Op weg naar de hersengezondste provincie van Nederland

Met zijn onderzoek naar risicofactoren en het vertalen van kennis naar concrete acties heeft prof. dr. Sebastian Köhler met zijn groep al het nodige in gang gezet. En dat is maar goed ook. “Het aantal mensen dat leeft met dementie zal de komende 30 jaar verdubbelen. We moeten iets doen”, zegt Köhler, die – gelukkig - ziet dat het onderwerp tegenwoordig echt serieus wordt genomen, ook door de politiek. Kennis over gezonde hersenen naar buiten brengen is voor Köhler de hoofdzaak: “Mensen gezonder oud laten worden, met een gezonder brein, daar gaat het mij om”.

Als hoogleraar Neuro-epidemiologie (MHeNs) houdt Sebastian Köhler zich bezig epidemiologie - de leer hoe ziektes zich verspreiden in de bevolking – en dan specifiek voor ziektes van het brein. Nog specifieker: de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie. Naast het bestuderen van risicofactoren om deze ziekten te krijgen, kijkt hij ook naar hoe mensen zoals jij en ik geholpen kunnen worden om het risico te verlagen.
 

Een bepalend moment

Tijdens zijn studie Psychologie beleefde Köhler een moment dat voor zijn werk van grote invloed zou blijken. Köhler: “In het ziekenhuis waar ik stageliep, werkte ik met mensen met dementie. Ik herinner me een Alzheimerpatiënt die niet sprak en nogal apathisch was. Ze was nauwelijks te motiveren om aan het onderzoek mee te werken. Maar toen ik naar haar kinderen vroeg begonnen haar ogen te glimmen. Er kwam een lach op haar gezicht en ze begon te vertellen. Ik vond het zo mooi om de mens in haar te zien. Het maakte veel indruk op me en leerde me: het gaat niet om de ziekte die je ziet, maar om de mens die met de ziekte leeft. Deze ervaring geeft me nog elke dag de motivatie om iets te betekenen voor deze mensen. In eerste instantie door mensen te helpen zo veel mogelijk weerstand tegen de ziekte op te bouwen. En waar dat niet meer kan, het proces zo veel mogelijk te vertragen”.
 

Risicofactoren

Köhler: “Mijn onderzoek kent twee hoofdlijnen. Enerzijds gaat het om het zoeken naar de veranderbare risicofactoren van dementie, daarnaast om het vertalen van kennis naar concrete acties. Daarmee kunnen we mensen iets geven waarmee ze zelf aan de slag kunnen om hun brein gezond te houden. Voordat we dat kunnen doen, moeten we mensen eerst bewust maken van het feit dat er samenhang is tussen leefstijlfactoren en dementie en ze vertellen om welke factoren het gaat. Dat doen we onder meer via publiekscampagnes die we samen met de GGD en gemeentes voeren (zoals de We zijn zelf het medicijn-campagnes) en via de MijnBreincoach app die mensen met goede informatie helpt om aan hun leefstijl te werken”. 

“Een deel van ons onderzoek gaat om inzicht te krijgen in welke interventies zinvol zijn. Heeft het bijvoorbeeld een positief effect om een coaching traject rondom bewegen en gezonder eten te volgen? In de FINGER-NL-studie doen we hier onderzoek naar. We kijken naar twee groepen mensen. Een groep krijgt een leefstijlprogramma aangeboden, de andere niet. Hieruit willen we leren of de hersenen van de groep die het programma heeft gevolgd later beter functioneren dan die van de andere groep. Met zo’n twaalfhonderd mensen die deelnemen is het een van de grootste studies op dit gebied ooit. Uit een eerdere studie in Finland bleek dat de groep die het programma kreeg een betere ontwikkeling van de hersenfuncties liet zien dan de controlegroep. Met onze studie nu willen we daar nog meer winst uithalen, daarom hebben we extra leefstijldomeinen zoals slaapinterventie en stressreductie toegevoegd”.

De onderzoekers zijn heel gedreven en niet bang om uit de ivoren toren van de wetenschap te stappen en met de voeten in de modder te staan.

Interventies en kennis naar de mensen brengen

Köhler: “Als mensen weten wat de risicofactoren zijn, betekent dat nog niet dat ze eenvoudig hun gedrag kunnen veranderen. Daarom doen we naast experimenteel onderzoek, ook onderzoek naar hoe we mensen kunnen bereiken met onze boodschap. Wat mij betreft moet het daar altijd om gaan in de wetenschap: hoe pas je die kennis nu echt toe? In deze onderzoekslijn willen we erachter komen hoe je kunt communiceren zonder een schrikbeeld op te werpen of mensen met dementie het idee te geven dat het hun eigen schuld is. We kijken ook of mensen echt meer kennis krijgen over de relatie tussen leefstijl en dementie en of ze ook echt hun gedrag aanpassen. 

Toen we met de ‘We zijn zelf het medicijn’-campagne begonnen in 2018 zagen we dat mensen die de uitingen hadden gezien zich bewuster waren van die samenhang en gemotiveerder waren om aan hun leefstijl te werken. Omdat we toen bepaalde groepen niet goed bereikten, hebben we de materialen en app aangepast en in 2025-2026 opnieuw een campagne gedaan. De resultaten in Limburg laten zien dat ongeveer 70% zich bewust is van het feit dat zij zelf invloed heeft op het risico op dementie. Een meerderheid weet dat mentaal, fysiek en sociaal actief blijven belangrijk is voor een goede hersengezondheid. Ook de bekendheid met specifieke risicofactoren bleek verder gegroeid: meer dan de helft van de deelnemers weet inmiddels dat niet alleen roken, alcoholgebruik en voeding invloed hebben, maar ook factoren als depressie, hoge bloeddruk en diabetes. 

De belangrijkste boodschap blijft: je kunt zelf iets doen om je risico op dementie te verlagen. Het is geen garantie: er zijn mensen die pech hebben en mensen die geluk hebben. We weten ook dat het niet voor iedereen even makkelijk is, alleen al vanwege de gezondheidsverschillen die we hebben in de maatschappij. Het helpen verkleinen daarvan zie ik dan ook als een van onze taken”.

Impact

Köhler: “De campagne is echt een succesverhaal geworden. Daar hebben we tot nu toe de meeste impact mee gemaakt. Ook omdat deze is overgenomen door GGD en gemeentes. Bovendien heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de campagne erkend als best practice en wordt het door VWS (in de landelijke nota Gezondheidsbeleid) en door de Gezondheidsraad (in zijn advies dementie-risicoreductie) gezien als belangrijke aanpak. Daar zijn we erg trots op. Het succes is een echte teamprestatie. Natuurlijk, er zijn ook publicaties in belangrijke tijdschriften en dat moet ook, maar maatschappelijke impact willen maken zit echt in het DNA van het Alzheimer Centrum Limburg. De vaak nog jonge onderzoekers zijn gedreven om in het weekend op een markt ergens het verhaal te doen en dat bepaalt echt mede ons succes. Niet bang om uit de ivoren toren van de wetenschap te stappen en met de voeten in de modder te staan”.

Hersengezonde wijken

Köhler: “Tot nu toe hebben we met de publiekscampagne vooral regionaal gewerkt. De volgende stap is om nog dichter bij de mensen te komen die je wilt bereiken: meer op wijkniveau. Het idee is om de komende jaren toe te werken naar hersengezonde wijken, bijvoorbeeld met een Leefstijlloket in de wijk. We hebben nu twee proefwijken in Zuid-Limburg geselecteerd waar we zo’n loket willen beginnen waarbij ook de huisarts, praktijkondersteuner en fysiotherapeut zijn betrokken. Een plek waar mensen advies krijgen over hun hersengezondheid, het gesprek kunnen aangaan en waar ook beweegsessies en workshops worden aangeboden. Op deze manier willen we één jaar in deze wijken aanwezig zijn en onderzoeken of die wijken inderdaad hersengezonder worden. Dat kan dienen als blue print voor andere gemeentes. Uiteindelijk hopen we dat we hiermee de basis leggen om van Limburg de ‘hersengezondste’ provincie van Nederland te maken”.

 

Tekst: Eline Dekker
Foto: Joey Roberts

Vond je dit artikel interessant? Volg ons dan op Instagram en LinkedIn voor meer.