Maak kennis met onze hoogleraren: Liesbeth Scheepers
Sinds april 2026 is dr. Liesbeth Scheepers hoogleraar Verloskunde aan de Universiteit Maastricht (UM). Daarnaast werkt ze al bijna twintig jaar als gynaecoloog-perinatoloog bij het MUMC+. Na haar benoeming volgde al snel nóg een succes. Ze ontving een grote subsidie voor haar onderzoek naar de dosering van prenatale corticosteroïden bij dreigende vroeggeboorten. Met veel bevlogenheid zet ze zich al jaren in voor betere zorg voor moeder en kind, zowel in de spreekkamer als via grootschalig onderzoek.
“In mijn werk staat één overkoepelend doel centraal: passende zorg leveren. In Nederland is de verloskunde vrij zwart-wit ingedeeld. Zwangeren met een laag risico op complicaties gaan naar de verloskundige; zwangeren met een hoger risico bezoeken de gynaecoloog. Maar in werkelijkheid is er geen harde grens tussen een hoog en een laag risico; het is maatwerk. Vaak spelen meerdere factoren mee en hebben aanstaande ouders zelf ook duidelijke ideeën over wat zij willen.”
In de drie dagen per week die Liesbeth in het MUMC+ werkt als gynaecoloog, ziet ze veel vragen van zwangeren voorbijkomen. Ze krijgt ook regelmatig zorgvragen die buiten de richtlijnen om gaan. Denk aan een vrouw die na vier keizersneden vaginaal wil bevallen, ondanks de kans van één tot twee procent dat het litteken scheurt met mogelijk fatale gevolgen voor de baby.
“Vroeger gold: wat de dokter zegt, gebeurt ook. Dat is veranderd: er ligt meer regie bij zwangeren zelf. Het is onze taak als zorgverleners om eerlijke voorlichting te geven en de risico’s toe te lichten. Zelfs als ik iets een hoog risico vind en de patiënt niet, is de keuze aan haar. Je kunt het vergelijken met een bewolkte lucht: de één neemt bij de eerste wolk een paraplu mee omdat ze geen nat pak wil, de ander loopt gewoon door. Mijn taak is om uit te leggen hoe de weersvooruitzichten eruitzien; de beslissing is aan de patiënt.”
Risico’s voorspellen en zwangeren helpen om daar een afweging in te maken, is de rode draad in Liesbeths werk. Een goed voorbeeld daarvan is het EXPECT-predictiemodel dat Liesbeth met haar collega’s ontwikkelde voor zwangerschapscomplicaties als pre-eclampsie. Dit wordt inmiddels in heel Limburg gebruikt.
Het is bekend dat vrouwen met een verhoogd risico op pre-eclampsie dertig procent minder risico lopen als zij vanaf twaalf weken aspirine slikken. Door het gebruik van het model daalt bij eerste zwangerschappen het risico op ernstige complicaties met meer dan veertig procent. Doordat zwangeren concrete cijfers hebben, kiezen zij bij een verhoogd risico sneller en gemotiveerder voor aspirine.
“De resultaten met dit soort modellen zijn tot nu toe erg goed. Het blijkt dat de zorg beter en goedkoper wordt als je mensen bij keuzes betrekt. Dat is interessant gezien de toenemende capaciteitsproblemen in de zorg. Daarnaast zien we dat mensen meer tevreden zijn, omdat ze worden betrokken bij de besluitvorming. Bovendien houden zwangeren zich meer aan de voorgeschreven medicatie en zijn de medische uitkomsten beter.”
Dat Liesbeths onderzoeken ook ver buiten de provinciegrenzen impact hebben, blijkt uit het internationale onderzoeksproject waarvoor ze onlangs samen met een collega uit Gent bijna drie miljoen euro subsidie ontving. Dit project draagt de titel Dose reduction of antenatal corticosteroids: a pragmatic non-inferiority randomised controlled trial. Het onderzoek richt zich op medicijngebruik bij dreigende vroeggeboorten. Wanneer een baby misschien te vroeg geboren wordt, krijgen zwangeren prenatale corticosteroïden. Dat helpt om de longrijping van de baby te versnellen en verbetert zo de overlevingskansen en de gezondheid van de pasgeborene. Maar er kleven ook haken en ogen aan.
“We gebruiken deze medicatie al 50 jaar in een dosering die ooit is vastgesteld op basis van proeven met schapen; het is bij mensen nooit goed onderzocht. Terwijl we uit onderzoeken met een placenta’s weten dat de huidige dosering piekdoseringen geeft, die waarschijnlijk niet nodig zijn. Sterker nog: bij kinderen die achteraf toch op tijd worden geboren, zien we aanwijzingen voor een licht verhoogd risico op ADHD en autisme door de hoge dosering.”
Samen met collega's van achttien ziekenhuizen in Nederland en België onderzoekt Liesbeth nu of een veel lagere dosis net zo effectief is. Als de studie aantoont dat de dosering omlaag kan, kan dat impact hebben op miljoenen kinderen wereldwijd. Naar verwachting zijn de resultaten over vier jaar bekend. Ondanks haar drukke onderzoeksagenda, peinst Liesbeth er niet over om haar werk in het ziekenhuis achter zich te laten.
“Ik vind het mooi dat ik aan de ene kant passende zorg kan bieden aan individuele patiënten in het ziekenhuis en aan de andere kant op een hoger niveau de zorg beter kan maken voor een grote groep zwangere patiënten.”
Liesbeths onderzoek sluit naadloos aan bij de missie van GROW (Research Institute for Oncology and Reproduction), een gespecialiseerde onderzoeksinstituut van de Universiteit Maastricht. Binnen GROW werken onderzoekers, artsen en zorgprofessionals dagelijks samen aan complexe vraagstukken rondom oncologie, voortplanting, zwangerschap en geboorte. Ook Liesbeth gelooft heel erg in samenwerking binnen haar onderzoeksprojecten.
“Alles wat ik doe, is teamwork. In Limburg is er bijvoorbeeld het Geboortezorg Consortium Limburg, waarin onder andere kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en kraamverzorgenden samenwerken om de verloskundige zorg continu te blijven verbeteren. We zijn bijvoorbeeld trots dat het EXPECT-predictiemodel nu in heel Limburg wordt gebruikt en goede resultaten oplevert. Hopelijk kunnen we het ook in de rest van Nederland uitrollen.”
Met haar benoeming tot hoogleraar en de start van het nieuwe onderzoeksproject is Liesbeths agenda bijzonder goed gevuld. Balanceren tussen werken als arts en onderzoek doen levert de nodige drukte op. Desondanks heeft Liesbeth voorlopig plannen genoeg. Haar droom voor de komende tien jaar? Een dynamisch predictiemodel ontwikkelen dat alle individuele factoren rondom een bevalling meeweegt, zodat verouderde afspraken definitief plaatsmaken voor gepersonaliseerde geboortezorg.
Tekst: Romy Veul
Vond je dit artikel interessant? Volg ons dan op Instagram en LinkedIn voor meer.