In het blok worden de basisbeginselen van de farmacologie en toxicologie
behandeld. In de farmacologie en de toxicologie wordt de werking van
biologisch aktieve verbindingen bestudeerd. Tijdens het blok zullen de
basale farmacologische en toxicologische principes worden behandeld aan
de hand van situaties uit de praktijk. Aandacht zal worden besteed aan
zowel de dynamiek (wat doet de biologisch actieve stof met het lichaam)
als met de kinetiek (wat doet het lichaam met de biologische actieve
stof).
Bij de dynamiek zal ingegaan worden op de verschillende wijzen waarop
stoffen een biologisch effect veroorzaken en op de manieren waarop dit
biologisch effect wordt gekwantificeerd. Het receptorconcept, met de
kernbegrippen agonist, antagonist, receptor, pD2, second messenger en
signaaltransductie, wordt verder uitgewerkt naar specificiteit,
selectiviteit en veiligheid. De begrippen therapeutische breedte,
giftigheid, safety factor en safety index worden behandeld
Bij de kinetiek zullen de lotgevallen van een stof in het lichaam worden
besproken. De deelonderwerpen hierbij zijn Absorptie, Distributie,
Metabolisme en Excretie (ADME). Aspecten die aan de orde komen zijn
biotransformatie, fase 1 en fase 2 reacties, first pass effect,
biologische beschikbaarheid, pro-drug en reactieve intermediairen.
Daarnaast zal een één-compartiment model voor de kinetiek worden
behandeld, met de kernbegrippen verdelingsvolume en klaring.
Tijdens de behandeling van de stof is er speciale aandacht voor
genetische toxicologie en geneesmiddel-voeding interacties. Het
cytochroom P-450 complex heeft een centrale plaats in het blok. Een
ziektebeeld, NAFLD, waarbij dit enzymcomplex een rol speelt, komt aan de
orde. Ook het traject van geneesmiddelontwikkeling wordt behandeld, het
traject van bench to bedside. In een practicum wordt een klinische
studie uitgevoerd en wordt het schrijven van een protocol voor een
klinische studie belicht. Aan het eind is er aandacht voor de
vermarkting van geneesmiddelen door de farmaceutische industrie en
wetenschapsbeoefening. Bij de laatste onderwerpen wordt de informatie
van het blok verder geïntegreerd.
Goals
Primaire leerdoelen:
1. Inzicht in de processen die een rol spelen in de opname,
verdeling, omzetting en uitscheiding van geneesmiddelen in het lichaam
en hoe dit in de praktijk wordt bestudeerden weergegeven
2. Inzicht in de manieren waarop geneesmiddelen een effect (zowel
gewenst als ongewenst) veroorzaken en hoe dit in de praktijk wordt
bestudeerd en weergegeven
3. Inzicht in het effect van voeding op de werking van
geneesmiddelen
4. Inzicht in het effect van genetische verschillen op de werking
van geneesmiddelen
De leerstof wordt bestudeerd aan de hand van diverse PGO-casussen. De
casussen van het blok worden ondersteund met een hoorcolleges, waarin
dwarsverbindingen worden aangegeven met onderwerpen zowel binnen het
blok als uit eerdere blokken. Door middel van een patiënt-presentatie
zal inzichtelijk gemaakt worden hoe de farmacologie in de praktijk wordt
toegepast. Een belangrijk onderdeel wordt gevormd door een practicum
waar studenten een klinische studie uitvoeren naar het effect van
voeding op de kinetiek. Van dit practica moet een verslag worden
geschreven. Van de andere practica worden de resultaten gepresenteerd
en besproken tijdens de PGO-bijeenkomsten, waarbij er voor wordt gezorgd
dat de practica goed ingebed worden.
Instruction language
Prerequisites
Recommended literature
H.P. Rang et al. Pharmacology.
R.J.M. Niesink et al., Toxicology, Principles and Application.
Literatuur aangegeven tijdens de cursus
Teaching methods
ASSIGNMENT(S)
WORK IN SUBGROUPS
LECTURE(S)
PAPER(S)
SKILLS
Assessment methods
ASSIGNMENT
PARTICIPATION
WRITTEN EXAM
Key words
Het blok levert een bijdrage aan de volgende eindtermen:,
4. Aantoonbare kennis van en inzicht in de basis beginselen van de,
farmacologie en voorbeelden van interactie tussen voeding en,
geneesmiddelen;,
12. Biochemie, immunologie, fysiologie, voedingsleer, toxicologie,,
energetica, thermodynamica, farmacologie, biofysica, epidemiologie,,
genetica en celbiologie, als basisdisciplines in de biomedische,
wetenschappen en in relatie tot de mechanismen van gezondheid en ziekte;,
13. De bouw en het functioneren van het menselijk lichaam, op,
cellulair en met name op orgaan- en het organismeniveau;,
14. De fysische, chemische en biologische factoren in het leefmilieu,
die invloed kunnen uitoefenen op gezondheid en ziekte;,
15. De pathofysiologie en algemene ziekteleer, voorzover van,
toepassing op de effecten van gezondheidsbedreigende en -bevorderende,
factoren;,
16. De bio-ethiek en wetenschapsfilosofie, met name gericht op de,
inbedding van biologisch-wetenschappelijke kennis in de maatschappelijke,
praktijk alsook het kritisch beoordelen van je eigen plaats in het,
geheel.,
19. Onderzoeksresultaten in het gebied van de biomedische,
wetenschappen te interpreteren in de context van de domeinen die,
essentieel zijn voor de menselijke gezondheid.,
20. Implicaties van onderzoeksresultaten aan te geven, en op grond,
hiervan beslissingen te nemen of vervolgacties te plannen of voor te,
stellen.,
21. Basis laboratoriumvaardigheden toe te passen ten behoeve van,
biomedisch onderzoek;,
23. Aangeleerde methodologische/ statistische technieken op adequate,
wijze uit te voeren;,
25. Verschillende typen (epidemiologische) onderzoeksdesigns op de,
juiste wijze toe te passen;,
28. Een kritische houding aan te nemen ten opzichte van het vakgebied,
van de biomedische wetenschappen en de maatschappelijke positie ervan;,
30. Ethische en normatieve denkwijzen in het eigen wetenschappelijk,
denken te integreren;,
31. Zorg te dragen voor eigen (kwaliteits)controle en verdere,
professionalisering;,
32. De eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen en te,
evalueren;,
35. Bezit de vaardigheid om hoofd- en bijzaken te kunnen,
onderscheiden wat betreft biologische determinanten van gezondheid;,