De les van David Lynch

Wilfred van Dellen (1977), onderwijspsycholoog en docent/onderzoeker UCM

“Mijn motto is geen kant en klare oneliner, maar meer een les die ik heb geleerd van David Lynch, de regisseur van onder andere de tv-serie Twin Peaks. Ik ontdekte die serie toen hij uitkwam op DVD en daarna ben ik ook de films van Lynch gaan kijken.”

Nieuw genre
“Met Twin Peaks heeft hij volgens mij een nieuw soort tv-genre geïntroduceerd. Ik zou dat genre omschrijven als een goed geschreven en geregisseerde combinatie van soap, horror, comedy en mysterie, met meerdere gelaagdheden en ijzersterke muziek. Naast muziek uit Twin Peaks,  verzamel ik ook soundtracks van cultseries als ‘The X-files’, ‘Carnivale’, ‘MillenniuM’ of ‘Lost’. Dankzij de muziek van Mark Snow herken je een scene uit ‘The X-files’ ook zonder dat één van de hoofdrolspelers in beeld is. De muziek kan je helemaal een scene in zuigen, dat vind ik er knap aan.
Twin Peaks, met muziek van Angelo Badalamenti, draaide maar twee seizoenen, MillenniuM drie, maar dankzij een fanatieke fanbase blijven die series leven. Ik snap die mensen wel, want elke aflevering is een soort snoepwinkel van creativiteit. Het is de combinatie van iets nieuws en iets raars die intrigeert. En als het dan zo goed gemaakt is, vliegen die 45 minuten om en snak je naar nog een aflevering.”

Intuïtief
“Een kenmerk van het werk van David Lynch, en dan komen we bijna bij mijn ‘motto’, is dat hij heel intuïtief werkt. In Twin Peaks zat een ‘Red Room’, waar een dansende dwerg achterwaarts praatte. Daar had hij ooit een visioen van; inmiddels heeft de ‘Red Room’ een cultstatus bereikt, waar bijvoorbeeld een recente fotoserie in de Elle Magazine aan refereert. David Lynch heeft me aan het denken gezet over creatieve processen. Het gaat uiteindelijk om het vinden van de balans tussen een rationele/georganiseerde basis en creatieve ideeën die opkomen. Tussen wat je van te voren bedenkt en wat er spontaan gebeurt.”

Regisseur
“Als ik een blok coördineer, breng ik als een soort regisseur allerlei elementen bij elkaar, in de hoop dat de studenten in die zes weken gaan ’vliegen’. Dat de boodschap overkomt en dat er goede discussies plaatsvinden. Ik acteer niet als ik lesgeef, maar ik vind het wel leuk om een zaal te bespelen. Soms lukt het tijdens een college heel goed om mijn ‘publiek’ te boeien, en soms mislukt een ‘aflevering’. Als de organisatie van het onderwijs goed is ingericht, kun je gaan spelen, oftewel je creativiteit loslaten. Het is leuk om zo naar onderwijs te kijken, en zo toch iets van mijn jeugddroom, acteur of regisseur worden, te benaderen.”

Other testimonials