Missie en visie Maastricht UMC+
Kenmerkend voor Maastricht UMC+ is een strategische visie op gezondheid en gezondheidszorg waarmee het zich onderscheidt van andere academische centra. Het ketenconcept staat daarbij centraal. Door ontwikkelingen van onder meer medisch-technologische, sociaal-economische en demografische aard, is in toenemende mate sprake van integrated care. Niet alleen ziekte en afwijking staan centraal, maar ook gezondheid en risico’s vormen belangrijke aangrijpingspunten voor de zorg. Traditionele onderscheiden zoals behandeling versus preventie, ‘cure’ versus ‘care’ en intramurale versus extramurale zorg vervagen steeds meer. Er ontstaan zorgketens van gezondheidsvoorlichting – preventie – eerstelijns zorg – (top)klinische zorg – nazorg – thuiszorg en onderzoeksketens van moleculair, biologisch, genetisch, gedragswetenschappelijk en maatschappijwetenschappelijk onderzoek. Maastricht UMC+ streeft op basis van deze strategische visie naar een eigen profiel. Dit profiel kenmerkt zich door:
- onderzoek en onderwijs gericht op integrated care
- synergie tussen public health, primary care, biomedische en klinische geneeskunde
- het benadrukken van preventie, vroege risicofactoren en vroege diagnostiek
- het vormen van centers of excellence op het gebied van cardiovascular medicine, primary care en chronic diseases waarmee Maastricht UMC+ zich ook internationaal wil profileren.
Integrated care
Onder meer door ontwikkelingen van medisch-technologische, sociaal-economische en demografische aard groeit de behoefte aan integrated care, zoals door de WHO gedefinieerd: “Integrated care is a concept bringing together inputs, delivery, management and organization of services related to diagnosis, treatment, care, rehabilitation and health promotion. Integration is a means to improve services in relation to access, quality, user satisfaction and efficiency”.
Niet alleen ziekte, maar ook gezondheid en gezondheidsrisico’s vormen aangrijppunten voor de zorg. In die zorg vervagen grenzen tussen behandeling en preventie, tussen cure en care en tussen intramuraal en extramuraal. En ook in het onderzoek naar gezondheid, ziekte en zorg vervagen de grenzen tussen fundamenteel, translationeel en (klinisch) toegepast onderzoek en tussen de onderscheiden vakgebieden als zodanig.
Continuüm van gezondheid en ziekte
De gezondheidszorg van de toekomst richt zich niet langer uitsluitend op de patiënt, maar ook op leefstijl en omgevingsfactoren (milieu, ecologie), en op mensen die ten aanzien van hun gezondheid geconfronteerd worden met een ongunstige predispositie (genetisch, sociaal). De aandacht verbreedt zich tot het totale continuüm van gezondheid en ziekte. Er treedt een opvallende verschuiving op van acute zorg naar zorg voor mensen met meer chronische aandoeningen. Dit vereist dat een samenhangend complex aan zorgdiensten in stelling wordt gebracht. Het zorgcontinuüm omvat zulke uiteenlopende disciplines als preventie en public health, diagnose, behandeling, verpleging, verzorging en maatschappelijke reïntegratie. Tot slot het onderzoekscontinuüm, de doorlopende lijn van fundamenteel, translationeel en (klinisch) toegepast onderzoek, en onderzoek in relatie tot topreferente functies. Een complex van wetenschappen treft elkaar, grijpt in elkaar, rond de fenomenen leven, gezondheid en zorg. Veel van deze wetenschapsgebieden maken zelf stormachtige ontwikkelingen door, maar als gevolg van vele doorbraken ontstaat ook een tot voor kort ongekende samenhang tussen de voorheen losstaande wetenschapsgebieden.
Focus en ketens
In de met deze continuüms opgetrokken beleidsruimte ontstaan ketens en netwerken. Ketens van moleculair, biologisch, genetisch, gedragswetenschappelijk en maatschappijwetenschappelijk onderzoek. Netwerken van onderzoeksinstellingen en instellingen gericht op onderwijs en opleiding. Netwerken (academisch en anderszins) van instellingen die gezamenlijk de zorgketen invullen: huisartsen, ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen, revalidatie-instellingen, GGD’en, Arbo-diensten en thuiszorg; de lijn kan doorgetrokken worden naar zorgverzekeraars, adviesorganen, overheden.
En dat brengt ons op focus, de beleidsruimtelijke positionering van Maastricht UMC+ als topacademisch centrum voor onderwijs, opleiding, onderzoek en (patiënten)zorg. Waarin onderscheidt zich Maastricht UMC+? Door de inbreng van de gezondheidswetenschappelijke en moleculair levenswetenschappelijke expertise is in Maastricht UMC+, naast internationaal erkende biomedische expertise op een aantal ziektebeelden, meer dan elders kennis beschikbaar over gezondheidsrisico’s, over de epidemiologie van ziekten, over preventie en ziekten, over de bevordering van gezond gedrag en over de organisatie van de gezondheidszorg. Het ligt derhalve voor de hand om deze samenhang tussen moleculaire levenswetenschappen, gezondheidswetenschappen en geneeskunde in relatie tot public health en gezondheidszorg sterk te accentueren. Daarnaast beschikken het azM en de academische huisartsenpraktijken in de regio over klinische expertise en over de infrastructuur om nieuwe kennis in de praktijk van de gezondheidszorg toe te passen. Door de koppeling van fundamenteel en toegepast klinisch onderzoek kunnen gecompliceerde en zeldzame ziekten binnen de topreferente, last resort-functie van het azM worden behandeld. Ook hier ligt een onderscheidend kenmerk van het Maastrichtse profiel.
