Historie MUMC+
In 2002 is een ontwikkeling in gang gezet naar verdere integratie van het beleid (en daarop afgestemd integraal bestuur en beheer) van het azM en de toenmalige faculteiten Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. De aanleiding was het feit dat het azM en de beide faculteiten al geruime tijd samenwerkten en de activiteiten op het gebied van onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg steeds nauwer met elkaar verbonden waren geraakt. Voorts sloot deze ontwikkeling aan bij het streven van de overheid om onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg te integreren, dat elders in Nederland al tot de vorming van universitaire medische centra had geleid. Het samenwerkingsverband kreeg als voorlopige werktitel “Maastricht University Centre for Health” (MUCH). Zie de nota ‘MUCH: een strategisch document voor de toekomst van de FdG, FdGW en azM’.
De missie, doelstellingen en strategische keuzes op hoofdlijnen van Maastricht UMC+ zijn vastgelegd in het ‘Visiedocument MUCH: kiezen voor samenwerking, keuze in zorg, onderzoek en onderwijs en kiezen voor excellentie’. Begin 2005 is dit document na verkregen advisering van de medezeggenschapsorganen door het Gemeenschappelijk Beleidsorgaan van College van Bestuur UM en Raad van Bestuur azM vastgesteld.
Het voortschrijdende inzicht, om het fusietraject FHML en de vorming van MUCH, in de loop van 2005 omgedoopt in Maastricht UMC+ niet aan elkaar te koppelen en nadrukkelijk volgtijdelijk ter hand te nemen, heeft de nadruk van de bestuurlijke activiteiten verlegd naar de voorbereiding en implementatie van de fusie, die in 2006 in belangrijke mate de facultaire bestuurlijke agenda heeft bepaald.
Vervolgens werd er parallel aan de vormgeving van het bestuurlijk model, die uiteindelijk in januari 2008 formeel werd vastgelegd gestaag gewerkt aan de verdere uitwerking van de MUCH-strategie. In juni 2007 verscheen het document Focus en ketens: onderzoek en topreferente zorg in Maastricht UMC+. Dit document geeft de stand van zaken weer van het wetenschappelijk onderzoek in Maastricht UMC+ per 1 januari 2006, met een verdeling binnen de verschillende onderdelen van het onderzoekscontinuüm en met een koppeling naar de topreferente functies van het academisch ziekenhuis. Het document geldt als een nulmeting op basis waarvan de ontwikkeling van het onderzoek binnen Maastricht UMC+ verder ter hand wordt genomen.
