3 oktober 2019

Wel of niet inenten tegen baarmoederhalskanker?

De ‘Keuzehulp inenten tegen baarmoederhalskanker’ helpt moeders en hun dochters bij het maken van een weloverwogen keuze over de HPV-vaccinatie die beschermt tegen het ontstaan van baarmoederhalskanker. Daardoor zijn moeders beter geïnformeerd en zijn zij sneller bereid hun dochter te laten vaccineren tegen HPV. Dat is de belangrijkste conclusie van het onderzoek van Mirjam Pot die op dit onderwerp promoveerde aan de Universiteit Maastricht. Samen met TNO ontwikkelde de UM een interactieve website die geïntegreerd wordt in de landelijke voorlichting over de HPV-vaccinatie.

pot ruiter

Moeders zijn belangrijk

Baarmoederhalskanker is een veel voorkomende ziekte onder vrouwen, zo laten de cijfers zien. Aanhoudende infectie met het Humaan Papillomavirus (HPV) dat wordt overgedragen via seksueel contact, is de veroorzaker van baarmoederhalskanker. In Nederland worden nog steeds elk jaar nieuwe gevallen ontdekt, waarvan een aanzienlijke hoeveelheid een fatale afloop heeft: jaarlijks sterven er in Nederland ongeveer 200 vrouwen aan baarmoederhalskanker. “En dat terwijl er nu gratis een vaccin wordt aangeboden dat een groot gedeelte van de sterfgevallen kan voorkomen”, aldus Pot.

Rob Ruiter: “Directe aanleiding voor dit promotieonderzoek was het gegeven dat de vaccinatiegraad steeds verder blijft teruglopen sinds de HPV-vaccinatie in 2009 werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Voor die terugloop zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Eerder onderzoek in Nederland heeft in elk geval aangetoond dat moeders de belangrijkste rol spelen bij het beslissen over hun dochters’ HPV-vaccinatie. Vandaar dat dit onderzoek gericht was op de moeders. Zij hadden een belangrijke stem bij de ontwikkeling van de website.”

Maatschappelijke ontwikkeling

“Het is daarom uitermate belangrijk om goede voorlichting te geven die optimaal aansluit bij de behoeften van de doelgroep,” merkte Pot tijdens haar onderzoek. “Alleen wie goed geïnformeerd is, kan een weloverwogen keuze maken voor de HPV-vaccinatie.” En dat is juist in deze tijd erg belangrijk,” licht Ruiter toe. “De laatste jaren zien we een maatschappelijke ontwikkeling waarbij wordt getwijfeld aan de veiligheid van vaccinaties. Ouders voelen zich steeds vaker onzeker.”

Onzekerheid

De overtuiging dat een vaccin gevaarlijk kan zijn, wordt bovendien beïnvloed door dramatische berichten in de media, voornamelijk op internet, constateerde Pot tijdens haar onderzoek. “Dit leidt tot onzekerheid en het idee dat vaccinatie onveilig is. En dat terwijl onomstotelijk vaststaat dat het vaccin tegen HPV over de hele populatie gezien veilig is.” Een andere verklaring voor de lage opkomst heeft te maken met het seksuele aspect van de infectie, concludeert de onderzoeker. “De inenting werkt het beste vóórdat meisjes seksueel actief zijn. Voor ouders is het moeilijk om een realistische inschatting te maken van het seksuele gedrag van hun dochter in de toekomst.”

De ‘Keuzehulp inenten tegen baarmoederhalskanker’ is getest door een grootschalig experiment. Resultaten van het onderzoek waren zeer positief, zo zien de onderzoekers. De keuzehulp blijkt effectief te zijn: moeders die ermee aan de slag gingen, waren eerder bereid hun dochter te laten vaccineren dan moeders die er geen gebruik van maakten. Pot: “Het mooie van deze keuzehulp is bovendien dat deze laagdrempelig en persoonlijk is. Gebruikers kunnen contact maken met een virtuele assistent die meteen feedback geeft over de voor- en de nadelen van het al dan niet vaccineren.”

Maatschappelijke impact

Ruiter en Pot verwachten dat het beschikbaar komen van de website met daarop de keuzehulp een grote maatschappelijke impact zal hebben. Vanaf 2019 is de nieuwe werkwijze gestart: hierbij wordt ieder 12-jarig meisje in Nederland opgeroepen voor de HPV-vaccinatie en ontvangen ze een link naar de keuzehulp. “We verwachten er veel van, wetende dat we er grote groepen mee kunnen bereiken tegen relatief lage kosten.”

Rob Ruiter (1969) studeerde Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. In 2000 promoveerde hij aan de Faculteit Psychologie van de UM. Na diverse jaren werkzaam te zijn geweest als universitair (hoofd)docent aan de Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen is Rob Ruiter sinds 2012 hoogleraar Toegepaste Sociale Psychologie. Tevens is hij lid van het Faculteitsbestuur en vice-decaan Onderwijs.

Mirjam Pot (1990) studeerde Sociale Psychologie aan de Universiteit Utrecht. In 2012 startte ze haar promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht en de afdeling Jeugdzorg van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). Afgelopen oktober behaalde ze haar doctorstitel  

Door: Graziella Runchina (tekst), Loraine Bodewes (fotografie)