17 januari 2019
Onderzoeksrapport 'Statuut van Limburg'

Effectiever aanpakken van juridische grensobstakels

Welk soort juridisch instrument kan een effectieve oplossing bieden voor de provincie Limburg om grens-specifieke juridische problemen beter aan te kunnen pakken? Hoe kan Limburg een bepaald ‘mandaat’ krijgen om een actieve rol te spelen bij het oplossen van juridische grensobstakels? Op deze (en andere) vragen geeft het onderzoeksrapport 'Statuut voor Limburg'  antwoord, dat op 27 november 2018 door Gedeputeerde Staten van Limburg werd vastgesteld. Het rapport is uitgevoerd door expertisecentrum ITEM van de Universiteit Maastricht in opdracht van de Provincie Limburg.

Ongelijke bevoegdheden
Het rapport brengt bestaande instrumenten in kaart die regionale of lokale entiteiten in Europa in staat stellen om af te wijken van de geldende wetgeving voor het oplossen van grensoverschrijdende problemen. Specifieker onderzoekt het rapport de mogelijkheden voor Limburg en andere grensprovincies om een speciaal mandaat van de nationale regering te krijgen dat hen (juridisch) in staat stelt om rechtstreeks in contact te treden met de soevereine of gemandateerde regeringen aan de andere kant van de grens. Terwijl Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat is, waarbij de wetgevende macht ligt bij de Staten-Generaal in Den Haag, hebben de directe buren van Limburg – Vlaanderen, Wallonië en Noordrijn-Westfalen – hun eigen, lokale wetgevende macht. Daarom zijn de bevoegdheden tussen deze buurlanden niet hetzelfde voor de aanpak van grensoverschrijdende problemen langs de Limburgse grens.

Beter inzetten bestaande instrumenten
Voor het oplossen van juridische grensobstakels zou Limburg (of Nederlandse grensprovincies in het algemeen) een specifieke rol moeten krijgen bij de uitvoering van bestaande instrumenten op Benelux- en Europees niveau, aldus ITEM. Een cruciale rol hierbij kan zijn weggelegd voor de toepassing van vooral bestaande Benelux instrumenten. Juist het juridisch raamwerk van de Benelux Unie biedt veelbelovende kansen voor het oplossen van grensoverschrijdende obstakels. Ook kan van bestaande bilaterale instrumenten (zoals in het kader van verdragen met Duitsland) beter gebruik gemaakt worden door de provincie Limburg meer invloed te geven op de toepassing van deze instrumenten. Veelbelovend is ook het nieuw voorgestelde EU-instrument ‘cross-border mechanism’, waarover nog gestemd moet worden. Deze verordening kan wettelijke aanpassingen makkelijker maken bij grensoverschrijdende projecten en provincies als Limburg een sterkere rol geven bij grensoverschrijdend bestuur. Dit aspect kan met name van grote toegevoegde waarde zijn voor stakeholders in Limburg met grensoverschrijdende infrastructuurprojecten.

Statuut voor Limburg?
Als tweede oplossing stelt het rapport dat een specifiek, nationaal juridisch instrument opgericht kan worden, waarmee grensprovincies bepaalde Nederlandse wetgeving kunnen aanpassen bij grensbelemmeringen. Dan gaat het niet om een specifiek wetgevingsinstrument voor de provincie Limburg (als ‘Statuut voor Limburg’), maar om een instrument – in de vorm van een kaderwet - voor alle provincies die betrokken zijn bij grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten. Hierbij zouden – onder bepaalde voorwaarden – ook zogenoemde ‘experimentatieclausules’ een zinvolle rol kunnen spelen. Recente pogingen van de regering tot experimentele wetgeving leren dat grensoverschrijdende problemen kunnen worden opgelost door een dialoog aan te gaan tussen overheid en betrokken lokaal besturen, aldus het rapport. Een soortgelijk proces zou kunnen worden geïmplementeerd bij grensprovincies. Het rapport beveelt bovendien aan dit ‘Nederlandse statuut’ op te stellen met het specifieke doel om grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten te faciliteren. Verder moet het duidelijk in overeenstemming zijn met het door de Europese Commissie voorgestelde ‘mechanisme’.

Vervolgstap: instrumenten toepassen op casussen
Een diepere analyse is nodig voor het vaststellen van de meest effectieve instrumenten bij het oplossen van obstakels. Daarom beveelt ITEM aan om twee specifieke casussen, namelijk de fusie van de havens in Gent, Terneuzen en Vlissingen (de North Sea Port) en de plannen voor het oprichten van een gezamenlijk Euregionaal Kinderchirurgisch Centrum (Aken/Maastricht/Luik) verder te onderzoeken.