Universiteit Maastricht

Organisatie-onderdeel 

Thema 

Doelgroep 

Zoeken in het nieuws




Veel vsv’ers vinden dat niemand geprobeerd heeft ze te helpen

16 juli 2012

Jaarlijks ROA-onderzoek naar voortijdige schoolverlaters

Van de voortijdige schoolverlaters heeft 45% het idee dat niemand geprobeerd heeft te helpen hun voortijdige uitval te voorkomen. Onder de vsv’ers van MBO-niveau 1/2 heeft zelfs meer dan de helft dit idee. Daarnaast geeft 19% aan met niemand te hebben gesproken over de keuze om voortijdig te stoppen, voordat ze de opleiding definitief verlieten. Dat en meer blijkt uit het factsheet ‘Voortijdige schoolverlaters’, van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht.

Het ROA voert dit onderzoek jaarlijks uit. Dit rapport gaat over 2.145 jongeren die in het schooljaar 2009/2010 voortijdig van school zijn gegaan en eind 2011 werden geënquêteerd. De resultaten hebben betrekking op leerlingen die hun opleiding in het voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO of VWO) of het MBO hebben verlaten, zonder in het bezit te zijn van een diploma of startkwalificatie.

Enkele conclusies op een rij:

Belangrijkste redenen om te stoppen

• Schoolgerelateerde oorzaken zijn de belangrijkste reden voor voortijdige uitval (45%). Vsv’ers noemen hierbij het vaakst dat de opleiding inhoudelijk (toch) niet was wat ze wilden, dat de opleiding slecht was georganiseerd, en dat de opleiding te moeilijk was en/of dat men was gezakt voor het examen.

Vroege signalen bij uitval

• Achteraf gezien was spijbelen voor een groot deel van de vsv’ers een vroeg signaal voor voortijdige uitval, voornamelijk voor vsv’ers die spijbelden vanwege schoolgerelateerde oorzaken of persoonlijke problemen.
• Vsv’ers geven iets vaker dan gediplomeerden van hetzelfde opleidingsniveau aan dat ze op school zijn gepest. Met name in het VMBO worden vsv’ers relatief vaak gepest.

Huidige bezigheid

• Een op de drie vsv’ers is na anderhalf jaar weer terug in het onderwijs. Vooral jongeren die het AVO of het VMBO vroegtijdig hebben verlaten, keren terug in het onderwijs.
• Een kleine 28% heeft ongeveer anderhalf jaar na het verlaten van de opleiding geen werk of studie, en is ook niet op zoek naar werk.
• Iets minder dan 40% biedt zich aan op de arbeidsmarkt, maar van deze groep is gemiddeld één op de vijf werkloos.

Toekomstplannen en spijt achteraf

• Voor bijna een kwart van de vsv’ers die geen nieuwe studie volgen en ook niet bij een nieuwe studie ingeschreven staan, zijn de studiekosten een reden die hen tegenhoudt om met een nieuwe studie te beginnen.
• Factoren die ertoe kunnen bijdragen dat deze vsv’ers wel een studie zouden willen volgen, zijn een bijdrage in de studiekosten, de mogelijkheid om studie met werk te combineren en meer begeleiding bij zowel de studiekeuze als de studie zelf.
• Slechts 13% geeft aan achteraf gezien spijt te hebben van de beslissing om voortijdig met de opleiding te stoppen, en zou dit niet weer doen. Ongeveer 35% geeft aan achteraf gezien weliswaar spijt te hebben van de beslissing, maar door omstandigheden destijds geen andere keuze te hebben gehad.


<< Terug