Cultuurbarometer 2026 laat zien dat werkplezier en gevoel van erkenning zijn toegenomen onder UM-medewerkers

Het landelijke programma Erkennen & Waarderen (E&W), dat in 2019 van start ging, loopt bijna op zijn einde. De tweede Cultuurbarometer is inmiddels achter de rug. Een mooi moment om samen met rector magnificus Jan Smits en Hilde Verbeek, commissievoorzitter van E&W bij de UM, te kijken waar we nu staan op het gebied van erkennen en waarderen. En misschien nog wel belangrijker: hoe we verder gaan.

Smits is blij met de resultaten van de Cultuurbarometer. “Maar liefst 90% van de respondenten is bekend met het programma E&W. Dat is een fantastische score. Ook blijkt uit de barometer dat de medewerkers van de UM zich tegenwoordig meer erkend voelen én dat ze meer plezier in hun werk hebben. Daar ben ik trots op.”

Tegelijkertijd realiseert Smits zich dat dit niet betekent dat het werk erop zit. “We kunnen niet achteroverleunen. Juist nu moeten we zorgen dat E&W top of mind blijft binnen alle lagen van de organisatie. Rianne Letschert besteedde hier veel aandacht aan. Zij was echt het boegbeeld van het programma. En ook Hilde heeft als commissievoorzitter E&W een belangrijke bijdrage geleverd aan dit mooie resultaat. Samen met het College van Bestuur en de decanen houden Hilde en ik dit onderwerp de komende tijd op de agenda.” 

Voortrekkersrol

Verbeek is blij met de betrokkenheid van de rector. “Het is zeker belangrijk om over het programma te blijven communiceren. Zelf probeer ik de (vice)decanen van de faculteiten die deel uitmaken van de E&W-stuurgroep, te enthousiasmeren en te inspireren. Bijvoorbeeld door te vertellen wat er landelijk allemaal gebeurt op dit vlak. Daarnaast stimuleer ik hen om een voortrekkersrol op zich te nemen. Zíj́ moeten de onderwerpen die we binnen de stuurgroep bespreken, binnen hun eigen faculteit delen. Zo krijgt E&W continu aandacht. Dit gebeurt nu onder andere via townhalls, waarbij vakgroepen goede voorbeelden met elkaar delen. Wat mij betreft mag er de komende tijd nóg meer aandacht komen voor hoe we met de hele UM-gemeenschap samen vormgeven aan E&W in de praktijk.”

 In de afgelopen jaren is er al veel bereikt op het gebied van erkennen en waarderen. Verbeek: “Zo’n 80% van alle leidinggevenden – inclusief ondersteunend personeel – heeft een driedaagse E&W-training gevolgd. Daarnaast is de Leadership Academy opgericht, die de ontwikkeling van leiderschapsvaardigheden stimuleert. Ook zijn alle faculteiten gestart met de ontwikkeling van carrièrepaden die binnen hun eigen context passen. Ze hebben daar processen, procedures en beleid voor gemaakt. Verder heeft bijvoorbeeld FHML het Development Board opgezet, dat academici de mogelijkheid biedt om samen met collega’s én mensen van buiten de vakgroep of afdeling te reflecteren op hun ontwikkeling. Een groot deel van alle vakgroepen binnen FHML past het Development Board inmiddels toe. FASoS, FPN en LAW werken nu aan een soortgelijk instrument.”

Jan Smits
Jan Smits

E&W is geen nice to have, maar noodzakelijk om als onderwijsinstelling én werkgever talent aan te trekken en te behouden

Jan Smits

Cultuurverandering

Ook al is het programma E&W bij het grootste deel van de UM-gemeenschap bekend, toch blijkt uit de Cultuurbarometer dat universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren er in hun dagelijkse praktijk nog niet zo veel van merken. “Dat komt omdat hiervoor een cultuurverandering nodig is”, zegt Smits. “Lange tijd lag de focus binnen de academische wereld op onderzoek. Tot voor kort kregen academici die zich drie jaar hadden beziggehouden met bestuurlijke taken, te horen dat het wel weer eens tijd werd om onderzoek te doen. Want dat was de enige manier om een volgende stap te zetten in hun carrière. Die bestuurlijke ervaring telde niet mee. Via het programma E&W besteden we nu ook aandacht aan de erkenning en waardering van prestaties op het gebied van onderwijs, maatschappelijke impact en leiderschap. Het gaat niet langer alleen om onderzoek doen. E&W is dus geen nice to have, maar noodzakelijk om als onderwijsinstelling én werkgever talent aan te trekken en te behouden.” 

Natuurlijk gaat zo’n cultuurverandering niet van de ene op de andere dag. Dat kost tijd en energie. Daarom blijft de UM de komende jaren investeren in leiderschap, diversificatie van carrièrepaden en het evenwicht tussen het individu en de universitaire gemeenschap (‘team science’). Hoe dit er in de praktijk uitziet? Verbeek: “Leiderschap is onmisbaar bij de verdere invoering van E&W binnen de UM. Universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren moeten zelf de regie pakken en aangeven in welke richting ze zich willen ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om hun eigen ambities, maar ook om wat het team nodig heeft. Hoe kan hun ontwikkeling bijdragen aan het team en hoe kan het team bijdragen aan hun ontwikkeling? Leidinggevenden moeten daar ruimte voor bieden. Voor het vormgeven en waarderen van de verschillende carrièrepaden hebben we input van de hele academische gemeenschap nodig.”

Het programma E&W focust zich tot nu toe alleen op universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren. De promovendi en postdocs zijn buiten beschouwing gelaten. De reden daarvoor is simpel. Smits: “Je moet ergens beginnen. Bovendien blijkt uit gesprekken met promovendi dat de meesten van hen vooral hun proefschrift willen schrijven en geen behoefte hebben aan diversificatie van taken.” Verbeek: “Als commissievoorzitter E&W zou ik wel meer voor deze doelgroep willen doen. Maar alles op zijn tijd.”

Hilde Verbeek
Hilde Verbeek

Pilots

Voor de komende jaren is het belangrijk dat het College van Bestuur en de faculteitsbesturen het E&W-programma op de agenda houden. Daarom moeten de uitgangspunten van het E&W-programma worden opgenomen in het nieuwe strategisch programma, waar de UM op dit moment aan werkt. Verbeek: “Elke faculteit heeft de verantwoordelijkheid om E&W in praktijk te brengen binnen de eigen muren. Een aantal faculteiten is daarom dit jaar begonnen met pilots om de kwaliteitskenmerken voor maatschappelijke impact en onderwijs in kaart te brengen. Daar gaan we volgend jaar mee door. We hebben de UM-gemeenschap hard nodig om daar input voor te leveren. Het is daarom heel fijn dat uit de Cultuurbarometer blijkt dat een groot deel van onze academische gemeenschap het belang van E&W inziet. Daarmee hebben we een stevige bodem gecreëerd om op verder te bouwen.”