Kenmerken onderwijs FHML Geneeskunde
- Studentgecentreerd
- Docentgecentreerd
- Toetsen is leren
- Wetenschappelijke vorming
- Informatie- en communicatietechnologie
- Best available evidence-based medical education
Studentgecentreerd
Het leren van de student staat centraal. De student krijgt voldoende tijd om zelf informatie te vergaren, te studeren en te oefenen. Dat betekent dat er slechts een beperkt gedeelte van de week onderwijs is gepland. Na de medische opleiding moet de arts als professional blijven leren. De basis voor een positieve houding ten opzichte van continue scholing wordt in de opleiding gelegd. Tegenwoordig wordt dat 'leren leren' genoemd. Om dit te bereiken worden de zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid van de student gestimuleerd.
Studenten leren ook om samen te werken. Het werken in onderwijsgroepen om gezamenlijk patiëntenproblemen op te lossen is daar een voorbeeld van. Er wordt aandacht besteed aan het functioneren van de leden van de groep, het feedback geven aan elkaar en het bespreken van eventuele problemen. Voor het samenwerken in een groep en voor individuele en patiënten- en praktijkcontacten zijn goede communicatievaardigheden en een professionele houding nodig. Ook deze worden geleerd in een continu proces. Een andere vorm om samenwerken te leren is gezamenlijk werken aan opdrachten of projecten.
Om het leerproces te optimaliseren worden theorie en praktijk goed op elkaar afgestemd en afwisselend aangeboden. Omdat contextueel leren belangrijk is, worden studenten vroeg in contact met de praktijk gebracht. Tijdens de co-assistentschappen is het belangrijk dat er voldoende tijd en begeleiding is om patiëntenproblemen te kunnen bespreken. De ervaringskennis wordt dan goed gekoppeld aan kennis van ziekten en pathofysiologie.
De verwachte stijging van het aantal studenten bevordert de anonimiteit. Daarom wordt veel in kleine groepen gewerkt en zijn aparte tracks ingevoerd. Daardoor kunnen onderwijsactiviteiten meerdere keren per jaar voor kleinere groepen georganiseerd worden.
Docentgecentreerd
De grote variatie in onderwijsvormen betekent ook een grote variatie in docenttaken. De rol van de docent is afgestemd op de fase in de opleiding en de onderwijsvorm. Als bijvoorbeeld in een onderwijsgroep het probleem via een echte patiënt wordt gepresenteerd is er een docent (tutor) van het betreffende medisch specialisme aanwezig. Ook is het mogelijk dat dezelfde docent zowel begeleider is van een groep studenten als docent voor een patiëntencontact. Bij het patiëntgebonden onderwijs heeft de docent aanvankelijk vooral als taak de student bij patiëntencontacten te observeren en daarover feedback te geven. Als de student verantwoordelijk is voor een aantal patiënten vervult de docent een supervisorrol. Ook de rol van mentor is een belangrijke docententaak. Er wordt veel waarde gehecht aan een positief onderwijsklimaat. Bij het personeelsbeleid wordt rekening gehouden met de geschiktheid van de individuele docent voor een bepaalde rol. Hierin past ook een op de onderwijstaak toegesneden aanbod van docententrainingen.
Toetsen is leren
Vorm en inhoud van toetsen hebben een grotere invloed op het leerproces van studenten dan het curriculum zelf. Het toetssysteem sluit daarom aan bij de uitgangspunten van het curriculum. De student krijgt zelf ook verantwoordelijkheid voor het bijhouden van een dossier, het zogenaamde portfoliosysteem.
Wetenschappelijke vorming
Wetenschappelijke vorming loopt als een rode draad door het curriculum. De wetenschapsparticipatie in het laatste masterjaar duurt 18 weken. In deze periode doet de student zelf ervaring op met het opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Het schrijven van een verslag is onderdeel van de participatiestage. Voor het gehele curriculum geldt dat studenten gestimuleerd worden om zelf literatuur en andere informatie op te zoeken op basis van de problemen in het onderwijs en de dagelijkse praktijk. Het leren inschatten van de waarde van de gevonden informatie (ook op Internet) is een belangrijk onderdeel van de discussies in onderwijsgroepen. Het kritisch beoordelen van dergelijke informatie is een wetenschappelijke vaardigheid die studenten nodig hebben bij het voorbereiden van presentaties en het leren omgaan met richtlijnen en tegenstrijdige bevindingen. Het leren omgaan met evidence-based medicine, het vertalen van resultaten voor groepen patiënten naar de individuele patiënt en het vinden van een evenwicht tussen evidentie en expertise zijn belangrijke vaardigheden voor een dokter in de latere praktijk. Gestimuleerd wordt dat de student eigen bestanden met betrekking tot evidentie en expertise opbouwt.
Informatie- en communicatietechnologie
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) neemt een centrale plaats in het curriculum in: als hulpmiddel voor het onderwijs en als voorbereiding op de praktijk. Voor studenten en docenten is een elektronische leeromgeving (Eleum) ontwikkeld. Hier kan alle relevante informatie gevonden worden over het onderwijsproces, de onderwijsorganisatie en het onderwijsbeleid. Als voorbereiding op de praktijk moet de student leren om snel goede en betrouwbare informatie te zoeken op de computer. De student gebruikt de computer ook om 'schriftelijk' te rapporteren over patiëntenproblemen en projecten. Voor de praktijk is ook inzicht in patiënteninformatiesystemen belangrijk.
Best available evidence-based medical education
De uitvoering van het curriculum is gebaseerd op wat we al weten uit onderzoek van onderwijs. Omdat er ook nog veel onbekend is over de effecten van onderwijs en toetsing, zijn onderzoeksprojecten opgezet om de effecten van de vernieuwing te volgen. Daarmee wordt aangesloten bij de internationale ontwikkeling om te komen tot best available evidence-based medical education.
