2 december 2020

Verslaving: tussen eigen schuld en hersenziekte in

De promovenda is opgeleid als psycholoog, de promotor is jurist. Anna Goldberg schrijft onder supervisie van bijzonder hoogleraar strafrecht David Roef haar proefschrift over de rol van verslaving in het strafrecht vanuit een neurowetenschappelijk perspectief. Ze hebben veel van elkaar geleerd, vooral doordat ze vanuit verschillende disciplines komen. 

roef goldberg
anna goldberg

Een aanbeveling is om meer nuancering in het eigen schuldconcept aan te brengen. Dat kan bijvoorbeeld de eis van een bepaalde mate van voorzienbaarheid zijn. Goldberg: "Dat maakt het mogelijk om preciezer naar verslaving te kijken. Kon je voorzien dat je een misdrijf zou plegen als je dronken of high werd? Als dat niet zo is, kun je dan iemand nog verantwoordelijk houden?"

Reductionisme

Een heikel punt is of de neurowetenschap uiteindelijk het strafrecht niet ondermijnt? Als de mens - populair gezegd - alleen maar brein is, is er dan nog een ruimte voor vrije wil en verantwoordelijkheid? Roef legt uit dat dit vooral een filosofische discussie is. "Anna's onderzoek gaat over de praktische inzetbaarheid van neurowetenschappelijke expertise in het strafrecht. Je sluit ook geen DNA-onderzoek uit in een strafzaak als alles wat we doen door onze genen zou zijn gedetermineerd. De waarde van de neurowetenschappen in het strafproces is er ontegenzeggelijk, zonder dat we alles tot het brein moeten reduceren."

Die filosofische discussie moet volgens hen overigens wel worden gevoerd. Roef: "Elke discipline beschouwt de mens vanuit de data en kennis van die discipline. Achter zulke inzichten en conclusies gaat altijd een risico van reductionisme schuil. Daarom is interdisciplinair onderzoek cruciaal." Ook wat dit betreft heeft het onderzoek van Goldberg een meerwaarde. "De vraagstelling van dit onderzoek is waardevol voor veel interdisciplinaire studies. Enerzijds stellen de neurowetenschappen vast hoe het brein werkt en wat de consequenties zijn. Het is anderzijds aan het recht en de politiek om een discussie over deze data te voeren en een belangenafweging te maken. De behoefte aan zekerheid en data mag er niet toe leiden dat deze ondergesneeuwd raakt."

Worsteling

roef

Beide wetenschappers hebben veel van elkaar geleerd, met name door het interdisciplinaire karakter van de studie. Goldberg: "Voor mij is de juridische manier van kijken nieuw en waardevol. Die is eerder normatief, terwijl we bij de opleiding psychologie meer empirisch en experimenteel kijken. David vraagt eerder naar hoe zou het moeten zijn? Wat is het doel van het strafrecht? Met kale data kun je weinig. De juridische vraag is: hoe willen we daarmee omgaan? Wat gaat de maatschappij hiervan vinden? In het begin van onze samenwerking was dit voor mij wel een worsteling. Ik dacht dat we het over hetzelfde hadden, maar ontdekte achteraf dat dit niet zo was."

Roef: "Door Anna heb ik meer inzicht gekregen in de capaciteitenbenadering. Het recht is geconcentreerd rond de kernvraag: wanneer ben je verantwoordelijk voor je daden? Een kind begrijpt dat dit bepaalde capaciteiten impliceert. Een demente bejaarde stellen wij niet verantwoordelijk. Vanuit de neurowetenschappen vloeit de discussie voort: wat doet verslaving met capaciteiten? Zulke data kunnen tot een andere normstelling leiden in het recht. Als mensen problemen hebben met capaciteiten eist het strafrecht dan juist teveel of te weinig van hen?"

Door: Hans van Vinkeveen (tekst), Paul van der Veer (fotografie)