Universiteit Maastricht

Jaarverslag

2009

1. Algemeen
De FdR heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een zeer internationale juridische faculteit. Zowel de studenten als de medewerkerspopulatie bestaat voor een groot deel uit mensen met een niet Nederlandse nationaliteit. Van de studenten is inmiddels ruim 20% afkomstig uit het buitenland, terwijl dat bij de instroom ongeveer 30% is. Een belangrijke factor hierbij is het feit dat de faculteit sinds 2006/2007 een volledig Engelstalige bachelor opleiding aanbiedt. Van de wetenschappelijke staf komt inmiddels bijna 40% uit het buitenland, nieuwe promovendi komen voor het overgrote deel uit het buitenland.

Ook in 2009 is in de facultaire strategie uitgegaan van de afspraken met het CvB zoals vastgelegd in de Balanced Score Card; deze zijn richtinggevend voor de faculteit.

Op het gebied van instroom van studenten is een forse groei merkbaar bij zowel de bachelor- als de masterstudenten. Beide instroomgetallen lagen in 2009 boven de gestelde targets. Daarbij zijn de bachelorstudenten die instroomden in Hasselt, waar de faculteit 40% van het onderwijs in het bachelorprogramma verzorgt, niet meegeteld. Het aantal promoties in 2009 bleef iets onder de target van 15 per jaar; de verwachting is dat dat in 2010 wordt goedgemaakt zodat het gemiddeld aantal van 15 promoties per jaar uiteindelijk zal worden behaald.

De facultaire 1e geldstroommiddelen zijn helaas nog steeds onvoldoende om de benodigde onderwijscapaciteit te financieren; de instroomdip in 2005 in de bacheloropleiding speelt daarbij nog steeds een rol. Sinds 2005 echter groeit de instroom gestaag. Gevolg is dat de werkdruk voor zowel WP als OBP al jaren te hoog is, aangezien door de naijlende financiering de formatie niet in hetzelfde tempo kan meegroeien. Door het incidenteel inhuren van extra medewerkers op tijdelijke basis en/of via interUM wordt gepoogd om de werkdruk aanvaardbaar te houden.

De verwachting is dat vanaf 2012 de faculteit financieel wat meer ruimte zal krijgen, waardoor dit probleem structureel kan worden opgelost en er ook meer ruimte zal ontstaan voor extra investeringen.

2. Onderwijs en studenten

Onderwijs

In verslagjaar 2009 is de implementatie van de eerder ingezette bachelorprogrammaherziening afgerond. Ook is een start gemaakt met een herbezinning op de Engelstalige masteropleidingen met als doel het internationale profiel van deze programma's te verduidelijken en tegelijkertijd de beperkte capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. Er is een voorstel ontwikkeld om in de master Globalisation and Law twee verschillende specialisations te maken, met elk een duidelijke focus t.w. ‘Human rights' en 'Corporate and commercial law'. De aanscherping van de programma's wordt in 2010 voortgezet. Daarnaast is een voorstel ontwikkeld om een Engelstalige variant van de master Forensica, criminologie en rechtspleging aan te gaan bieden.

Opnieuw bleek in internationale pleitwedstrijden dat het Maastrichtse onderwijs de studenten goed voorbereidt op de juridische werkelijkheid: een team van masterstudenten wist zich te kwalificeren voor de internationale finale van de International Trade Law moot court (met als resultaat een derde plaats te Taiwan). Bij de Philipp Jessup International Law Moot Court werd een tweede plaats bereikt in de nationale competitieronde en opnieuw wist een van de Maastrichtse teams de finale van de International Client Counseling Competition (ICCC) te bereiken, die dit jaar in Las Vegas plaats vond.

In de zomer van 2009 studeerde de eerste groep studenten uit de Engelstalige track van de bachelor European Law School af. Van deze eerste groep wist 48% het diploma binnen drie jaar te behalen, een prachtig resultaat. Alle opleidingen overziend echter, is de faculteit niet tevreden over rendement en studievoortgang. In dat kader zijn daarom in het verslagjaar verschillende acties ondernomen, zoals het aanbieden van een studievaardigheidstraining aan het begin van de studie, de mogelijkheid van het doen van een self-assessment om inzicht te krijgen in planningsvaardigheden, motivatie en leerstrategie en wordt een pilot gedaan met Academic advising Voor buitenlandse studenten is voor ze instromen in de masters een skills training aangeboden. Met alle studieverenigingen vindt geregeld overleg plaats over hun rol in het facultaire studentenleven.

De werkgroep Rendement buigt zich op dit moment over aanvullende facultaire maatregelen om het rendement extra te kunnen verbeteren. In dat kader wordt ook aandacht besteed aan de huidige normering voor het bindend studieadvies. Verwacht wordt dat de invoering van de harde knip het rendement positief zal beïnvloeden. De Azië-activiteiten hebben in 2009 op verschillende fronten een vervolg gekregen. De China-EU School of Law (CESL) waarin onze faculteit actief participeert, werd officieel geopend. Daarnaast is een facultaire delegatie erin geslaagd met enkele vooraanstaande Chinese universiteiten contracten te sluiten over samenwerking, onder meer op het gebied van studentenuitwisseling. Tevens is een voorstel ontwikkeld voor een interfacultaire master EurAsian Studies. De faculteit hoopt met deze activiteiten tevens de externe instroom in de masterprogramma's te bevorderen.

In de bachelorprogramma's blijkt de Engelstalige variant van de European Law School veel aantrekkingskracht uit te oefenen, ook op buitenlandse studenten. De faculteit wil proberen de populatie in dit programma zo divers mogelijk te houden. De opleiding die samen met Hasselt wordt aangeboden trok in september 2009 wederom een zeer groot aantal eerstejaarsstudenten. In 2009 is gestart met de voorbereiding van de in 2010 plaatsvindende heraccreditatie van bijna alle programma’s (uitzondering: het in 2009 gestarte programma IPKM). De faculteit evalueert alle blokken permanent via IWIO waarbij geconstateerd kan worden dat de kwaliteit van het onderwijs stijgende is, alsook de studielast van studenten zich op een redelijk niveau beweegt. Het PAO-onderwijs heeft in het verslagjaar, zoals verwacht, de gevolgen van de kredietcrisis ondervonden. Als gevolg daarvan was het zeer hoge aantal cursisten van 2008 in 2009 niet meer haalbaar. Niettemin kenden de cursussen een nog altijd respectabel aantal deelnemers, namelijk 749. Alle cursussen werden goed tot zeer goed beoordeeld. Voor 2010 wordt ernaar gestreefd in ieder geval 750 deelnemers voor de cursussen aan te trekken.
Onder de naam 'Forum Romanum' hebben de rechtbanken en parketten Maastricht en Roermond en onze faculteit de samenwerking geïntensiveerd. Het doel van deze samenwerking is over en weer te profiteren van elkaars deskundigheid en kennis. Het betreft samenwerking bij cursussen en congressen, stagemogelijkheden, activiteiten oefenrechtbank etc..

Studenten
Studenten hebben ook in 2009 hun bijdrage aan de faculteit geleverd door actieve inbreng in faculteitsraad, bestuur en diverse commissies. Het studentenberaad, waarin deze studenten regelmatig met elkaar de diverse facultaire agendapunten bespreken, speelt daarin een centrale rol. De verschillende vernieuwingsacties in de faculteit (verbouwing, invoering nieuw rooster- en registratiesysteem) deden een groot beroep op de flexibiliteit van studenten, die daar over het algemeen positief en begripvol op reageerden. De faculteit kent al een aantal jaren een honoursprogramma voor bachelorstudenten. In 2008/09 namen elf tweedejaars en zes derdejaars studenten aan het tweejarige honoursprogramma deel. In het studiejaar 2009/10 worden de activiteiten voor excellente bachelorstudenten uitgebreid met de mogelijkheid om deel te nemen aan het MARBLE project. Met ingang van het studiejaar 2009/10 wordt ook voor masterstudenten een honoursprogramma aangeboden; gefocust op research en het doorstromen als PhD.

In het kader van het project selectie en matching is voor de groep studenten die met een nietjuridische vooropleiding in willen stromen in een van de juridische masterprogramma's , een eigen selectie-instrument ontwikkeld. Dit instrument bestaat uit een kennistoets, case studies en een personality-test. Met name de kennistoets en de case studies spelen een rol bij het selecteren van de studenten. De resultaten geven aan dat de aldus geselecteerde studenten in het academisch jaar 07/08 en 08/09 vergelijkbare dan wel betere resultaten behalen dan de reguliere studenten. Er gingen in 08/09 71 uitwisselingsstudenten voor een of twee semesters naar een partneruniversiteit. 49 studenten bleven binnen Europa, 22 studenten gingen naar een van de niet-Europese partners (VS, Canada, China, Singapore, Australië en Zuid Afrika). Gemiddeld behaalden zij vakken ter waarde van 26,3 studiepunten.
Daarnaast vonden 18 studenten een stageplaats in het buitenland. Ruim de helft, 10 studenten, bleef binnen Europa, de overige 8 studenten liepen hun stage op verschillende plaatsen daarbuiten (Brazilië, VS, Ivoorkust, Curaçao). De stages lopen over het algemeen over één blokperiode en hebben een studielast van 12 studiepunten.

3. Onderzoek en kennisvalorisatie

Onderzoeksprogrammering

Het onderzoek aan de faculteit is internationaal georiënteerd. In aansluiting op de strategische UM-doelstelling “Focus en Massa” zijn twee onderzoeksthema’s geformuleerd: 1. Ius Commune (waarbinnen een privaatrechtelike en een pubkliekrechtelijke component kunnen worden onderscheiden en
2. Mensenrechten (waarbinnen aandacht voor internationale rechten van de mens en Strafrecht) De thema’s dekken het facultaire aandeel in de onderzoeksprogramma’s van de interuniversitaire Onderzoekscholen Ius Commune en Rechten van de Mens. Vanaf 2008 is een kleine groep onderzoekers werkzaam buiten de 2 onderzoeksscholen. Deze groep houdt zich binnen the Maastricht Forensic Institute tMFI, samen met de Faculteit der Psychologie & Neurowetenschappen, bezig met de opzet van een nieuw onderzoeksprogramma. Sommige deelprogramma’s van de Onderzoekscholen zijn binnen de faculteit georganiseerd in onderzoeksinstituten: het Centre for Human Rights, het Institute for Transnational Legal Research Metro, het Institute for Globalisation and International Regulation (IGIR), het Montesquieu instituut Maastricht en het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation policies (ICGI), dat in 2009 werd opgericht.

Externe beoordelingen
De Onderzoekschool Ius Commune is in 2009 door de ECOS-KNAW goed beoordeeld en voor 6 jaar hererkend. Ook de Onderzoeksschool Rechten van de Mens is in 2009 met een peer review gevisiteerd (rapportage volgt). In het kader van de Landelijke evaluatie van het rechtswetenschappelijk onderzoek werden aanvullend zelfevaluaties opgesteld over het Maastrichtse aandeel in de programma’s van de Onderzoekscholen en toegelicht bij de landelijke Visitatiecommissie. De evaluaties bevestigen dat de samenwerking in de interfacultaire onderzoeksgroepen de kwaliteit en de output van het facultaire onderzoek ten goede komt. De faculteit ziet de rapportage van de visitatiecommissie dan ook met vertrouwen tegemoet.

Promotierendement
Sinds 2009 speelt de Maastricht Graduate School of Law een belangrijke rol bij de werving, begeleiding en opleiding van promovendi en bij de organisatie van de Masters Honours Research Track. De Honours Track is een aanvulling op de reguliere een- en tweejarige Masters programma’s waarin talentvolle studenten kennismaken met facultaire onderzoeksthema’s en met onderzoekvaardigheden. In 2009 vonden 12 promoties plaats. De gemiddelde promotieduur van de 10 interne promoties kwam als gevolg van enkele zwangerschapsverloven in 2009 wat hoger uit dan in 2008 (6,1 tegenover 5 jaar) en lag daarmee ook iets boven het landelijk gemiddelde van de rechtenfaculteiten (5,6 jaar). Ultimo 2009 waren er 53 promovendi (50,78 fte) in dienst van de faculteit. De instroom van 10 promovendi in 2009 werd voor de helft ingevuld op basis van extern gefinancierde promotieprojecten en voor de andere helft op basis van een in- en externe competitie, waarbij hoogleraren en externe kandidaten eigen onderzoekvoorstellen indienen.

Onderzoeksfinanciering en kennisvalorisatie
De facultaire instituten en de Graduate school zijn belangrijk voor de profilering van de facultaire onderzoeksspeerpunten, voor de werving van 2e en 3e geldstroomprojecten en voor de vertaling van rechtswetenschappelijk onderzoek naar de overheid en maatschappelijke deelterreinen. In 2009 werd het facultaire incentivebeleid geactualiseerd met het oog op de uitdagende targets die op het vlak van 2e en 3e geldstroom en promoties zijn afgesproken. De facultaire Wetenschapscommissie en de subsidieadviseur spelen een belangrijke rol bij de verbetering van de onderzoeksvoorstellen. Voor NWO-aanvragen is een interne procedure ingesteld waarbij voorstellen door de Wetenschapscommissie moeten worden gekwalificeerd voordat deze bij NWO kunnen worden ingediend. In 2009 resulteerde dit in een 8-tal aanvragen voor de MagW Open Competitie (waarvan er 3 door zijn naar de laatste beoordelingsronde) en 1 Vidi-aanvraag. Het afgelopen jaar was voor de 2e geldstroom zeer succesvol met een drietal toegekende promovendi projecten, een VENI beurs en een aantal voorstellen met een Akwalificatie. In januari 2010 werden, na intensieve scholing en begeleiding, 6 Veni-aanvragen voor de Vernieuwingsimpuls ingediend.

4 Universitaire ontwikkeling en bedrijfsvoering

Personeel

In 2009 groeide de WP-formatie van 142,8 naar 165 fte; een groei van ruim 15%. In de afgelopen jaren is vooral de groei van het aantal promovendi fors. Deze groei is vooral gericht op het verhogen van het aantal promoties. Een andere reden voor het toenemen van het aantal fte’s is de voordurende groei van het service onderwijs, waarvoor extra WP moet worden aangesteld, en de opleiding met Hasselt die veel meer studenten aantrekt dan waar op was gerekend. De groei is vooral gerealiseerd met het aantrekken van veel nieuwe medewerkers met een niet Nederlandse nationaliteit. Inmiddels is bijna 40% van de WP medewerkers afkomstig uit het buitenland. De OBP formatie is in 2009 stabiel gebleven, wat betekent dat de werkdruk voor het OBP, zowel door de groeiende studenten- als medewerkersaantallen, is toegenomen Op basis van het in 2009 UM breed vastgestelde talentbeleid is binnen de faculteit het
loopbaanbeleid voor WP nader ingevuld. Om daadwerkelijk en effectief uitvoering te kunnen geven aan de UM-nota “Mobilising Minds” zal meer plaats gemaakt moeten gaan worden om talentvolle medewerkers aan te trekken en bestaande talenten te behouden. Er is beleid ontwikkeld gericht op een betere doorstroming op de wetenschappelijke ladder van UD naar HGL. Degene die niet het potentieel heeft om door te groeien naar een hogere wetenschappelijke functie wordt uiteindelijk niet in vaste dienst benoemd als UD, dan wel niet vast benoemd in de functie van UHD of HGL. Andere loopbaanwendingen worden in dat geval met de betrokkene besproken. Een vaste benoeming volgt pas wanneer de reële verwachting is dat de wetenschapper in potentie geschikt kan worden voor een hogere functie. Op deze wijze wordt getracht te voorkomen dat medewerkers ergens op de weg richting HGL vastlopen en een plek onnodig lang bezet houden. Alle wetenschappelijke benoemingen vinden plaats in tenure tracks. Om beter sturing te kunnen geven aan de ontwikkeling van WP medewerkers zijn in 2009 per wetenschappelijke functie en -niveau (UD 2, UD 1 e.d. ) benoemingsvereisten opnieuw opgesteld.
Momenteel buigt de faculteit zich over het loopbaanbeleid (en vervolgens benoemingscriteria) ten aanzien van docenten. De besluitvorming hierover zal begin 2010 worden afgerond. In 2009 werden in totaal 21 medewerkers uit het buitenland aangetrokken ten opzichte van 13 medewerkers in het jaar daarvoor. De nieuwe buitenlandse medewerkers werden extra ondersteund qua persoonlijke uitleg over de diverse arbeidsvoorwaarden binnen de UM en wonen in Maastricht, hetgeen door hen op prijs werd gesteld. De totale instroom in de faculteit bedroeg in 2009 in totaal 39 personen, terwijl er 8 personen uitstroomden. Met elke medewerker van de faculteit werd, net als in voorgaande jaren, in 2009 een jaargesprek dan wel beoordelingsgesprek gevoerd. Een vast onderwerp in die gesprekken is het expliciet
bespreken van de loopbaanwensen. Een aantal keren werd als gevolg hiervan een loopbaantraject bij het LCM doorlopen. Geïnteresseerde UD-ers kregen de mogelijkheid om in 2009 te experimenteren met
functiecontracten. Slechts één UD-er heeft hier vrijwillig aan deelgenomen. Andere UD-ers zagen een functiecontract uitsluitend als een formalisering van de huidige situatie; er zijn al duidelijke prestatieafspraken in het kader van tenure track en de beoordeling daarvan vindt eerder plaats op basis van geleverde prestaties dan op aanwezigheid. De leeftijdsopbouw van de faculteit in 2009 was evenwichtig, 5% van de medewerkers is ouder dan 60 en 22% is tussen de 50 en 60 jaar. De groep oudere medewerkers groeit gestaag, vandaar dat binnen de FdR gediscussieerd wordt over het formuleren van ouderenbeleid. Het ziekteverzuim was in 2009 lager dan in voorgaande jaren en bedroeg 3,23%.

Organisatie en samenwerking
In het jaar 2009 waren er in het facultaire gebouw continu verbouwingswerkzaamheden. Naast de reguliere upgrade is er in 2009 een common room voor studenten gerealiseerd; een ontmoetingsplek waar studenten met elkaar kunnen studeren en discussiëren. Er is ook een nieuwe PC ruimte gerealiseerd. De verbouwing wordt afgerond in de eerste helft van 2010. Voor wat betreft de arbeidsomstandigheden was het hierdoor in 2009 niet altijd even aangenaam voor medewerkers. Voor medewerkers werden tijdelijk elders werkplekken gecreëerd of afspraken gemaakt over thuiswerken. De geplande risicoinventarisatie en –evaluatie werd vanwege deze werkzaamheden doorgeschoven naar februari 2010. Het grootste deel van de medewerkers van de faculteit werkt inmiddels met een TC of een PC onder het Athena Desktop-concept. De verdere uitrol van dit concept is echter vertraagd mede door de discussies over de lokale ondersteuning van dit concept en de noodzakelijke samenwerking daarbij tussen ICTS en de facultaire ICT medewerkers. In 2009 werd een nieuw UM breed inschrijvings- en verroosteringssysteem geïntroduceerd. Dit is gepaard gegaan met forse implementatieproblemen. Door de grote inzet van de medewerkers vooral bij het Opleidingsinstituut en het inhuren van externe deskundigen en uitzendkrachten zijn de gevolgen voor staf en studenten relatief hanteerbaar gebleven. Het systeem is nog steeds niet volledig stabiel en stelt de organisatie nog dagelijks voor verrassingen.