26 oktober 2018

Professor Knottnerus neemt afscheid van de UM

Professor André Knottnerus, hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht en voormalig voorzitter van de Gezondheidsraad én de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, spreekt vandaag (26 oktober) zijn afscheidsrede uit. In de 36 jaar dat hij aan de UM was verbonden, was hij bepalend voor de ontwikkeling van de vakgroep Huisartsgeneeskunde en drukte hij ook ver buiten Maastricht een stempel op het wetenschappelijk aanzien van die geneeskundige discipline. Collega’s noemen hem ‘veruit de meest getalenteerde wetenschapper binnen de West-Europese huisartsgeneeskunde’. Knottnerus stond onder andere aan de wieg van het UM-onderzoeksinstituut CAPHRI, dat zich richt op zorg en gezondheid. Zijn wetenschappelijke werk draait om de klinische epidemiologie en toegepast wetenschappelijk onderzoek in de dagelijkse geneeskunde, in het bijzonder op het gebied van de huisartsgeneeskunde en overige extramurale zorg.

André Knottnerus (1951) studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, waar hij ook de huisartsopleiding voltooide. Hij werkte er als huisarts en was staflid bij de VU tot 1982, toen hij begon met zijn epidemiologie opleiding aan de Universiteit Maastricht. In 1986 promoveerde hij op de ontwikkeling en toepassing van klinisch epidemiologische onderzoeksmethoden op het gebied van de diagnostiek; twee jaar later werd hij hoogleraar. Van 2001 tot 2010 was hij voorzitter van de Gezondheidsraad en van 2010 tot 2017 was voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De verdienste van Knottnerus voor de huisartsgeneeskunde

In de jaren tachtig was het beroep van huisarts enigszins ondergewaardeerd in vergelijking met andere medisch specialisten. Het handelen van huisartsen werd gebaseerd op onderzoeken die in ziekenhuispopulaties werden uitgevoerd, terwijl de patiënten in een huisartsenpraktijk heel andere karakteristieken hebben. Knottnerus maakte gedurende zijn loopbaan duidelijk aan de wereld dat dat niet werkte en versterkte de epidemiologische aanpak in het huisartsengeneeskundig onderzoek.

Zijn afscheidsrede: evidence arena staat centraal

In zijn afscheidsrede  staat de ‘evidence arena’ centraal, net als op het symposium eerder vandaag. “Kennisbehoefte en kennisontwikkeling zijn en blijven van alle tijden”, aldus Knottnerus. “Maar de weg van kennis naar vooruitgang heeft (juist waar kennis een verschil kan maken) vaak trekken van een strijdtoneel, een arena. Een evidence arena, waarin naast kennis en bewijsvoering actoren, factoren en belangen een rol spelen. En waarin behalve creativiteit en betrokkenheid ook kennisontkenning en tegenwerking van kennis tot de strijdmiddelen behoren.”

Van vaccinatieweigeraars tot citatiescores

De hoogleraar spreekt in zijn afscheidsrede onder andere over de overtuigde vaccinatieweigeraars en het feit dat het percentage volledig gevaccineerde tweejarigen in Nederland de afgelopen jaren daalde van 95% naar 90,2%. Hij noemt het ‘verdedigbaar om bewust niet gevaccineerde kinderen niet op dezelfde crèches toe te laten als andere kinderen, ook als ultiem motiverend signaal’. Verder hamert hij op de basisvoorwaarden ‘kwaliteit, integriteit, en onafhankelijkheid’ voor elke wetenschapper anno 2018. “Het waarmaken van kwaliteit kan niet zonder kwaliteitsbeoordeling, ook uit een oogpunt van maatschappelijke verantwoording. Maar daarbij moet de wetenschap, waarin juist betrouwbaarheid en validiteit centraal staan, haar koers niet langer laten bepalen door gebrekkige instrumenten als impactfactoren en citatiescores. Om nog maar niet te spreken van de nadelige gevolgen van het risicovermijdend gedrag dat kan ontstaan: moeilijk, arbeidsintensief en grootschalig onderzoek dat pas op langere termijn resultaten oplevert wordt steeds minder aantrekkelijk, hoewel juist dit type onderzoek in de huisartsgeneeskunde vaak noodzakelijk is.”

De persoon achter de hoogleraar

André Knottnerus is één van de vijf zonen van een predikantengezin uit Oost-Groningen en kreeg het nemen van verantwoordelijkheid naar de samenleving met de paplepel ingegoten. Zijn collega’s roemen naast zijn enorme expertise dan ook zijn veelzijdigheid, integriteit, sociale bewogenheid, betrokkenheid en bescheidenheid. Ondanks zijn vele werkzaamheden buiten de universiteit de laatste jaren, bleef hij toch wetenschappelijk zeer actief en betrokken en ook daar wordt binnen en buiten de vakgroep met veel respect naar gekeken.
Namens het College van Bestuur bedankte Rector Magnificus Rianne Letschert hem na afloop van zijn afscheidsrede in de Sint Janskerk voor zijn enorme bijdrage aan de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde, in Maastricht en ver daarbuiten.

Meer weten over zijn CV?

Professor Knottnerus begeleidde 69 promovendi, is (co-)auteur van meer dan 450 internationale wetenschappelijke artikelen op het gebied van de geneeskunde en de volksgezondheid en schreef diverse boeken en meer dan 300 artikelen in nationale tijdschriften. En, zoals zijn profielpagina op de UM-website vermeldt, is hij bloed- en orgaandonor. Hoewel hij nu formeel met emeritaat (hooglerarenpensioen) gaat, zal hij naar verwachting niet op zijn lauweren gaan rusten.

Door: Femke Kools