De drie aspecten van de module Brein, Bewegen en Gedrag zijn natuurlijk
in 1 module samengebracht, omdat ze onderling sterk samenhangen. Bewegen
is een belangrijk aspect van het leven, zowel in een meer letterlijke
als ook overdrachtelijke betekenis; denk bijvoorbeeld aan AristotelesÆ :
Leven is bewegen. Het bewegingsapparaat is voorwaardelijk voor het
bewegen. We hebben het dan over 'botten, pezen, banden, spieren en
gewrichten', in hun onderlinge samenhang, samenstelling en functie op
zowel micro (bijvoorbeeld sub-cellulair) als macro (bijvoorbeeld een
gewricht) nivo. De complexiteit van bewegen komt voort uit de centrale
regulatie door de hersenen, maar ook het ruggenmerg, van waaruit middels
het perifere zenuwstelstel de spieren worden ge?nnerveerd, maar niet
zonder dat het regelsysteem ook de benodigde perifere feedback krijgt
aangereikt. Maar de hersenen doen uiteraard meer. Zo komen ook de
relatie met oog, gehoor en vestibulair apparaat aan bod. De hersenen
zijn ook voorwaardelijk voor de complexe activiteit die we gedrag
noemen, maar gedrag is niet alleen vanuit kennis van hersenfuncties te
begrijpen. De zaak is ingewikkelder, u zult het wel merken en, er
hopelijk genoegen aan beleven. U zult inmiddels gemerkt hebben dat de
naam van de module niet de volgorde van de verschillende aspecten
aangeeft: het brein moet in het midden, de hersenen staan centraal. Dit
is niets nieuws, althans niet voor de meeste neurologen. Dat het ook in
deze module het geval is, komt omdat we bij de opbouw hiervan gestreefd
hebben om te gaan van 'perifeer naar centraal' en daarbij van 'eenvoudig
naar complex'. Ook hebben we waar het ons mogelijk leek, gestreefd naar
'integratie', zowel wat betreft de drie hoofdonderwerpen van de module,
als ook met de Vaardigheden, PARMA en KO. We zijn ons ervan bewust dat
niet altijd gelukt is, wat we idealiter gewenst hadden. We staan open
voor suggesties ter verbetering en dat geldt ook ten aanzien van de
inhoud.
De module kent een aantal onderwijsvormen: colleges, met ??n of soms
meerdere docenten; practica; literatuurverwijzingen, met name voor
zelfstudie; experimenten met uitwerking; een aantal taken of opdrachten;
discussiebijeenkomsten, niet altijd met een docent/discussieleider.
Verder is het mogelijk om 2 spreekuren bij te wonen. Hoewel de
modulestof primair 'basaal' is, hebben we ernaar gestreefd e.e.a. zoveel
mogelijk te verpakken in een klinische context in de hoop dat dit u
motiveert, maar ook om uw inzicht op een hoger nivo van integratie te
brengen. De colleges zullen zoveel mogelijk interactief zijn: wij maken
u onrustig en wij verwachten ook het omgekeerde. Er is ook
casusmateriaal, waarvan we hopen dat dit, al dan niet middels vragen
gestuurd, u op het juiste pad zet ter vergaring van kennis en inzicht.
De casus lenen zich bij uitstek tot discussie, bijvoorbeeld tijdens de
discussiebijeenkomsten. Het staat een ieder vrij om andere leermiddelen
en/of onderwijsvormen te bezigen( bijv. goede internetsites, maar weet
dan zeker dat ze goed zijn). Sterker nog, het zou ons verbazen als u dit
niet zou doen.
Aanvankelijk zaten er geen 'samenscholingen met experts' in de module.
Vanwege het grote enthousiasme hiervoor in de module Thorax, hebben we,
zij het ter elfder ure, er nog een aantal ingeroosterd. Door gevarieerde
onderwijsmogelijkheden aan te bieden hopen wij dat het verkrijgen van
'kennis en inzicht' gefaciliteerd wordt, waarbij dit ook geldt t.a.v.
het inzicht in eigen functioneren. Dit laatste is van belang omdat onder
omstandigheden waarin er geen inzicht of kennis voorhanden is, er toch
beslissingen genomen moeten worden. Zo zit geneeskunde nu eenmaal in
elkaar. Op het nivo van de individuele pati?nt hangt de kwaliteit van de
dokter evenredig samen met zijn/haar strategie hoe om te gaan met
onzekerheid. Zoals vaak gedacht leer je dat niet uitsluitend door
'ervaring' of 'schade (meestal van de pati?nt) en schande', maar dit kan
deels ook worden geleerd. Een absolute voorwaarde hierbij is dat we
academisch denken, d.w.z. zindelijk denken, en deze vorm van denken
wordt met name gestimuleerd door wetenschappelijk bezig te zijn. In de
BBG-module gebeurt dat niet alleen binnen de KO-lijn maar ook waar
mogelijk, tijdens de andere onderdelen van de module. E?n van de
centrale elementen daarbij is discussie, of om Aristoteles maar weer
eens aan te halen: Wat is intelligentie anders dan discussie?
.
Inleidingsdeel Brein
Kennis van de functionele anatomie van spieren, perifeer en centraal
zenuwstelsel, en zintuigen is nodig voor het begrip van ziekten hiervan.
De vraag die altijd naar voren komt, is: ôwat dan precies en hoeveel?ö.
Dit geldt te meer voor een gecomprimeerd programma zoals de AKO-Master.
Formeel gezien dient het raamplan basisartsopleiding 2003 als leidraad,
maar dat geeft slechts eindvoorwaarden in klinische zin, en geen
vertaling naar halverwege de opleiding of het begin ervan. Die
vertaalslag hebben we dus zelf moeten maken. Het ôBreinö deel is een
lijvig geheel, maar vooralsnog is de inschatting dat het programma
voorwaardelijk is om verder te geraken. Studenten vinden vaak dat
hetgeen wat met ôzenuwenö te maken heeft zo anders is dan de rest van de
geneeskunde. Dat is deels wel te begrijpen: kennis van bijv ôde buikö
is handig voor een huisarts, een internist, een chirurg, een uroloog, en
wordt dan ook vanuit meerdere kanten op de korrel genomen. Het ôneuro
gebeurenö staat wat meer op zichzelf; het neurologisch onderzoek is ook
zo anders, magisch bijna als je ziet wat je met simpele trucs kan
vaststellen. Echter, er is niets esoterisch aan, het is allemaal te
leren. De basis daartoe verschaft deze module.
.
Inleidingsdeel Bewegen
Motoriek, sensoriek en cognitie zijn samen een drie-eenheid dat de basis
vormt voor ons gedrag. Gedrag wordt gekarakteriseerd door bewegen dat
kan bestaan uit simpele activiteiten als lopen of fietsen maar ook
spreken en mimiek. In de module zullen deze bewegingsaspecten in
gevarieerde complexiteit aan bod komen, mede ge?llustreerd aan de hand
van normale en gestoorde functie door ziekte. Steeds staat de interactie
tussen motoriek, sensoriek en cognitie centraal die van beland is voor
zowel het testen van een simpel reflex als bij het (her)leren
boodschappen doen tijdens revalidatie na hersenletsel.
Het spier-skeletstelsel wordt in relatie tot fysiologie en biomechanica
van houding en beweging besproken. Tevens wordt de samenhang van diegene
die beweegt en zijn omgeving toegelicht: bewegen of handelen van een
individu wordt niet alleen bepaald door zijn eigenschappen maar ook de
fysieke (thuis, op straat, bos) en sociale omgeving.
.
Inleiding Klinisch Onderzoeker
Het algemene thema voor het Klinisch Onderzoekersdeel van deze module is
het design van onderzoek. Ontwerpen van een goed onderzoek is gedurende
vele jaren gebaseerd geweest op jarenlange ervaring in het
wetenschappelijk onderzoek. In de afgelopen decennia worden steeds vaker
bepaalde protocollen gevolgd voor het ontwerpen van wetenschappelijk
onderzoek. Toch zijn er cruciale onderdelen die slechts na veelvuldig
oefenen en het verwerven van een goed inzicht in het onderzoeksveld
deskundig kunnen worden uitgeschreven.
In deze module zullen wij aandacht besteden aan meerdere aspecten van
het design. Dit zal zoveel mogelijk gebeuren in relatie tot de thematiek
van het basisarts-gedeelte van deze module. Dit betekent dat meerdere
designs op het terrein van neurologisch en gedragswetenschappelijk
onderzoek de revue zullen passeren. Er is ook aandacht voor actieve
participatie: zo zijn er twee practica ingepland, alsook een module-
overspannende actie in het beschrijven van de 5 grote
onderzoeksinstituten van de UM.