KReDO - Zoeken naar balans door helderheid over kaders en ruimte
FHML heeft een lange traditie in onderwijsvernieuwing. “Continu vernieuwen zit echt in ons DNA”, zegt Mariëtte Cruijssen, directeur van Onderwijsinstituut FHML. “Met KReDO (Kaders, Ruimte en Doelmatige Ondersteuning) zijn we óók aan het pionieren. Nu gaat het om het vinden van een goede balans tussen vernieuwing enerzijds en het duurzaam en doelmatig ondersteunen van al ons onderwijs.
Het idee voor KReDO ontstond uit een brede ronde kennismakingsgesprekken die Mariëtte samen met vice-decaan Onderwijs Pim Teunissen voerde met alle FHML-opleidingen. “In bijna alle gesprekken kwam de behoefte aan meer duidelijkheid en ondersteuning naar voren.” Guy Plasqui, opleidingsdirecteur Health en lid van de stuurgroep KReDO: “Academische vrijheid staat bij ons hoog in het vaandel. Een team dat werkt aan onderwijsvernieuwing moet dat kunnen doen vanuit onderwijskundige kennis en kennis van het werkveld. Tegelijkertijd heeft een onderwijsvernieuwing ook organisatorische, ICT- en financiële consequenties die tijdig moeten worden meegenomen. Doe je dat niet, dan loop je aan het eind tegen beperkingen aan: het softwaresysteem kan het niet aan, of er zijn onvoldoende geschikte ruimtes beschikbaar.”
Relevante kaders én ontwikkelruimte
“Het doel van het KReDO-project is om FHML-breed de meest relevante kaders en ontwikkelruimte vast te stellen. Daarnaast willen we helder maken welke ondersteuning onderwijsvernieuwers en docenten mogen verwachten.” Nieuwe regels bedenken of ruimte inperken is niet het doel, benadrukt Cruijssen. “Het gaat om het expliciet maken van kaders die er al zijn. We kijken uiteraard wel naar wat er is, waar het knelt en waar we moeten aanpassen of verduidelijken.” Plasqui: “Als je helder maakt wat wél kan, kun je vanuit dat perspectief nadenken over vernieuwing.”
Vier FHML-brede thema’s
De stuurgroep koos vier FHML-brede thema’s: kwaliteitszorg voor het onderwijs, onderwijsrollen en programmabudgetten, minoren en toetsing. Per thema buigt een projectgroep met mensen uit de onderwijspraktijk, de onderwijskunde en de ondersteunende organisatie zich over de huidige kaders en over wat er in de toekomst nodig is. “Vanaf de start met elkaar en niet naast elkaar, om wij-zij-discussies te voorkomen”, zegt Plasqui.
Minoren: van mooie ideeën naar gerichte keuzes
“De herzieningen van de bachelors Gezondheidswetenschappen en Geneeskunde laten de potentie van KReDO zien. Voor beide opleidingen geldt dat er minor aanbod ontwikkeld moet worden, zegt Plasqui. “Om wildgroei en overlap te voorkomen, komen er dus kaders: een minor is toegankelijk voor minstens twee opleidingen, valt in semester 5 en is ook per blok te kiezen. Eerst inventariseren we welke blokken al bestaan. Dan houd je ruimte over voor onderwerpen die we nog niet hebben.” Cruijssen voegt daaraan toe dat deze kaders ook naadloos aansluiten bij de praktijk in de bachelors Biomedical Sciences en Regenerative Medicine. Zo realiseren we een breed en toch doelmatig keuzepalet voor onze studenten.”
Programmabudgetten: gelijke spelregels
“De programmabudgetten zijn een ander voorbeeld. De domeinen verschillen zo sterk dat het soms lijkt alsof er andere regels gelden”, zegt Plasqui. “Maar dat is niet zo: de budgetten kennen dezelfde opbouw, de rollen en onderwijsvormen zijn anders. Wel gaan programmacoördinatoren heel verschillend om met hun financiële ruimte. De een weet precies hoe hij of zij budget kan inzetten, voor de ander is dit minder duidelijk”, zegt Cruijssen. “Daar kan concrete ondersteuning via bijvoorbeeld een scholing, webpagina of vast aanspreekpunt uitkomst bieden.”
Wie ‘kaders’ hoort, denkt al snel aan inperking. “Dat is dus precies niet de bedoeling”, zegt Plasqui.
Vrijheid én houvast
Wie ‘kaders’ hoort, denkt al snel aan inperking. “Dat is dus precies niet de bedoeling”, zegt Plasqui. “De academische vrijheid is heel belangrijk. De kaders zijn er vooral om zekerheid en houvast (wat kan wel/wat kan niet) te bieden. Er is zeker nog ruimte om buiten de kaders te ontwikkelen. KReDO maakt dat bespreekbaar, vroeg in het proces. Met heldere richtlijnen is het juist makkelijker om af en toe een beargumenteerde uitzondering te maken.”
Blije mensen
Bij de start van het academisch jaar 2027/2028 moeten de kaders klaarliggen in een handzaam overzicht voor blok- en programmacoördinatoren, opleidingsdirecteuren en voor de ondersteunende organisatie.
Wanneer is KReDO geslaagd? “Als mensen blij zijn”, zegt Plasqui. “Het moet om werktevredenheid blijven gaan.” Cruijssen: “Als we de kaders consequent hanteren en blijven evalueren of ze nog kloppen. En als het blijft leven, zodat we van elkaar blijven leren.” De naam KReDO – bedacht door René Nijssen– is wat haar betreft dan ook goed gekozen: “Het is echt een credo: zo willen we samen werken om ons onderwijs duurzaam en doelmatig te blijven vernieuwen.”