"It takes a village to raise a healthy child"
Wekelijks ziet kinderarts Edgar Van Mil kinderen met ernstig overgewicht. Een tiener van 15 jaar en 150 kilo zwaar is geen uitzondering. Hij ziet hun ouders worstelen met een schuldgevoel en tegen een dikmakende omgeving. Als nieuwe hoogleraar Childhood Obesity van de Faculty of Science and Engineering, wil hij de kinderen en hun ouders helpen, individueel, maar vooral ook op maatschappelijke en planetaire schaal.
Kinderen met extreme obesitas hebben een lage levensverwachting. Al op jonge leeftijd lopen ze een groot risico op diabetes en hart- en vaatziekten. “Meer dan 60 procent van onze aanleg tot overgewicht is erfelijk bepaald. Het is dan niet eerlijk om te zeggen: je hebt een dik kind, doe dus maar driedubbel je best. Daar hoort de hele maatschappij iets mee te doen”, pleit Van Mil. Hij zette in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch een landelijk expertisecentrum voor kinderen met extreme obesitas op. Zijn werk daar wil hij verbinden met zijn werk als hoogleraar bij de onderzoeksgroep System Earth Science in Venlo.
De aanpak in zijn centrum is breed: naast medische zorg kijkt het team naar het hele gezin. “Wat speelt er nog meer? Het kan zitten in stress, financiële problemen, opvoedvragen en problemen op school of in het gezin. Dit zijn gezinnen die het op allerlei fronten zwaar hebben.” Zijn team vond inspiratie in een Afrikaans gezegde: It takes a village to raise a child. Je kunt een kind niet alleen opvoeden, daar doet de hele omgeving aan mee.”
Van klein naar groot
Van Mil onderzoekt onder meer insulineresistentie bij kinderen met obesitas, de motor achter diabetes en hart- en vaatziekten. De samenstelling van je darmbacteriën speelt een rol bij het voorkomen van insulineresistentie. “Vezelrijke en plantaardige voeding zorgt voor een gunstige samenstelling. Er zijn aanwijzingen dat biologische plantaardige voeding de darmbacteriën nog gunstiger beïnvloedt. Als blijkt dat dit klopt, heb je een extra argument om onze voeding duurzamer te maken.”
“Iedereen ziet de CO₂-productie en temperatuur toenemen en denkt van ja, het is veel te groot, hier kan ik niks mee”, erkent Van Mil. “Juist daarom wil ik klein beginnen: bij het kind in de spreekkamer, bij diens leefstijl en darmbacteriën en vanaf dat kleine niveau meteen de koppeling met de planeet meenemen. Dan pak je beide problemen tegelijk aan.”
De planeet als bondgenoot
Wat zijn leerstoel bijzonder maakt, is dus de verbinding met planetaire gezondheid. “Wat wij als mensen doen, is slecht voor onze gezondheid en slecht voor de planeet. We eten te veel bewerkt voedsel en te veel vlees en daarmee belasten we natuur en klimaat. Minder vlees, meer plantaardig eten, meer bewegen, dat ligt voor de hand.” Maar hoe zit het dan met de link tussen individuele gezondheid en de planeet? “Help je één patiënt, dan kijk je maar één generatie vooruit en blijven toekomstige kinderen te dik worden. Werk je aan duurzame voeding voor iedereen, dan help je generaties. Dan is de koppeling naar planetaire gezondheid eenvoudig te maken.” Volgens Van Mil levert de koppeling bovendien een praktisch argument op richting de politiek. “Een overheid overtuig je makkelijker als je aantoont dat duurzame voeding ook daadwerkelijk de gezondheid van kinderen verbetert.” Vrij naar het Afrikaanse gezegde besluit hij: “It takes a village to raise a child. It takes a country to do it right.”
Op vrijdag 6 november 2026 om 16.30 uur spreekt Edgar van Mil zijn oratie uit aan de Universiteit Maastricht. Hij vertelt dan meer over zijn plannen voor de nieuwe leerstoel. De oratie is hier live te volgen en terug te kijken.
De nieuwe leerstoel bouwt voort op zijn eerdere leerstoel Jeugd, Voeding en Gezondheid, waarvoor Van Mil in 2019 werd benoemd tot bijzonder hoogleraar aan dezelfde universiteit.
Tekst: Patrick Marx
Afvalmedicatie
De gehypet diabetesmedicijnen die helpen bij het afvallen, zijn volgens Van Mil soms nodig, maar geen wondermiddel. “Net als vezelrijke voeding, zorgen ze ervoor dat je je sneller verzadigd voelt. Het gevaar is dat je eetpatroon er niet op vooruitgaat, soms zien we dat mensen zelfs minder gezond gaan eten. Dat is het tegengestelde van wat je wilt bereiken. We denken dat je met gezonde, vezelrijke voeding het effect van deze medicijnen kunt versterken. Dit moeten we snel onderzoeken, vooral bij kinderen met ernstig overgewicht, die vaak een lange behandelhorizon hebben."