Robbert Rietbroek
We can compete with anyone

Na zijn afstuderen in 1996 kon Robbert Rietbroek, 41 jaar, meteen aan de slag bij Procter & Gamble. Was het toen makkelijker dan nu om aan een baan te komen? “Nee, toch niet,” zegt hij. “Destijds duurde het  gemiddeld zo’n twaalf maanden voor je aan je eerste baan kon beginnen. Gelukkig ben ik altijd heel actief geweest naast mijn studie, dat hielp”. Nu, 18 jaar later, is hij een van de jongste CEO’s van Australië, en kan hij al terugblikken op een indrukwekkende carrière.

Hij startte zijn loopbaan in Rotterdam maar al heel snel maakte hij de overstap naar Venezuela. “ Ik sprak geen woord Spaans, maar het avontuur lonkte. Het werd een groot succes, zowel voor mij persoonlijk als ook voor het bedrijf. ” Robbert zat in Caracas toen er op 11 april 2002 een poging tot staatsgreep plaatsvond. Het was een roerige tijd, hij moest zelfs het land verlaten. Ondanks de bijzondere omstandigheden leerde hij er veel. “Het is goed te ervaren dat je succesvol kunt zijn in extreme omstandigheden.” Overigens relativeert hij, heel bescheiden, zijn eigen rol. “Op die momenten realiseer je de kracht van het hebben van een goed team om je heen.”

Ontelbaar veel airmiles verzamelde Robbert in de loop van zijn jaren bij Proctor & Gamble. Hij verhuisde zo vaak dat hij de tel bijna kwijt raakte; 7 intercontinentale verhuizingen en nog een aantal binnen landsgrenzen. Na Venezuela woonde hij in Cincinnati, samen met zijn Peruaanse vrouw verhuisde hij naar Brussel waar hun eerste dochter werd geboren. Terug naar Cincinnati, vervolgens naar Genève en weer terug naar Cincinnati. In 2012 accepteerde hij een baan bij Kimberly Clark. Na zijn eerste standplaats in Irving, Texas woont hij nu sinds 2013 met zijn gezin in Sydney.

Destijds koos hij voor Maastricht University vanwege de goede reputatie, het Engelstalig onderwijs en simpelweg omdat het dicht bij zijn ouderlijk huis in Geleen was. Hij was pas 16 toen hij van het gymnasium kwam en ging, net 17, op kamers in Maastricht. “Ik kreeg uiteindelijk een kamer in het Wittevrouwenveld, een volksbuurt waar ik in het buurtcafé tafel voetbalde met de locals”, vertelt hij. De studie sloot aan bij zijn wensen en bij de marketing vakken besefte hij “dit is wat ik wil”. Bovendien, “Wij leerden in Maastricht samenwerken, bij andere universiteiten is er onderling veel meer concurrentie. “De docenten, Ko de Ruyter, Hans Kasper en Charles Pahud de Mortanges, waren heel belangrijk voor zijn ontwikkeling. En natuurlijk Robert Pans, de studieadviseur, die altijd voor hem klaarstond. Was er ook tijd voor vertier? “Natuurlijk, tussen de middag gingen we altijd broodjes eten bij de Tribunal en ’s avonds naar de Veronicaboot, lekker dansen”.

“ Sydney is prachtig, we wonen in Mosman, even buiten het hart van Sydney.” Zijn dochters van 6 en 8 gaan hier naar school. “De Australiërs zijn bijzondere mensen. Heel direct, niet hiërarchisch en tegelijkertijd heel bescheiden. “Je moet je vooral niet beter voordoen dan je bent.” Ik kwam hier voor het eerst in aanraking met het tall poppy syndrome. Een typisch Australisch fenomeen, met Nederlandse trekjes”. Het is goed wonen in Sydney voor Robbert en zijn gezin. Maar, voor de kerst reizen ze naar het vaderland van zijn echtgenote, Peru. Ze vieren kerst in hun huis aan het strand in de zon. “We steken vuurwerk af, zoals we dat in Nederland met oud en nieuw doen. En, op 24 december om 12 uur ’ s nachts wordt de kalkoen aangesneden.” Dat is een traditie waar hij maar moeilijk aan kon wennen. “Gelukkig heb ik mijn Peruaanse familie kunnen overtuigen dat eten om middernacht geen goed idee is,” lacht hij.

Waarin onderscheiden Maastrichtse alumni zich van andere alumni? “We zijn veel te bescheiden”, zegt hij. ”Al mijn oud studiegenoten zijn bijzonder succesvol in dat wat ze doen. We can compete with anyone”.
 

Other testimonials