Ballonnen die het leven meten
Wanneer patiënten herstellen van darmkanker, draait het niet alleen om genezing van de ziekte. Minstens zo belangrijk is de vraag: hoe gaat het met iemand, echt? Hoe voelt hij of zij zich, fysiek en mentaal, in het dagelijks leven? Dr. Stéphanie Breukink, colorectaal chirurg en hoofdonderzoeker bij de onderzoeksinstituten NUTRIM en GROW van het Maastricht UMC+, wil precies dat aspect beter zichtbaar maken.
Met haar onderzoeksteam ontwikkelde zij een innovatieve, digitale tool die patiënten actief betrekt bij hun herstel en de communicatie met artsen en zorgverleners verdiept: de ziektelastmeter voor darmkanker. Deze tool helpt patiënten met darmkanker om aan te geven hoe ze zich voelen. Hun ervaringen worden weergegeven in een kleurrijke ballongrafiek — een visueel overzicht dat letterlijk in één oogopslag laten zien hoe het met iemand gaat.
Zorg en levenskwaliteit staan centraal in het onderzoek van Dr. Stéphanie Breukink. Toen Stéphanie het initiatief nam voor de ontwikkeling van de ziektelastmeter voor darmkanker, had ze één duidelijk doel voor ogen: de kloof verkleinen tussen wat patiënten ervaren en wat artsen en zorgverleners in de spreekkamer bespreken.
Wat de ziektelastmeter vertelt — en helpt vertellen
De ziektelastmeter maakt kwaliteit van leven zichtbaar en bespreekbaar in de spreekkamer. De digitale ballonnen geven inzicht in fysiek functioneren, vermoeidheid, mentale veerkracht en andere factoren die van invloed zijn op herstel. Een groene ballon betekent dat het goed gaat, een rode dat extra aandacht nodig is. Dat eenvoudige kleurensysteem heeft een groot effect: het bevordert het gesprek tussen patiënt en arts over onderwerpen die anders vaak onderbelicht blijven. Dankzij de visuele feedback en de op richtlijnen gebaseerde aanbevelingen biedt de tool niet alleen inzicht, maar ook concrete handvatten voor gepersonaliseerd advies, leefstijlverbetering en vroegtijdige signalering van terugvalrisico’s. “Waar ik trots op ben,” vertelt dr. Breukink, “is dat patiënten beter hun eigen herstelproces kunnen volgen én daarover makkelijker in gesprek gaan met hun arts. Dat kan meer vertrouwen geven en de zorg persoonlijker maken, met gerichtere aandacht voor mentale en sociale factoren.”
Van PROM-onderzoek naar praktijk
De ziektelastmeter voor darmkanker, in het Engels “The Assessment of Burden of ColoRectal Cancer (ABCRC)-tool” bestaat uit zowel algemene items over bijvoorbeeld vermoeidheid en fysiek functioneren, als specifieke modules voor patiënten met colon- of rectumkanker, al dan niet met een stoma. De kracht van dit instrument ligt in de combinatie van een korte vragenlijst voor patiënten en simpele weergave van de resultaten. Patiënten en zorgprofessionals hebben meegedacht over de inhoud van de tool, die uitgebreid gevalideerd is op betrouwbaarheid en inhoud. Zo is het resultaat niet de zoveelste vragenlijst, maar een praktisch hulpmiddel dat echt aansluit op de beleving van de patiënt. Die visie sluit naadloos aan bij het landelijke streven naar Passende Zorg: zorg die niet alleen kijkt naar medische uitkomsten, maar net zo goed naar levenskwaliteit, functioneren en vitaliteit.
“We willen niet alleen weten of iemand geneest, maar ook hoe iemand functioneert, zich voelt en zijn leven weer oppakt.”
Ballonnen die het leven meten
Ballonnen die het leven meten
De visuele kern van de tool — de ballongrafiek — is oorspronkelijk ontwikkeld in de COPD-zorg door dr. Annerika Gidding-Slok (CAPHRI). Samen met o.a. Merel Kimman (KEMTA) en Britt Thomassen (NUTRIM) werd het model aangepast voor de context van darmkanker. Elke ballon vertegenwoordigt een levensaspect, zoals energie, pijn, stemming of dagelijkse activiteiten. De hoogte en kleur tonen de “last” per domein. Door met de patiënt op deze visuele manier naar gezondheid te kijken, ontstaat een compleet beeld dat medische gegevens alleen vaak niet kunnen geven. Momenteel is de ziektelastmeter ingebouwd in het het DICA-dashboard (Dutch Institute for Clinical Auditing) zodat deze beschikbaar wordt voor alle Nederlandse patiënten en ziekenhuizen. "Doordat patiëntgerapporteerde uitkomsten nu ingebouwd zijn in het DICA- dashboard kunnen ze structureel onderdeel zijn van het gesprek in de spreekkamer. Hierdoor kunnen we de (na)zorg voor darmkanker-patiënten verbeteren,” stelt Breukink over de samenwerking met DICA.
Een instrument voor preventie en vitaliteit
Hoewel de ziektelastmeter geen nieuwe gevallen van kanker voorkomt, kan de tool wél bijdragen aan preventie van problemen ná de behandeling. Door vroegtijdig achteruitgang in bijvoorbeeld conditie of stemming te signaleren, kunnen zorgverleners en patiënten samen tijdig bijsturen. De ingebouwde leefstijlmodule screent op beïnvloedbare factoren zoals voeding, beweging en rookgedrag, en verwijst door naar goede informatiebronnen of bewezen effectieve interventies. Daarmee bevordert de tool niet alleen herstel, maar ook langdurige vitaliteit — binnen én buiten het ziekenhuis. Regelmatige metingen (bij 0, 3, 6, 12, 18 en 24 maanden na de operatie) maken het mogelijk om herstelpatronen te volgen en terugval te voorkomen. Resultaten van een vorig meetmoment zijn immers zichtbaar als grijze ballonnen in de ballonnengrafiek. Die combinatie van monitoring, leefstijl voorlichting en samen beslissen maakt de tool tot een krachtig instrument binnen een meer preventieve, op maat gemaakte zorgaanpak.
“Uiteindelijk willen we dat patiënten zich sterker, energieker en beter begrepen voelen. We willen dat zorg niet alleen draait om overleven, maar ook om leven.”
Gedeelde besluitvorming in de praktijk
De kern van de innovatie ligt in samen beslissen. Door patiënten hun eigen gegevens te laten invullen en terugzien en daarbij stil te staan bij wat voor hen zelf op dat moment het meest belangrijk is om te bespreken en aan te pakken, ontstaat een meer gelijkwaardige dialoog in de spreekkamer. Patiënten ervaren daardoor meer regie over hun herstel. Ze kunnen beter aangeven wat goed gaat en waar ondersteuning nodig is waardoor zij passendere zorg kunnen ontvangen. Veel van hen voelen zich beter gehoord en begrepen. Tegelijkertijd helpt het de zorgverlener om consulten te structureren en tijd effectiever te gebruiken. Het succes van de ziektelastmeter hangt sterk af van die gebruikerservaring. Daarom is er grote aandacht besteed aan gebruiksvriendelijkheid: de tool heeft een herkenbare ziekenhuisinterface en werkt op smartphone of tablet, met eenvoudige navigatie en heldere weergaven met ballonnen.
Samen bouwen aan passende zorg
De ontwikkeling van de ziektelastmeter was een gezamenlijk traject: onderzoekers, patiënten, zorgprofessionals, landelijke organisaties (zoals Prospectief Landelijk ColoRectaal Cohort) PLCRC, DICA en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten) en zorgverzekeraars werkten intensief samen. Door literatuuronderzoek, interviews en testfasen met kleine patiëntgroepen kon de tool stap voor stap worden verfijnd — van concept tot klinisch toepasbaar systeem. Die samenwerking weerspiegelt een bredere beweging in de Nederlandse gezondheidszorg: van het biomedische naar het biopsychosociale model, waarin fysieke, mentale en sociale dimensies van gezondheid gelijkwaardig worden meegenomen.
“We merken dat mensen zich beter voorbereid voelen op hun consulten en dat de communicatie meer diepgang krijgt. Dit heeft niet alleen invloed op hun herstel, maar ook op hun zelfvertrouwen, motivatie en zelfredzaamheid.”
De impact voor patiënt en zorg
De meerwaarde van de ziektelastmeter wordt vooral zichtbaar in de kleine momenten: een patiënt die ontdekt dat hij meer is gaan bewegen en zich wat minder moe voelt of wat gezonder is gaan eten; een arts die dankzij de grafiek sneller ziet dat het herstel vertraagd; een gesprek dat niet blijft steken in “hoe gaat het?”, maar dieper ingaat op wat iemand nodig heeft. Voor patiënten voelt dat als erkenning. Velen geven aan dat ze zich beter gezien en gehoord voelen, en dat de tool hen motiveert om actief aan hun herstel te werken. Sommige beginnen zelfs zelf kleine leefstijlverbeteringen, simpelweg omdat de ballonnen laten zien dat het helpt. Voor zorgverleners biedt de tool een gestroomlijnd overzicht dat de kwaliteit van nazorg verhoogt en complicaties mogelijk helpt voorkomen. De hoop is dat deze manier van werken — waarbij data, gesprek en beleving samenkomen — de standaard wordt in de post-oncologische zorg van de toekomst.
Klaar voor brede toepassing
Momenteel wordt de ziektelastmeter breed geïmplementeerd binnen de darmkankerzorg, maar het potentieel reikt verder. Het principe van patiënt gestuurde, visueel ondersteunde monitoring kan ook worden toegepast op andere aandoeningen, zoals borstkanker of urologische tumoren. De ambitie van Breukink en haar team is dan ook helder: een toekomst waarin elke patiënt, ongeacht ziektebeeld, actief kan bijdragen aan zijn of haar herstel en kwaliteit van leven. “Uiteindelijk willen we dat patiënten zich sterker voelen, vitaler en beter gehoord,” zegt ze. “Dat de zorg niet alleen draait om overleven, maar om léven.”
Met de integratie van de ziektelastmeter in het landelijke DICA-dashboard en de nauwe samenwerking tussen onderzoek en kliniek, zet NUTRIM en het MUMC+ een belangrijke stap richting mensgerichte, duurzame zorg. Een digitale brug tussen patiëntervaring en klinische besluitvorming, die de weg vrijmaakt voor een nieuwe standaard in vitale, mensgerichte nazorg na darmkanker. Behalve de uitkomsten van de chirurgische ingrepen willen we ook de kwaliteit van leven verbeteren. De ziektelastmeter laat zien wat er ontstaat wanneer wetenschap, technologie en empathie elkaar vinden: een digitale brug tussen ervaring en expertise, tussen patiënt en professional. En bovenal — een hulpmiddel dat helpt herstellen met meer vertrouwen, inzicht en vitaliteit.
Tekst: Danielle Vogt
* Het Prospectief Landelijk CRC cohort (PLCRC) is een grootschalig Nederlands onderzoeksproject dat medische gegevens, weefsel en bloed verzamelt van patiënten met dikkedarm-, endeldarm-, dunnedarm- of anuskanker. Het doel is om behandelingen te verbeteren, betere inzichten te krijgen in kwaliteit van leven en zorg op maat te bieden.
* DICA is het Dutch Institute for Clinical Auditing. Dit is een onafhankelijke Nederlandse organisatie die de kwaliteit van de zorg inzichtelijk maakt door middel van kwaliteitsregistraties en analyses, in samenwerking met artsen en patiënten.
*HRQoL, Health-Related Quality of Life (gezondheids gerelateerde kwaliteit van leven) is een veelzijdige maatstaf die de impact van iemands gezondheidstoestand op hun fysieke, mentale, emotionele en sociale functioneren in kaart brengt. Het meet niet alleen de afwezigheid van ziekte, maar weerspiegelt de eigen perceptie van de persoon over zijn/haar gezondheidstoestand.
Biografie Stéphanie Breukink
Dr. Stéphanie O. Breukink is sinds 2009 werkzaam als darmchirurg en universitair hoofddocent bij het Maastricht UMC+. Zij is onderzoeker binnen de afdeling Chirurgie en verbonden aan de onderzoeksinstituten NUTRIM en GROW van de Universiteit Maastricht. Zij behaalde haar artsexamen aan de Rijksuniversiteit Groningen (1998) en promoveerde in 2006 op laparoscopische chirurgie bij endeldarmkanker, een studie waarvoor zij de Schoemakerprijs ontving voor het beste chirurgische proefschrift van dat jaar. Na een periode in Adelaide, Australië, richt zij haar werk op het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten met darmaandoeningen. Haar onderzoek omvat zowel kwaadaardige als goedaardige aandoeningen, zoals aambeien, fistels, incontinentie en verstopping. Daarnaast is zij actief betrokken bij het onderwijs en de begeleiding van jonge onderzoekers.
Lees ook
-
Update 12 mei 09:00 uur | Canvas wordt vandaag opgestart
Vanochtend is besloten om Canvas vandaag op te starten. Leidend bij dat besluit zijn de checks en risicoanalyses die de afgelopen dagen zijn uitgevoerd. Die tonen aan dat Canvas veilig aangekoppeld kan worden.
-
Femicide in de rechtspraktijk: naar eenduidige definitie en consistente aanpak
Het Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) heeft een onderzoeksrapport gepubliceerd over femicide in de Nederlandse rechtspraktijk.
-
Van pioniersfase tot gevestigd instituut: oud directeuren Andries de Grip en Rolf van der Velden blikken terug
Oud-directeuren Andries en Rolf blikken terug op ROA’s groei van klein team tot invloedrijk instituut. Succes kwam door de sterke focus op relevant onderzoek, data en samenwerking. Ondanks ROA's groei blijven cultuur, teamgevoel en inhoudelijke koers centraal staan.