Institute for Transnational and Euregional cross-border cooperation and Mobility (ITEM)

Drie landen, één hoofdpijndossier en eindeloze mogelijkheden

De integratie van de EU is de droom van een Europa zonder grenzen. Belgische en Duitse grensgebieden zijn voor duizenden mensen in Maastricht een integraal onderdeel van hun dagelijks leven. Hoewel er geen paspoortcontroles meer zijn, zitten de verschillen in wetgeving de verwezenlijking van de Europese droom nog steeds in de weg. Martin Unfried en ITEM doen onderzoek naar mensen in Europese grensgebieden en bepleiten hun zaak.

De Euregio Maas-Rijn (EMR) omvat drie landen, vijf regio's, drie talen, vier miljoen inwoners en de steden Maastricht, Luik, Aken, Hasselt en Eupen. Dat klinkt ingewikkeld – en dat is het ook. "In het onderzoek naar Europese integratie – vanuit welke invalshoek dan ook – is er een soort witte vlek als het gaat om grensregio's," vertelt Martin Unfried, senior onderzoeker bij het Instituut voor Transnationale en Euregionale grensoverschrijdende samenwerking en Mobiliteit (ITEM) van de UM.

"In eerste instantie was het idee dat, met de harmonisatie van verschillende beleidsterreinen in heel Europa, de problemen in regio's zoals de Euregio Maas-Rijn zichzelf zouden oplossen, omdat grenzen minder relevant zouden worden." Op sommige vlakken is dat ook het geval. "Grensgebieden hebben er in sommige opzichten flink van geprofiteerd – denk bijvoorbeeld aan het winkeltoerisme in Maastricht – maar in andere opzichten zorgen ze voor problemen."

De EMR is niet alleen een intrigerend studieobject, maar ook de dagelijkse realiteit voor talloze mensen: werknemers, ondernemers, studenten, patiënten, consumenten, gezinnen, vrienden en geliefden die dagelijks of wekelijks de grens oversteken. "Er is een probleem met de vertegenwoordiging: wie gaat er over de grensoverschrijdende gebieden? De Euregio als organisatie heeft geen wetgevende bevoegdheid. Maar in vergelijking met andere regio's is de samenwerking sterk ontwikkeld, omdat ze al een halve eeuw geleden is begonnen. Tegelijkertijd is er de laatste jaren niet veel vooruitgang geboekt op het gebied van capaciteiten en bevoegdheden. De organisatie zit ook een beetje vast, omdat ze niet echt budget heeft."

Schurende wetten

Nationaal of regionaal beleid kan voor grensoverschrijdende regio's paradoxale situaties opleveren. Van land tot land zijn er vaak enorme verschillen op het gebied van sociale zekerheid, belastingen en ziektekostenverzekeringen – dat lijntje op de kaart is dan opeens van heel groot belang. "Lidstaten willen met betrekking tot die onderwerpen niet harmoniseren. Dat is hun goed recht, maar het brengt problemen met zich mee voor grenswerkers. Nederland heeft bijvoorbeeld een heel geavanceerd systeem voor ziekteverzuim en re-integratie op de werkplek, terwijl in Duitsland of België je huisarts je gewoon een briefje voor je werkgever meegeeft. Deze drie lidstaten hebben ook verschillende methodes voor het berekenen van de pensioenleeftijd."

Voor Unfried en zijn collega's staat vast dat we met deze complexiteit moeten leren leven. Om de betrokken regio's en mensen in staat te stellen zo goed mogelijk met de situatie om te kunnen gaan, zijn goed onderzoek en goede instrumenten nodig. "Deze kwesties zijn een bewegend doelwit: elke nieuwe wetgeving, hoe goed deze op nationaal niveau ook werkt, kan nadelige gevolgen hebben voor mensen die in grensregio's wonen." Een goed voorbeeld zijn de regels voor thuiswerken. "Vroeger was een grenswerker iemand die aan de ene kant van de grens woonde en elke dag de grens overstak om naar zijn werk te gaan. Nu is het een stuk vager: wat een 'thuiskantoor' is, is een kwestie van definitie. Er is nog geen overeenstemming over en het verschilt per land."

Luxemburg heeft heel aantrekkelijke regels voor grenswerkers, omdat elke dag ongeveer 200 duizend mensen de grens oversteken om in het land te werken. Dat maakt het landelijke zuiden van België een stuk aantrekkelijker om te wonen, maar het creëert ook problemen voor die regio, omdat deze werknemers hun belastingen in Luxemburg betalen, ook al werken ze misschien een paar dagen per week thuis. "Om aan deze situaties tegemoet te komen, moet er over iedere bilaterale belastingovereenkomst afzonderlijk worden onderhandeld." In het geval van Duitsland zijn er negen van zulke overeenkomsten. ITEM organiseert workshops voor ministeries van de Benelux-landen, waar wordt nagedacht over de implicaties van die overeenkomsten.

Gelaagde complexiteit

"Sommige zaken, zoals belastingen, worden bilateraal geregeld, maar voor andere, zoals sociale zekerheid, gelden basisregels uit Brussel. Dus als je meer dan 25 procent van je tijd vanuit huis werkt, moet je in het land waar je woont sociale premies betalen voor bijvoorbeeld je werkloosheids- of ziektekostenverzekering." In de nasleep van de pandemie stelt nieuwe Europese wetgeving de drempel op 50 procent voor grenswerkers. "Het wordt al snel ingewikkeld, omdat er verschillende niveaus zijn: OESO, EU, nationaal, regionaal en gemeentelijk." De laatste twee kunnen aan weerszijden van grenzen verschillende bevoegdheidsniveaus hebben.

Grensoverschrijdende mobiliteit kan ook ongelijkheid veroorzaken of versterken. "Terwijl het in het geval van bijvoorbeeld Bazel of Lausanne vrij veel eenrichtingsverkeer is vanwege de grote verschillen in salarissen, is het in onze Euregio relatief in evenwicht, zodat het ene land er niet slechter vanaf komt dan het andere." Zuid-Limburg heeft het goed voor elkaar. "De 'krimpregio' stopt bij de grens: Aken is een bloeiende stad met een groeiende universiteit en een bloeiende economie."

De UM is zeer internationaal, deels omdat het een Euregionale universiteit is. "Amsterdam is ver weg, maar voor mensen in het Roergebied of het oosten van België is studeren in Maastricht een heel normale keuze, omdat de opleidingen in het Engels zijn en het dicht bij huis is." De samenstelling van de UM-gemeenschap is goeddeels het gevolg van die geografische anomalie – net als de economie van de regio. Zuid-Limburg heeft slechts ongeveer 600 duizend inwoners en een vergrijzende bevolking. Belgisch Limburg heeft er ongeveer een miljoen, de provincie Luik meer dan een miljoen en het Regierungsbezirk Köln 4,5 miljoen.

Nationale belangen, transnationale mensen

Regeringen vertrouwen op statistieken en ook die kunnen aan de randen problematisch zijn – de cijfers stoppen misschien bij de grens, maar het leven niet. "Het Nederlandse beleid voor brede welvaart [welzijn en duurzame ontwikkeling] houdt geen rekening met grensoverschrijdende toegankelijkheid. Volgens indicatoren zoals de afstand tot instellingen als universiteiten of ziekenhuizen, zou de grensstad Vaals het vrij slecht moeten doen, omdat ze tamelijk ver van het dichtstbijzijnde Nederlandse ziekenhuis ligt. Maar het is maar een klein stukje fietsen naar het academisch ziekenhuis van Aken."

Unfried maakt hier een belangrijk onderscheid. Limburg is een grensregio en de Nederlandse overheid doet wat goed is voor Limburg – wat niet noodzakelijkerwijs goed is voor het grensoverschrijdende gebied EMR. "Onze focus in onderzoek en beleidsaanbevelingen ligt op het laatste. We richten ons niet alleen op de Nederlandse kant." Dit gegeven, samen met hun zeer praktische aanpak en de impact die het heeft op het leven van mensen, maakt ITEM uniek. Vertegenwoordigers van de Nederlandse, Duitse en Belgische overheden bewust maken van deze en andere overwegingen maakt integraal onderdeel uit van ITEM's missie. Een belangrijk instrument hierbij is het jaarlijkse ITEM Cross-Border Impact Assessment, dat inzicht biedt in de effecten van Europese en nationale wetgeving en beleidsinitiatieven op grensregio's.

Een van deze kwesties is het openbaar vervoer. "De verbindingen zijn slechter dan 30 of 40 jaar geleden. De treinen van de NS stoppen in Maastricht. Transnationale hogesnelheidstreinverbindingen, zoals Keulen-Brussel-Parijs of Amsterdam-Berlijn zijn goed ontwikkeld, maar de situatie in grensregio's is heel anders." Unfried pleit voor een Euregionale vervoersstrategie en een grensoverschrijdende instelling. "De grote beslissingen worden nog steeds genomen door nationale ministeries en nationale bedrijven."

Andere onderwerpen in het Cross-Border Impact Assessment 2023 zijn kinderbijslag, concentratie van acute zorg, legalisering van cannabis en grote infrastructuurprojecten zoals de Einsteintelescoop – altijd vanuit een grensoverschrijdend perspectief. "Het is duidelijk dat nationale grenzen obstakels vormen. Wij willen bijdragen aan het wegnemen daarvan, om zo de EMR in staat te stellen om optimaal te profiteren van de enorme potentiële voordelen van haar unieke positie."

Door: Florian Raith

ITEM logo

Het expertisecentrum ITEM (Institute for Transnational and Euregional cross-border cooperation and Mobility) is werkzaam op het snijvlak van onderzoek, advies, kennisuitwisseling en opleidingsactiviteiten op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit en samenwerking. De ITEM Jaarconferentie 2023 vindt plaats op 17 november. 

Lees ook

Meer nieuws