerarentekort terug te dringen. "De eerste jaren voor de klas zijn ontzettend intensief. We weten uit de literatuur dat goede begeleiding het verschil kan maken."
Intensieve begeleiding vanaf dag één
Waar begeleiding op veel scholen verschilt in kwaliteit en soms pas wordt ingezet als problemen zich voordoen, kiest Samen Sterk van Start voor een preventieve aanpak. Aan het begin van het schooljaar worden startende leraren gekoppeld aan een ervaren mentor. Deze mentor staat zelf ook voor de klas, maar op een andere school. Gedurende een jaar krijgt de starter ongeveer zestig uur begeleiding, met tweewekelijkse coachgesprekken en maandelijkse lesobservaties. Die observaties zijn nadrukkelijk niet bedoeld als beoordeling, maar om de starter te coachen.
Bovendien helpen scholen elkaar; Mentoren van scholen die minder last hebben van tekorten, begeleiden starters op scholen waar het lerarentekort het grootst is. Juist daar zijn de uitdagingen vaak complexer en is de behoefte aan ondersteuning het grootste. Het project zorgt daarmee ook voor meer solidariteit tussen scholen,
Ruijs benadrukt dat het programma niet alleen is bedoeld om beginnende leraren beter te laten functioneren, maar vooral om hen voor het onderwijs te behouden. "Het gaat erom dat we bevoegde leraren niet kwijtraken."
Onderzoeken wat echt werkt
Een belangrijk onderdeel van het project is het wetenschappelijke onderzoek. Anders dan veel onderwijsinterventies wordt Samen Sterk van Start onderzocht met een gerandomiseerde experiment (een randomized controlled trial). Daarbij worden meer startende leraren geworven dan er mentoren beschikbaar zijn. Door middel van loting krijgt een deel begeleiding, terwijl een controlegroep de reguliere ondersteuning ontvangt. Beide groepen worden gedurende meerdere jaren gevolgd.
De eerste kleinschalige pilot, waaraan zestien scholen deelnamen en 25 startende leraren begeleiding ontvingen, laat zien dat zowel mentoren als starters enthousiast zijn over de aanpak. Toch is het volgens Ruijs nog te vroeg om uitspraken te doen over de daadwerkelijke effecten. Daarvoor is een grotere onderzoeksgroep nodig. De ambitie is om de komende jaren uit te breiden naar ongeveer 300 starters met begeleiding en een even grote controlegroep, vooral in de grote steden.
"Juist door zorgvuldig onderzoek kunnen we uiteindelijk met vertrouwen zeggen of deze aanpak echt werkt," zegt Ruijs. "Dat levert niet alleen kennis op voor scholen, maar ook een sterkere basis voor beleidsmakers om te investeren in effectieve begeleiding."
Een luisterend oor én een spiegel
Een van de mentoren binnen het project is Els Voorend, die zelf al twintig jaar ervaring heeft in het basisonderwijs. Afgelopen schooljaar begeleidde zij twee startende leerkrachten: een kleuterleerkracht en een leerkracht van groep 4. Om de twee weken voerden zij coachgesprekken, afgewisseld met lesbezoeken en nabesprekingen.
Volgens Els verschillen de uitdagingen per starter. "De één worstelt met orde houden, de ander juist met het didactische stuk. Daarnaast loopt vrijwel iedereen tegen dezelfde praktische uitdaging aan: alles is nieuw. Daardoor kost alles simpelweg meer tijd."
Tijdens de begeleiding probeert zij starters niet alleen praktische handvatten te geven, maar hen ook zelfvertrouwen te laten opbouwen. Een van de beginnende leerkrachten had moeite om rust in de klas te bewaren. Samen werkten zij aan duidelijke verwachtingen, consequenter handelen en het inzetten van stemgebruik. Bij de andere starter lag de nadruk juist op het opbouwen van effectieve lessen en het formuleren van heldere leerdoelen.
Aan het einde van het traject zag Els bij beide starters duidelijke groei. "Ze kregen meer zelfvertrouwen en je zag dat ze de tips daadwerkelijk gingen toepassen. Maar misschien nog wel belangrijker: ze gaven aan dat het fijn was dat er iemand was die gewoon luisterde. Beginnende leraren krijgen ontzettend veel op hun bord."
Juist haar positie als externe mentor draagt daaraan bij. Omdat zij geen directe collega is, ervaren starters minder drempels om open te vertellen waar zij tegenaan lopen.
Investeren in behoud
Volgens zowel Nienke Ruijs als Els Voorend zou begeleiding van startende leraren veel vanzelfsprekender moeten worden. Els pleit ervoor om beginnende leraren in hun eerste jaren minder extra taken te geven, zoals commissiewerk en standaard iemand naast hen te zetten die regelmatig meekijkt en vraagt wat er nodig is.
"Nu horen we nog te vaak dat collega's simpelweg geen tijd hebben," zegt ze. "Dan kun je je als starter behoorlijk alleen voelen. Problemen stapelen zich op en kosten enorm veel energie."
De eerste ervaringen binnen Samen Sterk van Start stemmen beide geïnterviewden positief. Waar het project begon als een kleinschalig initiatief in Amsterdam, wordt het inmiddels uitgebreid vier grote steden in Nederland. Uiteindelijk hopen zij dat intensieve mentorbegeleiding een vaste plek krijgt binnen het onderwijs.
Als het onderzoek de komende jaren laat zien dat de aanpak daadwerkelijk leidt tot minder uitval onder startende leraren, kan Samen Sterk van Start uitgroeien tot een belangrijke bouwsteen in de aanpak van het Nederlandse lerarentekort. Want juist door beginnende leraren een sterke start te geven, wordt de kans groter dat zij ook op de lange termijn met vertrouwen én plezier voor de klas blijven staan.