De impact van de familie Meindersma
In de rijke tijdlijn van de Universiteit Maastricht, sinds haar oprichting in 1976, duikt de familie Meindersma regelmatig op. In de eerste lichting van studenten, als docenten, in managementfuncties en als bestuursleden. Wij spraken met vicevoorzitter Jan-Tjitte en zijn moeder drs. Marjolijn Meindersma.
Zowel Jan-Tjitte als zijn moeder Marjolijn studeerden Geneeskunde. Marjolijn was een van de eerste officiële studenten in 1978 en Jan-Tjitte begon 18 jaar later in 1992. Marjolijn startte met de opleiding op latere leeftijd. “Of dat vonden de 18-jarige studenten toch van een jonge dertiger. Ik herinner me nog goed dat studenten soms aan mij vroegen of ik nog wel goed kon volgen op mijn leeftijd. Daar moet ik nog steeds om lachen, want ik was altijd een heel vlijtige student.”
Marjolijn herinnert zich de start van haar opleiding nog goed: “Wij hadden helemaal geen colleges; dat was een vies woord. Ons cohort was ook heel klein, ongeveer 60 studenten. Daardoor had je een sterk familiaal gevoel, waarbij je bijna per student een staflid had. De stafleden werden ook bij de voornaam aangesproken. Dat gebrek aan hiërarchie was mij tot dan onbekend.” Het kleinschalige gevoel bleef bij de opleiding van Jan-Tjitte, al was zijn cohort ondertussen verdubbeld. “Ik kende de universiteit al. Als klein kind nam mijn moeder mij soms mee naar de faculteit. Er werkte een tante van mij hier en dan kon ik met haar de dag doorbrengen terwijl mijn moeder lessen volgde.”
Een interne strijd tussen talenten
Jan-Tjitte besloot niet verder te gaan in geneeskunde, omdat zijn talenten niet volledig tot hun recht kwamen in het vak. “Ik heb twee professionele vaardigheden: een kwantitatief-analytisch vermogen en een empatisch vermogen. Die combinatie was destijds niet eenvoudig en daar heb ik ook mee geworsteld, zowel tijdens mijn opleiding als later in het commerciële bedrijfsleven. Nu prijs ik mijzelf gelukkig dat ik als lid van het College van Bestuur van onze universiteit een mooie balans heb tussen beide. Dat wij als kennisinstelling enorm goed zijn in het kwantitatieve is duidelijk. Maar in de rol van vicevoorzitter bereik je de mensen vooral met je hart en met wie je bent als mens.”
Jan-Tjitte werkte hiervoor in bestuursfuncties van internationale bedrijven en zijn werk was destijds vooral gericht op maximaal rendement en winst. “Elk gesprek begon standaard met financiën. Het was even wennen, maar op de universiteit komt dat pas aan het einde ter sprake. Hier beginnen beleidsdiscussies over hoe onze beslissingen de maatschappij en gemeenschap beter maken en hoe we onze talenten hiervoor het best opleiden. Aan het einde van het gesprek kijken we pas of we onze ideeën kunnen betalen. Ik zie nu de schoonheid in deze volgorde.”
In de rol van vicevoorzitter bereik je de mensen vooral met je hart en met wie je bent als mens
De verschillende niveaus van impact
Als lid van het college van bestuur ziet Jan-Tjitte welke impact de universiteit heeft op de ontwikkeling van de regio. “Sinds de start van de universiteit en de gelijktijdige sluiting van de mijnen heeft onze regio zich enorm ontwikkeld. En daar spelen wij een grote rol in. Op elk niveau, van provinciaal tot gemeentelijk, is de universiteit wel betrokken. Dat gaat van economie en woningbouw tot culturele dynamiek en ontwikkelingen van steden als Venlo en Heerlen. Daar mogen wij als ecosysteem van vijfduizend collega’s en vijfentwintigduizend studenten enorm trots op zijn. Hopelijk zijn we op onze 100e verjaardag nog even verankerd als instituut.”
Marjolijn, die na haar opleiding als huisarts begon en tot pensioen in haar woonplaats Vaals werkte, zag in haar werk een andere impact: die van de lokale huisarts in een gemeenschap. “Naast diagnostische vaardigheden is de connectie met een individuele patiënt enorm belangrijk. Ik kende mijn patiënten dermate goed dat ik aan hun gezicht al kon aflezen hoe het met hen ging. Ik vrees dat huisartsgeneeskunde die persoonlijke connectie tegenwoordig soms mist en ik hoop dat die evolutie nog keert. Ik mis mijn werk en patiënten enorm, al werk ik deels nog verder met lichte cosmetische ingrepen en vrijwilligerswerk.”
Jan-Tjitte zet zijn werk ook met plezier voort en doet dat met de nodige bescheidenheid: “Als bestuurder ben je zichtbaar, maar dat vind ik niet zo belangrijk als dat we voor de UM en de regio samen mooie ontwikkelingen voor elkaar krijgen."
tekst: Ruben Beeckman
fotografie: Jonathan Vos