Universiteit Maastricht

Op de voorpagina van de Volkskrant

Niets menselijks is de onderzoeker vreemd: ook hij vindt het aangenaam als er aandacht is voor zijn werk. Allereerst bij vakgenoten, natuurlijk, maar ook in de gewone media. Maar is het ook nuttig? En hoe kom je op de voorpagina van de Volkskrant?

Caroline Roulaux en Annelotte Huiskes Caroline Roulaux en Annelotte Huiskes

Om meteen met dat laatste te beginnen: daar bestaat helaas geen recept voor. Want hoewel de meeste onderzoekers overtuigd zullen zijn van het belang van hun onderzoek, betekent dat nog niet dat het ook nieuwswaarde heeft. Wat is nieuws? Annelotte Huiskes, samen met Caroline Roulaux verantwoordelijk voor de pers-en wetenschapscommunicatie bij de Universiteit Maastricht: “Een onderwerp dat heel erg aansluit bij de actualiteit kan nieuwswaarde hebben. Of nieuwe ontdekkingen die bijdragen aan een doorbraak. Soms zijn bepaalde thema’s nieuwswaardig, los van de actualiteit. De werking van het geheugen bijvoorbeeld. Of drugs, of obesitas.” Roulaux: “Vaak zijn het onderwerpen die veel mensen aangaan, die dicht bij de mensen staan.”


Zichtbaar zijn

Dat een wetenschapper het simpelweg leuk vindt als de pers aandacht besteedt aan zijn of haar onderzoek, is niet moeilijk voorstelbaar. Maar is het ook zinvol? Roulaux: “Je wilt je als universiteit profileren, je wilt gezien worden. Universiteiten moeten steeds meer met elkaar concurreren, niet alleen om studenten, maar ook om onderzoeksgeld. Daarom is het belangrijk je te onderscheiden van je concurrenten en via de media te laten zien in welk onderzoek je als universiteit uitblinkt. Daar komt bij dat je als wetenschapper vooral werkt met overheidsgeld. Als een soort tegenprestatie laat je dan zien dat het op een maatschappelijk relevante manier besteed wordt.” Huiskes: “Ik denk dat dit een van de belangrijkste functies van wetenschapscommunicatie is. Een bekend fenomeen is de wetenschapper als deskundige op tv. Een groot deel van onze tijd besteden wij aan het zoeken van deskundigen voor de media die zich bij ons melden. Misschien is het niet de droom van elke wetenschapper, maar het is wel belangrijk dat onderzoekers zich ook op die manier laten zien. En wij kunnen ze daarbij helpen, het Loopbaancentrum biedt bijvoorbeeld mediatrainingen aan.”


Advies en wisselwerking

Wat kan de afdeling Pers-en wetenschapscommunicatie doen voor onderzoekers? Huiskes: “Wij hebben op de eerste plaats een adviserende rol. Welk middel is het meest geschikt om het beoogde doel te bereiken? Als je vakgenoten en geïnteresseerden naar je symposium wilt lokken, is het niet heel zinvol een persbericht naar de Volkskrant te sturen. Je hebt een aantal manieren waarop je onderzoek of een onderzoeker naar buiten kunt brengen. En welke aanpak op een bepaald moment de beste is, daarin kunnen wij adviseren. We hebben inmiddels een groot netwerk opgebouwd, zeker binnen de Nederlandse media. Op dit moment zijn we bezig om ook een internationaal medianetwerk op te bouwen, te beginnen in de zogenaamde doellanden.” Roulaux: “En wij helpen natuurlijk bij de uitvoering. Bij het opstellen van een persbericht, bijvoorbeeld. Wetenschapsjournalistiek is iets anders dan het schrijven van een wetenschappelijk artikel. Je moet iets wetenschappelijks begrijpelijk maken voor de leek.” Een mooi voorbeeld daarvan is het Research Magazine dat op de website van de Universiteit Maastricht staat. Daarin wordt onderzoek van de UM op een toegankelijke en prettig leesbare manier beschreven. Een heel ander voorbeeld: in het gratis dagblad Sp!ts verschijnt een populairwetenschappelijke rubriek die mede door de Universiteit Maastricht verzorgd wordt.

 

Huiskes: “Het is trouwens niet alleen zo dat onderzoekers naar óns toe komen. Een terugkerend belangrijk moment is bijvoorbeeld de wetenschapsagenda, het maandelijkse overzicht van alle promoties en inaugurele redes. Dat is voor ons ‘n manier om een indruk te krijgen van wat binnen de universiteit op onderzoeksgebied speelt. Vaak kiezen wij daar iets uit waarvan we denken: dat zou wel eens heel nieuwswaardig kunnen zijn. En dan benaderen we zelf een promovendus of hoogleraar.” Roulaux: “Het is een wisselwerking: wij moeten weten wat er binnen de universiteit op onderzoeksgebied gebeurt, en de onderzoekers moeten weten wat ze bij ons kunnen halen.”


"Razendsnel, vergeleken met hun collega’s"

 Margit Spaak, wetenschapsjournalist voor het ANP, over pers- en wetenschapscommunicatie:

 

        “Ik heb vrij veel contact met pers- en wetenschapscommunicatie van de Universiteit Maastricht. Zo’n afdeling is heel belangrijk voor mij. Om te beginnen sturen ze me overzichten van de promoties, oraties en andere evenementen die binnen de Universiteit Maastricht plaatsvinden. Zo blijf je goed op de hoogte. En als ik dan iets interessants vind, sturen ze me heel snel aanvullende informatie. Razendsnel, vergeleken met hun collega’s van andere universiteiten. Ik bel ook rechtstreeks met onderzoekers, maar meestal loopt dat dan toch via hen. Dat is handig, want vaak is het ontzettend moeilijk iemand te vinden binnen een organisatie als de universiteit. Zij sporen dan binnen de kortste keren een 06-nummer voor me op, en seinen de wetenschapper in kwestie in dat ik ga bellen.”