Waarom zwijgt een verdachte? “We denken al snel: dan zal diegene wel schuldig zijn”
Een verdachte die weigert vragen van de politie te beantwoorden? Die zal vast iets te verbergen hebben. Althans, dat is vaak de gedachte, terwijl ook onschuldige verdachten goede redenen kunnen hebben om hun mond te houden. Universitair hoofdocent Rechtspsychologie Melanie Sauerland en hoogleraar Rechtspsychologie Miet Vanderhallen onderzoeken waarom verdachten hun zwijgrecht gebruiken én wat dat oplevert. Hun onderzoek beantwoordt ook een grotere vraag: hoeveel is het zwijgrecht waard als zwijgen je bij voorbaat verdacht maakt?
Verdachten beschermen
Sauerland legt uit dat verdachten zich in Nederland kunnen beroepen op hun zwijgrecht. Ze zijn dan niet verplicht om vragen van bijvoorbeeld politieagenten, rechters en officieren van justitie te beantwoorden. “Het zwijgrecht is een van de meest fundamentele rechten om verdachten te beschermen”, vindt Sauerland. “Niemand hoeft mee te werken aan zijn of haar eigen veroordeling.”
Tegelijkertijd is zwijgen in de praktijk lang niet altijd neutraal. Dat ontdekten Sauerland en Vanderhallen tijdens hun eerdere onderzoek naar het zwijgrecht. Ze spraken daarvoor onder meer met politie, officieren van justitie en rechters. “We zagen dat deze professionals er wel degelijk iets van vonden als een verdachte zweeg”, vertelt Vanderhallen. “Dan ontstaat blijkbaar bij hen al snel het idee: die persoon zal wel schuldig zijn.”
Lastige paradox
Daarin schuilt een lastige paradox. Een verdachte heeft het recht om niets te zeggen. Maar als anderen dat zien als een teken van schuld, hoe sterk is dat recht dan? Sauerland: “Als iemand door het zwijgen als schuldig wordt gezien, dan stelt dat recht misschien minder voor dan hoe de wetgever het bedoeld heeft.” Tegelijkertijd begrijpt ze dat zwijgende verdachten voor politie, justitie en rechters frustrerend kunnen zijn. “Het is met name lastig bij ernstige misdrijven, als er belastend bewijs ligt en de verdachte daar geen uitleg bij geeft.”
Dr. Melanie Sauerland is universitair hoofdocent Rechtspsychologie, voorzitter van de sectie Forensische Psychologie en directeur van de Graduate School aan de Faculty of Psychology and Neuroscience. Haar expertise ligt bij ooggetuigen, gezichtsherkenning en getuigenverhoren. Ze rondde haar PhD-traject af aan de Universiteit van Gießen in Duitsland en werkt sinds 2009 bij de Universiteit Maastricht.
Soms kan zwijgen wel degelijk gevolgen hebben, bijvoorbeeld als een situatie overduidelijk om een toelichting vraagt. Sauerland licht toe: “Stel dat jouw bloed ergens wordt gevonden of het staat vast dat je aanwezig was op de plaats delict. Als je daar vervolgens niets over wilt zeggen, kan dat later een rol spelen in de zaak.” Het zwijgen geldt dan niet als zelfstandig bewijs dat je schuldig bent. Maar wanneer een verklaring voor belastende omstandigheden uitblijft, kan de rechter die omstandigheden wel meewegen in de bewijsconstructie.
Is het beter om niets te zeggen?
Waarom besluiten verdachten dan toch om hun mond te houden tijdens een verhoor? Daar was tot voor kort nauwelijks onderzoek naar gedaan vanuit het perspectief van verdachten. Opvallend, vonden Sauerland en Vanderhallen. “Er wordt veel onderzoek gedaan naar goede verhoortechnieken. Maar als verdachten zwijgen, dan heb je niet zoveel aan die kennis.”
Daarom spraken Sauerland en Vanderhallen voor een eerdere studie met dertig gedetineerden uit vier gevangenissen in Nederland en België. Wat bleek? Bijna iedereen die zij spraken, had tijdens de strafzaak gezwegen. Sterker nog: de deelnemers raadden andere verdachten vrijwel unaniem aan om ook niet te praten.
Advies van de advocaat of weinig vertrouwen
Er zijn een paar mogelijke redenen waarom deze veroordeelden besloten te zwijgen. Ten eerste het advies van een advocaat om dat te doen. Sauerland: “Als ik zou worden opgepakt, zou ik waarschijnlijk ook zwijgen totdat ik een advocaat heb gesproken. Verdachten kennen tenslotte vaak de wet niet goed.” Ten tweede zeiden sommige deelnemers weinig vertrouwen te hebben in de interpretatie van hun woorden. Ze waren bijvoorbeeld bang dat de politie of een rechter hun uitspraken anders zouden interpreteren.
Maar ook de samenstelling van de onderzoeksgroep kan een rol hebben gespeeld. Vanderhallen: “We spraken een heel specifieke steekproef: mannen die waren veroordeeld tot minimaal drie jaar gevangenisstraf. Veel van deze verdachten waren bovendien veroordeeld voor betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit of een misdrijf waarbij meerdere mensen betrokken waren. Praten kon daardoor betekenen dat ze iemand anders moesten belasten. Vaak zwegen ze om zichzelf of anderen te beschermen.”
Prof. dr. Miet Vanderhallen werkt sinds 2008 als universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is ze hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen en visiting professor aan de Universiteit Hasselt. Ze doet onderzoek naar rechtspsychologische thema’s, met bijzondere aandacht voor (minderjarige) verdachtenverhoren en de rechten van verdachten.
Hoe zit het bij niet-veroordeelde verdachten?
Deze studie riep een nieuwe vraag op. De onderzochte verdachten hadden vaak gezwegen, maar werden uiteindelijk wel veroordeeld. Hoe zit het met verdachten die zijn vrijgesproken? Die groep proberen Sauerland en Vanderhallen nu beter in beeld te krijgen.
Het had wel wat voeten in de aarde om voldoende respondenten bij elkaar te krijgen. Vanderhallen: “Mensen die niet zijn veroordeeld maar wel verdachte zijn geweest, zijn niet op één plek terug te vinden. Bovendien kan de drempel voor sommige ex-verdachten te hoog zijn om over hun eerdere verdenking te vertellen, ook al bestond de studie uit een anonieme online enquête.” Het beeld bij de vrijgesproken verdachten lijkt op eerste gezicht gemengder dan bij de gedetineerden. De meeste deelnemers hebben ontkend; sommige van hen hebben inderdaad gezwegen.
Beschermt het zwijgrecht genoeg?
Op dit moment analyseren Sauerland en Vanderhallen de resultaten. Uiteindelijk hopen de onderzoekers via deze studie beter te begrijpen wat het zwijgrecht in de praktijk betekent. Waarom beslissen verdachten om te spreken of te zwijgen? Luisteren ze naar het advies van hun advocaat? En begrijpen ze welke gevolgen het heeft als ze besluiten niets te zeggen?
Daarnaast raakt het onderzoek aan een grotere vraag. Binnen Europa is het zwijgrecht bedoeld om verdachten te beschermen tijdens een strafproces. Maar werkt die bescherming wel zoals bedoeld als verdachten mogelijk negatieve gevolgen van het zwijgen ervaren? “Onze onderzoeken laten zien dat daar mogelijk gaten in zitten”, zegt Sauerland. “Daarom moeten we blijven kijken hoe dit recht in de praktijk vorm krijgt.”
Tekst: Romy Veul