De vraag is niet meer alleen “overleven”, maar ook hoe wil je verder leven?
Steeds meer vrouwen overleven borstkanker. Daarmee verschuift de vraag: niet alleen hoe de kanker verdwijnt, maar ook hoe je daarna leeft. Radiotherapeut-oncoloog en hoogleraar Liesbeth Boersma (GROW) doet al decennia onderzoek naar die vraag. Wat betekent haar werk voor patiënten?
Haar onderzoek draait om een centrale vraag: hoe maken we de behandeling zo passend mogelijk voor de patiënt, en hoe doen we dit samen met de patiënt. ‘Stap 1 is natuurlijk “de kanker moet weg”, en dat lukt nu heel vaak. Maar daarna heb je nog een heel leven: wat wil je blijven doen en behouden?’
Bestraling voor wie het echt nodig heeft
Welke vrouwen hebben baat bij bestraling, welke kunnen zonder, en wie heeft er misschien net wat meer nodig? Door patiënten zo specifiek mogelijk te karakteriseren kan een behandeling zo goed mogelijk op maat gemaakt worden.
Daarom kijkt Boersma in haar onderzoek naar opties zoals minder vaak bestralen, met een grotere dosis per keer, en naar hoe bestraling de kwaliteit van leven beïnvloedt. Haar onderzoek liet bijvoorbeeld zien dat een hoge extra dosis op de tumorplek jonge vrouwen maar weinig extra bescherming gaf, en wel vaker een verharde borst. Ook onderzoekt ze of bestraling kan vervallen als chemotherapie vóór de operatie de tumor al volledig heeft laten verdwijnen.
Op deze manier hoeven patiënten minder vaak naar het ziekenhuis, hebben ze minder bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven.
De patiënt beslist mee
Boersma heeft daarnaast een keuzehulp ontwikkeld die artsen kunnen gebruiken om samen met vrouwen te besluiten over meer of minder bestralen. Het effect is duidelijk. ‘Met de keuzehulp zagen meer patiënten af van radiotherapie. Goed voorgelichte patiënten kiezen veel vaker voor een minder intensieve behandeling.’
Patiënten zijn ook kritischer geworden. ‘Vroeger deed je wat de arts zei. Nu vragen mensen veel meer: de ene behandeling is beter dan de andere, maar hoeveel beter dan? En wat zijn de nadelen of bijwerkingen? Dat is alleen maar goed’ vindt Boersma.
De toekomst van de behandeling
Boersma verwacht dat steeds meer vrouwen zonder bestraling kunnen, en dat artsen beter zien wie juist extra nodig heeft. Zo laten de eerste resultaten van een Europese studie zien dat bestraling bij oudere vrouwen met een laag-risico tumor een betere kwaliteit van leven lijken te geven dan hormoontherapie. Zulke inzichten kunnen in de kliniek tot andere keuzes leiden. Ook wil de groep van Boersma binnenkort gaan meewerken aan nieuwe behandelingen, zoals bij triple-negatieve borstkanker, een agressieve vorm. Mogelijk kunnen 1-3 hoge doses bestraling voorafgaande aan de immunotherapie en operatie, ervoor zorgen dat immunotherapie beter werkt.
Verder ziet ze nog veel nieuwe innovaties op de horizon. Zo zou ze graag met extra subsidie targeted radionuclidetherapie onderzoeken: een medicijn dat tumorcellen gericht opzoekt en daar bestraling afgeeft, overal in het lichaam. ‘Cellen kunnen resistent zijn tegen chemo, maar niet tegen bestraling.’ Dat kan vrouwen helpen bij wie na chemo nog tumorcellen achterblijven.
Om te zorgen dat deze innovaties ook de patiënt bereiken, werkte Boersma ook mee aan een stappenplan om vernieuwingen in te voeren. Het belangrijkste was om meteen alle partijen, van patiëntenverenigingen tot artsen, erbij te betrekken. Dat levert soms verrassingen op, zoals hoe anders patiënten naar bepaalde risico’s kijken dan artsen. ‘Artsen vinden tien procent kans op terugkeer van de kanker soms te hoog, terwijl patiënten dat wel accepteren.’
‘Je hebt veel keuze, als je dat wilt’
Haar boodschap aan vrouwen deze maand: ‘Er kan heel veel. Bereid het gesprek met je zorgverlener goed voor: wat is voor mij belangrijk? Wat wil ik behouden, mijn borst, een arm die goed beweegt?’
‘Het is niet meer zo zwart-wit, met een arts die zegt hoe het moet. Je hebt veel keuze en regie, als je dat wilt.’ Wie liever minder beslist, mag dat ook: dan zoeken arts en patiënt via gerichte vragen samen naar wat past. Het gaat er niet om dat iedereen zelf alle beslissingen moet nemen, maar dat er ruimte is voor persoonlijke voorkeuren.
Tekst en beeld: Liline Fermin