Universiteit Maastricht

Geschiedenis Universiteit Maastricht

Universiteit Maastricht (UM) komt met een vernieuwd onderwijs systeem; probleem gestuurd onderwijs (PGO)

De ontstaansgeschiedenis van de Universiteit Maastricht is bepalend geweest voor het onderscheidend profiel dat zij in de loop der jaren heeft opgebouwd.

Interesse
In de tweede helft van de jaren zestig ontstond in Nederland vanwege het tekort aan opleidingsmogelijkheden tot arts de behoefte aan een achtste medische faculteit. Maastricht maakte evenals een aantal andere steden nadrukkelijk haar interesse kenbaar. Door de noodzakelijke economische herstructurering van de regio Zuid-Limburg als gevolg van de mijnsluitingen stegen de kansen van Maastricht als vestigingsplaats.

Toegevoegde waarde
Wel was duidelijk dat een nieuwe universiteit meer aan de Nederlandse universitaire wereld moest toevoegen dan slechts een extra aantal opleidingsplaatsen. De Maastrichtse initiatiefnemers kozen voor een nieuw onderwijssysteem, het PGO (Probleemgestuurd Onderwijs). Ook zou het medisch onderzoek niet alleen klinisch van aard zijn, maar zou het vooral bijdragen aan kennisopbouw ten bate van huisartsgeneeskunde en andere eerstelijns gezondheidszorg.

Onofficiële start
Toch ging het nog bijna fout. Begin jaren zeventig was niet langer sprake van een tekort aan studenten geneeskunde. Besloten werd zonder officiële goedkeuring het medisch onderwijs in Maastricht in 1974 te starten. De wettelijke onderbouwing volgde eind 1975, waarna op 9 januari 1976 officieel de Universiteit Maastricht, toen nog Rijksuniversiteit Limburg geheten, werd geopend.

Snelle groei
De universiteit groeide bijzonder snel. Eerst door politieke steun, later door de keuze om bewust af te wijken van het gangbare universitaire Nederlandse groeimodel; er werd gekozen voor meer Europees gerichte opleidingen (zoals Internationale Bedrijfskunde, European Law School, European Studies en European Public Health) en voor opleidingen die voor Nederlandse begrippen totaal nieuwe waren (bijvoorbeeld Kennistechnologie en Cultuurwetenschappen). Mede daardoor kan de UM zich inmiddels met recht een naar Europese norm middelgrote universiteit noemen.

Toekomst
Waar kwaliteit en groei voor de UM tot voor kort onlosmakelijk aan elkaar verbonden waren, zal kwaliteit en internationalisering de komende jaren, nog sterker dan voorheen, de boventoon voeren. Onderwijs en onderzoek zullen zich daarbij inhoudelijk concentreren op maatschappelijk relevante thema’s die door studenten en staf zullen worden bestudeerd in een internationale context, met een accent op het Europese perspectief. Onderscheidende onderwijsprogramma’s, binnen een verder doorontwikkeld PGO-model, en doordachte, gestroomlijnde onderzoekslijnen zullen de UM in de komende jaren aan de Europese top moeten gaan brengen. Zowel internationale als (Eu)regionale samenwerking met andere organisaties en instellingen zullen daarin een belangrijke rol spelen.